Aanslagen in Lahore: ruim twintig doden

In de Pakistaanse stad Lahore zijn gisteren bij twee zelfmoordaanslagen zeker 22 doden en 180 gewonden gevallen. Het is de derde keer in twee maanden dat Lahore, het culturele centrum van het land, is getroffen in de reeks aanslagen die vorige zomer begon.

Rond half tien ’s ochtends ging een bom af bij de receptie van het gebouw van de federale recherche, in het centrum van de stad. De politie denkt dat het om een autobom ging. In het gebouw, dat zwaar beschadigd werd, waren op dat moment enkele honderden mensen aan het werk. Er vielen twintig doden en naar schatting 120 gewonden. De tweede explosie, vermoedelijk ook een zelfmoordaanslag met een autobom, had plaats in een tien kilometer verderop gelegen woonwijk, dichtbij het huis van Asif Ali Zardari, leider van de Pakistaanse Volkspartij. Daarbij werden twee kinderen gedood en raakten volgens de ziekenhuizen zestig personen gewond.

Vorige week vielen vijf doden bij een zelfmoordaanslag op een marineschool in de stad. In januari werden zeker twintig politieagenten gedood die een demonstratie van juristen voor het gerechtsgebouw moesten begeleiden. „Het wordt nu duidelijk dat de terroristen het gemunt hebben op de ordediensten van de staat”, zei politiecommissaris Malik Mohammad Iqbal gisteren.

De aanslagen van gisteren zijn niet opgeëist, maar politie en regering vermoeden dat zij het werk zijn van moslimextremisten uit de grensgebieden met Afghanistan. Die worden verantwoordelijk gehouden voor de tientallen aanslagen die sinds vorige zomer zijn gepleegd, niet alleen in gebruikelijke probleemgebieden maar ook in de grote steden. Veel aanslagen zijn gericht tegen leger en politie.

Sinds het begin van het jaar zijn in Pakistan zeker 500 doden gevallen bij extremistisch geweld. In Afghanistan zijn dat er ruim 200. (AP, Reuters)

Lees meer over de situatie in Pakistan: nrc.nl/pakistan