Hèhè, hij hoeft niet meer knap te zijn

Vergeet de titel ‘the sexiest man alive’ van Richard Gere.

Vanaf deze week is hij te zien als Vadertje Amerika, een van de zeven incarnaties van Bob Dylan in I’m not There.

Richard Gere als Bob Dylan in I’m not there. Foto AFP I'm not there year : 2007 director : Todd Haynes Richard Gere PHOTOS12

Er zijn generaties vrouwen die alleen al bij het horen van de naam Richard Gere in katzwijm vallen, maar dat zijn dan meestal de vriendinnen van je moeder. Richard Tiffany Gere had iets. Heeft iets. Iets met een charmante lach, die echt in z’n ogen zit, en niet alleen getraind rondom z’n mondhoeken krult. We moeten nu wel zo’n 25 jaar terug in de tijd, toen Richard Gere (Philadelphia, 31 augustus 1949) instant sterrendom verwierf met de hoofdrollen in Looking for Mr. Goodbar (1977), Days of Heaven (1978), en vooral American Gigolo (1980) en An Officer and a Gentleman (1982).

Dat Gere toen al een hardcore mensenrechtenactivist en erelid van het Nepalese bevrijdingsfront was, was minder bekend dan de kuiltjes in z’n wangen. De glamourpers was nog niet zo nietsontziend in het publiek maken van al het private, en het world wide web, die speeltuin voor sterrenjagers en weetjesverzamelaars, was nog sciencefiction.

Weinig Hollywoodacteurs lopen zo lang mee als Richard Gere, hebben vanaf het begin van hun carrière zo’n solide uitstraling als ster, zijn ‘bank-able’ alleen al door de klank van hun naam, maar hebben er een hand in om meer dieptepunten dan hoogtepunten te kiezen om hun kunnen in te laten zien. Misschien zou je moeten zeggen dat hij een van die zeldzame Hollywoodpersoonlijkheden is die erin slagen om een karakteracteur en een sekssymbool tegelijkertijd te zijn. Al begon dat laatste hem ook wel danig te vervelen. Op de zoveelste vraag wat hij ervan vond om een seksobject te zijn, antwoordde hij alleen maar: „Wil je er eentje zien?” En ritste z’n gulp open.

Het zou er niet beter op worden toen hij in American Gigolo (naar een scenario van Paul Schrader, die ook Taxi Driver schreef) als escortboy door de seksuele onderwereld van Los Angeles dwaalde. Vervolgens probeerde hij zijn seksuele imago verder te ondermijnen door in het toneelstuk Bent een decadente homoseksueel te spelen.

En toen hij ook nog met ontbloot bovenlijf op de cover van People als ‘onwillig sekssymbool’ poseerde en het gerucht ging dat hij eigenlijk een enge homo was die een hamster in z’n anus had gepropt (serieus: dit was hét gerucht over Gere in de jaren tachtig en negentig en dankzij de recycle-industrie van internet dook het nog steeds overal op) had-ie z’n zin. Er stond niet meer op elke straathoek een hitsige fan of een jaloerse man te wachten.

Qua rollen werd het ook behelpen. In Pretty Woman (1990) werd hij door Julia Roberts van het doek gespeeld. In Primal Fear (1996) door Edward Norton. De namen van thrillers, erotische thrillers en psychologische thrillers als No Mercy (met Kim Basinger), Internal Affairs en Final Analysis (met Basinger en Uma Thurman) zijn langzaamaan uit de filmgeschiedenis weggegleden. In Dr. T. and the Women (2000) vroeg Robert Altman Gere als vrouwgekke gynaecoloog uit Dallas een parodie op zichzelf (en ‘de vrouwen’) te spelen. Gere deed remakes van Franse films: Breathless (naar Jean-Luc Godards À bout de souffle), Sommersby (Le retour de Martin Guerre, over een man met geheugenverlies, met Jodie Foster) en Intersection (Les choses de la vie van Claude Sautet). Hij was van de straat, maar dat was het dan ook wel zo’n beetje.

En toen trad hij vorig jaar opeens op in de film die nu hij in zijn filmografie probeert te verzwijgen: de groezelige thriller over kindermisbruik The Flock (het Hollywooddebuut van Hongkong-actiespecialist Andy Lau). Dieper leek hij niet te kunnen zinken. Alsof hij door al dat actievoeren met de Dalai Lama zijn gevoel voor fatsoenlijke films was kwijtgeraakt.

Zijn de rollen die hij nu speelt in The Hunting Party (als een Harald Doornbos-achtige oorlogscorrespondent op de Balkan, in de bioscopen vanaf 3 april) en vooral in I’m not There, als een van de zeven Bob Dylan-incarnaties, een comeback? Daarvoor is dat begrip in een loopbaan die ups en downs als constante beweging kent, wellicht wat te versleten. Feit is dat Gere iets nieuws kan laten zien. Hij hoeft niet meer knap te zijn, niet meer charmant te lachen, dus misschien kan hij daardoor vanaf nu, heel boeddhistisch, de innerlijke kant van zijn personages belichten.

    • Dana Linssen