Oude mannen smeren zich in met ezelinnenmelk

Met een voorstelling als een hindernisbaan en een grieperige eregast vond gisteren het Boekenbal plaats. „Misschien zien we zo nog Superman-onderbroeken.”

J. Bernlef, auteur van het Boekenweekgeschenk, opent met pianospel officieel de Boekenweek in de Amsterdamse stadsschouwburg. Foto NRC Handelsblad, Vincent Mentzel Opening van de 73e Boekenweek " Het Eeuwig Jong Boekenbal" in de Amsterdamse Stadsschouwburg onder het motto Van Oude Menschen met oa.de auteur J.BERNLEF ( Hendrik Jan Marsman) op piano. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Amsterdam, 12 maart 2008 Mentzel, Vincent

Wie durft er oud te zijn? Op het Boekenbal kwamen gisteravond niet alleen verschillende generaties schrijvers bij elkaar, maar ook verschillende visies op ‘Van oude mensen... de derde leeftijd en de letteren’, het officiële thema van de 73ste Boekenweek. Want een zekere dubbelhartigheid kenmerkte het als ‘Eeuwig jong’ aangeduide bal. Die werd gesymboliseerd door het kledingadvies (zilver, niet grijs) en de twee gerimpelde acteurs die elkaar niet ver van de ingang tegen de klippen op met verjongende ezelinnenmelk insmeerden.

Alle marketingmensen weten dat je het ‘O-woord’ nóóit moet gebruiken, legde Bert de Groot, voorzitter van de organiserende Stichting CPNB, in zijn toespraak uit. Hij was dan ook trots dat de organisatie niet voor een ouderdomsthema was teruggeschrokken.

Dat het openingsprogramma vervolgens een hindernisbaan werd, had weinig met het thema te maken. De Groot verhaspelde in zijn aankondiging de naam van samensteller en ceremoniemeester Tom Lanoye. Erger was dat de eerste muzikale act – van de vitale saxofonist Hans Dulfer – energieker was dan de broze geluidsinstallatie van de Amsterdamse Stadschouwburg kon verdragen. Een half uur lang werd de poëzie van Antjie Krog en Hugo Claus (voorgelezen door Kitty Courbois en Jan Decleir) én Lanoyes eigen lezing van zijn theatertekst Fort Europa begeleid door een reeks piep-en zoemtonen. Het bracht Lanoye ertoe het publiek dan maar zonder versterking toe te schreeuwen. Toen ook nog een filmscherm weigerde tijdig naar beneden te zakken verzuchtte Lanoye, wijzend naar een reusachtig decorstuk achter hem: „Het enige dat werkt is die boom. Maar ik weet niet wat die doet.”

Daarna volgde de dubbele climax van het programma: een optreden van de in Amsterdam debuterende legendarische Vlaamse zanger Will Tura en een vertolking van de balkonscène uit Romeo en Julia door de ‘ouderen’ Decleir en Courbois. Het voor de gelegenheid tot bouwliftscène hervormde Shakespearefragment leverde de acteurs een ovatie op, al konden niet alle aanwezige schrijvers het idee waarderen. „Je verwacht een soort ode aan de ouderdom”, volgens Bregje Bleeker, die vorig jaar debuteerde met De Walrus. „Maar waarom laat je dan twee oudere acteurs een scène uit Romeo en Julia spelen? Dan is de boodschap toch eigenlijk dat je beter jong kunt zijn.”

Het verlangen van de babyboomgeneratie om jeugdig oud te worden is door Renate Dorrestein ironisch beschreven in haar ‘zelfhulpgids’ (tevens Boekenweekessay) Laat me niet alleen. Dorrestein („Ik vond de voorstelling prachtig. Lanoye is mijn held”) hield zich op de vlakte over de hoeveelheid ouderen met ouderdomsangst op het bal. „Ik vind het vooral mooi dat iedereen hier zichzelf kan zijn.” Ze liet zich begeleiden door de 19-jarige Elisabeth Rasker, die ook een kleine rol in het essay heeft. Rasker – zelf organisator van feesten en evenementen – wist kort na het zaalprogramma nog niet hoe jong zij het Boekenbal moest vinden. „Tot nu toe heeft het veel van een première. Iedereen gaat schuil achter zijn smoking. Maar misschien komen straks de Superman-onderbroeken te voorschijn.”

Zo ver kwam het niet. Om middernacht werd de Boekenweek officieel geopend door een piano-improvisatie van de grieperige eregast Bernlef. Rond half twee werd minister Plasterk voor het laatst op de dansvloer gesignaleerd en tegen drieën gaf de mysterieuze boom op het podium eindelijk zijn geheim prijs: verschillende netjes met appels, sinaasappels en bananen zakten er traag uit naar beneden.