‘Van terpen hebben we hier nooit spijt gekregen’

Wat moet de Nederlandse strategie zijn tegen de gevolgen van klimaat-verandering? Verhuizen? De kustlijn verkleinen? „We moeten met de genade meewerken.”

Veerman Foto Roel Rozenburg DENHAAG:27MEI2003 Minister Cees Veerman (Landbouw). FOTO TWEEDE CAMERA/ROEL ROZENBURG/HANS KOUWENHOVEN Rozenburg, Roel

„Het is nogal een opdracht”, vindt oud-minister Cees Veerman van de taak die zijn Deltacommissie door het kabinet is gegeven. In zijn boerderij in de Hoeksche Waard legt Veerman uit waarover zijn staatscommissie over enkele maanden advies zal uitbrengen. „We kijken naar mogelijkheden om de gevolgen die de klimaatverandering voor Nederland heeft, op de lange termijn het hoofd te bieden.” Niet voor enkele decennia, maar voor een periode tot ver in de volgende eeuw.

De commissie studeert op „strategieën” om de waterveiligheid te waarborgen, rekening houdend met energie, recreatie en natuur, en ruimte voor wonen, werken en landbouw. „Door daar nu al rekening mee te houden, kunnen ingrijpende en kostbare maatregelen mogelijk voorkomen worden”, stelt de commissie.

De Deltacommissie wil in deze fase geen enkele strategie uitsluiten. Veerman denkt weliswaar niet dat het voor de hand ligt om de Randstad naar het oosten van het land te verplaatsen. „Grofweg 65 procent van ons inkomen wordt verdiend in gebieden die beneden de zeespiegel liggen.” Of je simpelweg de kustlijn zou moeten verkorten, is ook een mogelijkheid die de revue moet passeren. „Het zou nogal wat zijn om de haven van Rotterdam weg te halen door de Maeslantkering te sluiten.” De Westerschelde afsluiten is al even onwaarschijnlijk. „Daar zijn afspraken met de Belgen over.”

Waar je wél over zou moeten nadenken, zegt Veerman, is of er in de toekomst beneden de zeespiegel wel zo veel moeten worden bijgebouwd. Zoals in de Zuid-Hollandse Zuidplaspolder gebeurt, bij Gouda. Of zoals in Almere. „En áls je bij Almere gaat bouwen, doe je dat dan door rondom een dijk van twintig meter hoog aan te leggen? Of door de bodem drie meter op te hogen? Van dat laatste krijg je nooit spijt. We hebben in Nederland altijd al terpen gebouwd.”

Ook moet er een debat komen over de taak van de overheid. Veerman: „Kan de overheid tot in lengte van jaren garanderen dat de bevolking altijd en overal is beschermd tot aan het niveau van een overstroming met een kans die zich eens in de tienduizend jaar voordoet? Ook in gebieden die economisch minder interessant zijn? Of zijn de mensen die daar wonen daar ook deels zelf verantwoordelijk voor? Wat is een mensenleven waard? Dat is een maatschappelijke afweging. We zouden onze taak niet serieus nemen, als we daar geen oog voor hadden.”

De Deltacommissie presenteert over enkele maanden een „visie”, een „denkrichting” maar geen uitgewerkt plan. Vanwege de onzekerheden in de toekomst denkt de commissie aan verschillende scenario’s, want voor een uitgewerkt plan is tweehonderd jaar te lang, zo leert de ervaring.

Veerman geeft als voorbeeld de Oosterscheldekering, over het ontwerp waarvan jarenlang is gedebatteerd tot er uiteindelijk een milieuvriendelijke variant uit de bus kwam. Enkele decennia later blijkt deze kering minder gunstig uit te pakken voor de natuur. Of denk ook eens aan de WAO. „Bij de invoering werd gedacht dat de uitkering voor maximaal 150.000 arbeidsongeschikten zou zijn. Het werden er zó veel meer, dat twintig jaar later premier Lubbers zei dat hij zou aftreden als het er meer dan een miljoen zouden worden.”

Het meest ingewikkelde van de missie is misschien nog wel, dat de Deltacommissie niet weet hoe groot de klimaatverandering precies zal zijn. „Het is lastig dat wetenschappers niet kunnen zeggen hoe groot en in welk tempo de veranderingen zich voltrekken”, zegt Veerman. Wél zeker is dat alle modellen van deskundigen ongeveer in dezelfde richting wijzen. „Ze zeggen allemaal dat het er voor Nederland niet gunstiger op wordt.”

Het KNMI houdt rekening met dertig tot tachtig centimeter stijging van de zeespiegel over de komende honderd jaar. Dat zou méér kunnen worden, als het landijs op Groenland gaat afsmelten. „In dat geval staat buiten kijf dat de zeespiegel gaat stijgen”, zegt Veerman. „Maar in welk tempo precies is moeilijk te voorspellen.” Vervolgens komt er nog eens een paar decimeter bij als gevolg van bodemdaling in Nederland. Vergeet ook de gletsjers niet die in versneld tempo smelten. En er komt méér rivierwater op ons af door toenemende neerslaghoeveelheden, vooral van de Rijn die, afhankelijk van de maatregelen die de Duitsers daartegen nemen, voor grote effecten kan gaan zorgen. Maar hoe het allemaal precies zal uitpakken?

Al even „uitdagend” is dat de Deltacommissie niet weet waartoe de mens over bijvoorbeeld vijftig jaar in staat is om de gevolgen het hoofd te bieden. Veerman: „We kunnen niet te specifiek zijn, want de techniek schrijdt voort. Een van de leden van onze commissie is Koos van Oord van het bekende baggerbedrijf. Zelfs hij zegt dat er nu boortechnieken worden gebruikt die hij vijf jaar geleden nog niet voor mogelijk had gehouden. We moeten wat dat betreft met de genade meewerken.”

In elk geval, zegt Veerman, mag Nederland zich nooit meer laten verrassen door het water. Zoals bij de Watersnoodramp van 1953, toen ruim achttienhonderd mensen omkwamen, óók hier in de Hoeksche Waard. Veerman: „Ik was vijf jaar geleden bij de herdenking van de ramp op een kerkhof in Numansdorp. Daar stond een man te huilen. Ik vroeg hem of dat na vijftig jaar nog nodig was. Hij wees naar de graven. Hij had als kind zes broers en zussen verloren, plus zijn vader en moeder. Hij was gered omdat hij op een deur was blijven drijven.”

Lees meer over de werkzaamheden van Veermans commissie op: www.deltacommissie.com

    • Arjen Schreuder