‘NAVO gaat niet over onze naam’

Griekenland wil begin april een veto uitspreken over de toetreding van Macedonië tot de NAVO. Het conflict speelt al 17 jaar – „een irrationeel conflict dat niet bij de NAVO thuishoort”.

Antonio Milošoski Foto AFP Macedonian Foreign Minister Antonio Milososki listens to his Hungarian counterpart Kinga Goencz (not pictured) in the meeting hall of the ministry building in Budapest 29 October 2007 prior to their official talks. Milososki is on a one-day official visit to Hungary. AFP PHOTO / ATTILA KISBENEDEK AFP

„We hebben nog twintig dagen”, zegt Antonio Milošoski. Twintig dagen om een zeventien jaar oud conflict op te lossen, de ruzie met Griekenland, dat de naam van Macedonië niet accepteert. Over twintig dagen, op de NAVO-top in Boekarest van 2 tot 4 april, wil Griekenland zijn veto uitspreken over de toelating van Macedonië tot de NAVO. Twintig dagen is weinig voor zo’n lang slepend conflict, zegt Milošoski. „En toch, ik ben optimist.”

Antonio Milošoski is minister van Buitenlandse Zaken van Macedonië. Hij is even in Den Haag, op een rondreis langs landen die hij moet overtuigen van het recht van Macedonië om zich Macedonië te noemen, en van de zin van Macedonië’s toetreding tot de NAVO. Griekenland houdt al sinds de uitroeping van de onafhankelijkheid van Macedonië in 1991 vol dat de naam van het land aanspraken impliceert op het Griekse deel van de historische regio Macedonië. Wegens dat Griekse bezwaar gaat Macedonië al zeventien jaar internationaal door het leven onder de naam FYROM, als ‘Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië’. Van Griekenland mag Macedonië onder zijn eigen naam geen lid van de NAVO (en de EU) worden: het zal in Boekarest de toetreding tot de NAVO blokkeren.

„En toch ben ik optimist”, zegt Milošoski. „Ik geloof dat de NAVO bepaalde principes heeft die ze zelf respecteert. We voldoen aan de criteria voor het lidmaatschap. De NAVO gaat niet over namen van landen. De NAVO gaat over serieuzere zaken – stabiliteit, democratische ontwikkeling, veiligheid. Stabiliteit op de Balkan moet voorrang krijgen boven een irrationeel dispuut dat door Griekenland tot NAVO-dispuut is bevorderd.”

Milošoski wijst ook op het interim-akkoord dat Griekenland en Macedonië in 1995 sloten. „Daarin staat dat geen van beide partijen de toegang van de andere partij tot internationale organisaties zal blokkeren. Toch doet Griekenland dat nu.”

Wat verliest Macedonië eigenlijk als het door een Grieks veto géén lid van de NAVO wordt? Milošoski: „Op het spel staat het vertrouwen in de principes van de NAVO. Van de Macedoniërs wil 89 procent lid van de NAVO worden. We vertrouwen de NAVO als een club van democratieën waarin democratische waarden worden bevorderd. Ons weigeren wegens de naam van ons land – dat is aan onze mensen niet uit te leggen.”

De NAVO zelf zou veel verliezen, zegt de minister: de kans op een vergroting van de stabiliteit in een roerig gebied. „Servië staat op een kruispunt van verschillende opties. Kosovo zal Europa nog jaren bezighouden. Dan is een grotere capaciteit voor voorspelbaar crisismanagement een stap in de goede richting. De NAVO mag die kans niet laten lopen.”

Toch heeft Griekenland medestanders binnen de NAVO. NAVO-chef Jaap de Hoop Scheffer zei vorige week dat Griekenland „een solide lid van de NAVO is, en Macedonië niet”. Het is een uitlating die Milošoski – een frêle, zacht pratende, uiterst beheerste man – behoorlijk irriteert, omdat ze voorbijgaat aan inhoudelijke merites van de Macedonische en Griekse argumenten. „De Hoop Scheffer zou een passender uitspraak hebben gedaan als hij in Afghanistan zou hebben gezien hoe Macedonische soldaten schouder aan schouder met NAVO-soldaten vechten. Wat staat er op hun schouder? De naam Macedonië. Niemand die daar aanstoot aan neemt. Ook de Grieken niet. Waarom is onze deelname aan zulke NAVO-missies niet problematisch en ons lidmaatschap van de NAVO wel? NAVO-functionarissen moeten wat voorzichtiger zijn als ze dingen zeggen die niet op argumenten zijn gebaseerd.”

Griekenland zal – tenzij er een compromis wordt gevonden – ook de toelating van Macedonië tot de Europese Unie verhinderen. Macedonië betaalt een hoge prijs voor het vasthouden van zijn naam. Milošoski: „Griekenland heeft van 1993 tot 1995 een handelsembargo tegen ons gevoerd. Toen ging het niet eens om onze naam alleen, het ging om ons bestaan als land. Dat hebben we overleefd. Nu staan we politiek, sociaal en economisch sterker.”

Het compromis dat Macedonië voorstaat bestaat uit een gebruik van twee namen: de hele wereld – behalve Griekenland – erkent Macedonië onder de naam Macedonië. Daarom moet in het internationale verkeer aan die naam worden vastgehouden. Dan kan bilateraal, in de relaties met Griekenland – en alléén Griekenland – een andere naam voor Macedonië worden gebruikt. „Het is onzin dat wij onze grondwet moeten wijzigen en de naam van ons land moeten veranderen als verder niemand ter wereld zich aan die naam stoort.”

Twintig dagen nog. Dan valt de beslissing. Milošoski: „Wij beslissen niet. De NAVO beslist. Ze beslist over haar eigen geloofwaardigheid, haar eigen opendeurpolitiek. Ze beslist of nieuwe leden iets bijdragen of niet. En de NAVO moet ook eens naar zichzelf kijken. Griekenland werpt een dispuut op dat helemaal geen NAVO-thema is.”

Macedonië, zegt Milošoski, „zal zich de komende twintig dagen gedragen zonder iemand het voorwendsel te geven de prioriteiten van de NAVO te ondermijnen.”

89 procent van de Macedoniërs is voor het NAVO-lidmaatschap, zeggen peilingen. Deze week een andere peiling: 83 procent van de Macedoniërs is tegen verandering van de naam van het land, zelfs als dat het land het NAVO-lidmaatschap kost.

    • Peter Michielsen