Brussel bindt in bij milieusanctie

EU-lidstaten moeten de vervuiling door schepen op zee strafrechtelijk streng aanpakken. Maar het vaststellen van de precieze strafmaat voor bijvoorbeeld olielozingen blijft een zaak van de afzonderlijke lidstaten.

Dit heeft de Europese Commissie gisteren voorgesteld. Het voorstel verplicht de lidstaten overtreders dermate hard te straffen dat potentiële vervuilers worden afgeschrikt.

Het voorstel markeert een belangrijke wijziging ten opzichte van eerdere pogingen van de Commissie de strafmaat voor milieudelicten te harmoniseren. Brussel had voorgesteld dat alle EU-landen 1,5 miljoen euro moesten kunnen eisen van vervuilende kapiteins, reders en opdrachtgevers. Dit is nu van de baan.

De ommezwaai volgt op een uitspraak van het Europees Hof van Justitie van oktober vorig jaar. Het hof bepaalde toen dat de EU wel bevoegd is lidstaten te verplichten bepaalde misdrijven met strafrechtelijke sancties te bestrijden, maar dat zij niet kan voorschrijven wat de aard en de hoogte van de op te leggen sancties moeten zijn.

Twee jaar geleden selecteerde de Europese Commissie een tiental ernstige, grensoverschrijdende delicten waarvan zij gemeenschappelijke, Europese bestrijding dringend geboden acht. Behalve zware milieucriminaliteit en verontreiniging door schepen betreft dat valsemunterij, kredietkaartfraude, witwassen van crimineel geld, hulpverlening aan illegalen, omkoping in het bedrijfleven, internethacking, btw-fraude en schending van intellectueel eigendom (met namaakartikelen).

De lidstaten bonden de Commissie toen op het hart „voorzichtig en prudent” te werk te gaan in haar streven naar strafrechtelijke harmonisatie op deze terreinen, omdat het een gevoelig onderwerp betreft dat de kern van de nationale soevereiniteit raakt.