Bussemaker wil richtlijn vroeggeborenen

Staatssecretaris Bussemaker (Volksgezondheid, PvdA) wil dat artsen een richtlijn opstellen over het omgaan met extreem vroeg geboren kinderen. Die richtlijn, zegt zij, kan reden zijn voor een discussie over de levensvatbaarheidsgrens van foetussen.

De levensvatbaarheid van een kind buiten de baarmoeder is gekoppeld aan de termijn waarop abortus nog is toegestaan. Deze termijn ligt nu op 24 weken zwangerschap. Bussemaker ging gisteren in een Kameroverleg over medische ethiek in op de vraag van Kamerlid Ormel (CDA) om een onderzoek naar deze termijn. Volgens Ormel is de levensvatbaarheid van jonge foetussen door medisch-wetenschappelijke ontwikkelingen vergroot, waardoor de abortusgrens wellicht omlaag zou moeten.

Bussemaker noemde dit de meest ingewikkelde medisch ethische discussie. Hoewel zij de deur op een kiertje zette voor een discussie over de verlaging van de abortusgrens, zei zij ook dat de evaluatie van de abortuswet geen aanleiding gaf om de grens te bekorten. Een meerderheid in de Tweede Kamer steunt haar daarin.

In Nederland is afbreking van een zwangerschap toegestaan tot 24 weken. Die termijn staat niet in de wet, maar is de uitkomst van het politiek-maatschappelijk debat over de afbreking van zwangerschap. Toen de wet in 1981 van kracht werd, gingen artsen er van uit dat kinderen levensvatbaar waren vanaf 6 maanden zwangerschap. Kinderen die vóór 6 maanden worden geboren, worden niet behandeld, waardoor zij overlijden. Vanwege een zekerheidsmarge van 2 weken, kan er nu abortus plaatsvinden tot 24 weken.