Inkomens boeren stijgen

Het gemiddelde inkomen van de Nederlandse boeren en tuinders is vorig jaar met 4,9 procent gestegen ten opzichte van 2006. Het inkomen is daarmee terug op het niveau van 2000. Dit maakte het Europees statistisch bureau Eurostat gisteren bekend.

De inkomensstijging komt voort uit een daling van de opbrengsten in volume, tegenover een toenemende wereldwijde vraag naar landbouwproducten. Hierdoor stijgen de prijzen van sommige landbouwproducten hard.

De gemiddelde prijsstijging van akker- en tuinbouwproducten was vorig jaar 10,4 procent. De grootste prijsstijging had plaats bij granen: 46,2 procent. Op een tweede plaats kwamen de oliezaden (zoals kool- of lijnzaad) met 21,9 procent. Naar beide producten is een groeiende vraag als veevoer en als biobrandstof, naast de traditionele voedselbestemming. Vanwege groeiende rijkdom groeit wereldwijd de vleesconsumptie en vanwege actief overheidsbeleid in industrielanden groeit het gebruik van biobrandstoffen.

Tegenover de groeiende vraag stonden in Europa juist lagere oogsten. Het volume van de totale akker- en tuinbouwproductie daalde vorig jaar met 1,7 procent. De fruitoogst zakte 5,7 procent, de graanopbrengst 2,9 procent en de oogst aan verse groenten met 1,7 procent.

De veeteelt komt er bekaaid af vergeleken met sommige akkerbouwproducten. Zuivel, kip en eieren kenden een prijsstijging rond de 8 procent. Varkensvlees daarentegen daalde 12 procent in prijs.

De inkomensstijgingen waren het hoogst in de Baltische staten Litouwen (39 procent) en Estland (22 procent). Litouwse boeren verdienen nu 2,5 keer zo veel als in 2000. Estse boeren zelfs bijna drie keer zoveel. Minder goed vergaat het boeren in de twee staten die pas vorig jaar tot de EU toetraden: Bulgarije en Roemenië. De inkomens zijn er gedaald met respectievelijk 8,5 en 17 procent. Ze vormen de hekkensluiters van de loonontwikkeling in de Europese landbouw.