Melkpak praat straks met koelkast, maar wie luisteren er mee?

RFID-tags zijn de opvolgers van streepjescodes. Verschil is dat de tags ook op afstand kunnen worden uitgelezen. Handig, maar dit kan ook verregaande consequenties hebben voor privacy.

‘Waar staat mijn boek?’ Met deze tekst op roze uithangborden wordt de klant in de Selexyz boekhandel van Almere naar de computer gelokt. Daar tikt hij de titel van een boek in en op het scherm verschijnt waar het te vinden is. Op zich niet revolutionair, maar de computer vindt In Europa van Geert Mak ook als deze bloederige geschiedenis van de twintigste eeuw bij de kinderboeken is teruggezet. Ieder boek is namelijk voorzien van een RFID-tag (radio frequency identification). Deze moderne streepjescode zendt een signaal uit als medewerkers met een RFID-scanner langs de schappen lopen. Binnen enkele uren zijn de bijna 60.000 boeken geïnventariseerd en weet de computer wat waar staat en wat moet worden bijbesteld.

De minuscule tags, onder een sticker op de achterzijde, worden uitgeschakeld als de klant afrekent. Dat is zoals de Europese Commissie het wil houden, tenzij de klant anders beslist. Dit standpunt verdedigt het dagelijks bestuur van de EU in een recent gepubliceerd consultatiedocument. Dit is meestal de voorbode van Europese wetgeving om de verwachte massale toepassing van RFID in detailhandel en logistiek in goede banen te leiden.

„Privacy vormt het hart van ons Europese samenlevingsmodel. RFID zal daarom alleen succesvol worden als het de mogelijkheid van de klant niet beperkt om zelf controle uit te oefenen over zijn of haar gegevens”, zo citeert een woordvoerder de verantwoordelijke eurocommissaris Viviane Reding (Informatiesamenleving). De meningen hierover lopen in Nederland fors uiteen. Belanghebbende partijen zenden hun reacties de komende maanden naar Brussel.

Bij het RFID Platform Nederland, een samenwerkingsverband van vooral bedrijven en onderwijsinstellingen, en bij NXP Semiconductors, producent van RFID-tags, achten ze de privacybezwaren beperkt. Platformwoordvoerder Bart Schermer noemt EU-regels „voorbarig”, omdat de techniek nog maar op beperkte schaal wordt toegepast. Ze belemmeren volgens hem de technische ontwikkeling. „Brussel pleit voor opt-in, wij voor opt-out. De tags moeten alleen worden uitgeschakeld als de klant aangeeft dat te willen. Anders is het commercieel niet meer interessant”, aldus Schermer. Hij vergelijkt het met mobieltjes. „Vroeger zeiden sommigen ook dat ze die niet wilden. Nu heeft iedereen er een. De consument moet de techniek kunnen proeven.”

Welke toepassingen liggen er dan allemaal in het verschiet? Een woordvoerder van chipproducent NXP noemt de mogelijkheid om garantiebepalingen in de tag van een product op te slaan. „Dan hoeft de klant al die garantiebewijzen niet meer te bewaren.” Ook de intelligente koelkast wordt vaak genoemd. „Die communiceert met producten over de houdbaarheid. Als de melk bedorven is, waarschuwt de koelkast dat er nieuwe moet komen”, aldus de woordvoerder. NXP noemt Europa „roomser dan de paus” en vreest concurrentienadelen ten opzichte van bedrijven in de VS en Azië. „Wij hebben onze brief met bezwaren al naar Brussel gestuurd.”

Directeur Matthijs van der Lely van Boekhandels Groep Nederland, eigenaar van Selexyz, is het juist met Viviane Reding eens. „Privacy is een groot goed. De klant moet zich niet ongelukkig voelen”, zegt hij. Naast de winkel in Almere wordt RFID ook toegepast in de vestigingen Nijmegen en Maastricht. Selexyz zou de dienstverlening uit kunnen breiden als de tags ook na verlaten van de winkel ingeschakeld blijven. „Iemand zou dan thuis zijn boekenkast kunnen scannen en die altijd in onze winkel kunnen bekijken. Dan loop je nooit risico dat je iets koopt wat je al hebt”, aldus Van der Lely. Ondanks zijn eerdere opmerking ziet hij persoonlijk nauwelijks privacybezwaren bij het ingeschakeld laten van de tags. Van der Lely: „We schakelen ze uit omdat we vermoeden dat klanten zich er ongemakkelijk bij zouden voelen als we ze aan laten staan.”

Volgens Schermer van het RFID Platform zijn er wel degelijk privacybezwaren. Een van de risico’s is dat bedrijven willen weten wat voor spullen iemand in zijn tas heeft om het bestedingspatroon te bepalen. Schermer: „Als je een dure winkel binnenloopt en alleen maar Zeemanspullen bij je hebt, heeft de winkeleigenaar die die spullen uitleest misschien liever dat je direct weer vertrekt.”

Privacydeskundige Ronald Leenes, hoofddocent aan het instituut voor recht, technologie en samenleving van de Universiteit van Tilburg, is dan ook duidelijk: uitschakelen moet de standaard zijn. „Door de combinatie van tags die mensen in de toekomst bij zich dragen, kan je het bestedingsgedrag en voorkeuren bepalen. Als je dan ook nog iemands identiteit weet te achterhalen, is de privacyinbreuk compleet.” Voor Schermer van het RFID Platform volstaat de huidige wetgeving. „Bedrijven die gegevens over het bestedingspatroon koppelen aan de identiteit van personen handelen al in strijd met bestaande EU-wetgeving over dataprotectie en telecomprivacy. Nieuwe regels voor RFID zijn daarom onnodig.” Brussel is van mening dat de privacyrisico’s bij RFID zo groot zijn dat extra rechtszekerheid geboden moet worden. De Commissie streeft ernaar om na de zomer een mededeling te publiceren. Het is dan aan de lidstaten om te bepalen of ze hier bindende wetgeving van willen maken.

Het uitlezen van RFID-tags kan nu hooguit op tientallen centimeters afstand, maar de verwachting is dat dit gaat veranderen. Leenes schetst een toekomst waarin gepersonaliseerde reclames op beeldschermen aanfloepen als iemand er behangen met RFID-tags voorbij wandelt. Voorvechters van RFID noemen de mogelijkheid van een wasmachine die communiceert met kledingsstukken en daardoor zelf kan bepalen welk programma er gedraaid moet worden. Voorwaarde is dan wel dat de RFID-tags in de kledingstukken ingeschakeld blijven. Geconfronteerd met het voorbeeld van een boekenkast vol RFID-tags zegt Leenes: „Als die kast tegen een buitenmuur staat, is het in theorie mogelijk om van buitenaf te bepalen welke boeken iemand in zijn kast heeft staan.”

Dit soort voorbeelden sterken de Europese Commissie in haar voorlopige standpunt dat de tags bij de kassa in principe automatisch worden uitgeschakeld. „Wat ons betreft is het straks aan de consument zelf om te bepalen of hij wil dat zijn pak melk communiceert met zijn koelkast”, aldus de woordvoerder van Reding.

Bekijk het discussiedocument via nrc.nl/economie

    • Wilmer Heck