Wie wordt bestolen moet zich toch beheersen

Op deze pagina’s staan regelmatig stukken over de zin van de rechtspraak.

Vandaag: de rechter spreekt de vrouw in de tasjesdiefzaak vrij van doodslag.

Illustratie Lobke van Aar Aar, Lobke van

Vorige week sprak de Rechtbank Amsterdam de vrouw die de dief van haar tasje tegen een boom dood reed, vrij van doodslag. Ze kreeg wel een werkstraf van 180 uur wegens gevaarlijk rijgedrag. Het openbaar ministerie (OM) had 30 maanden cel geëist.

1Wat waren de feiten?

Op 17 januari 2005 wordt in een smalle straat in Amsterdam het rechter voorportier van een stilstaande auto bij een stoplicht open gerukt. Een jonge man grist een damestas van de voorstoel, holt naar de achterkant van de auto en springt achterop de brommer van een wachtende vriend. Samen rijden ze vol gas weg in tegengestelde richting.

De vrouw achter het stuur draait haar raampje open en roept de jongens achterna dat er ‘niks bijzonders’ in die tas zit. Als de jongens niet reageren, schakelt de vrouw de auto in de achteruit en rijdt hen met hoge snelheid na. Ze stuurt daarbij met haar linkerhand en kijkt over haar rechterschouder naar achteren.

Als ze de jongens niet meer ziet, draait ze zich verder naar achteren en trekt daarbij het stuur te veel naar links. De achteruitrijdende auto zwiept daardoor naar rechts. Ze verliest de controle over de auto. De linkerachterzijde van de auto botst tegen de brommer, die ze bleek te hebben ingehaald. Daardoor zag ze de jongens ook niet meer door de achterruit.

Door de klap belandt de vriend in een portiek van een woning. De passagier komt half onder de auto terecht, die een paar paaltjes raakt en tegen een boom tot stilstand komt. Daar sterft hij, aan een gebroken nek. Tussen het stoplicht en de boom zitten niet meer dan 40 meter.

2Wie zijn de betrokkenen?

De dief is een 19-jarige Nederlander van Marokkaanse afkomst. Hij steelt vaker. Net die ochtend had hij zich voor de rechter moeten verantwoorden. De automobilist is een 46-jarige Nederlandse van Surinaamse afkomst. Zij is vaker beroofd en heeft vaker te hard achteruit gereden. In 1995 werd in diezelfde straat haar mobiele telefoon uit haar tas gestolen. Ook toen ging ze de dader achterna met haar auto. Toen kreeg ze haar telefoon terug. In 2004 kreeg ze een waarschuwing van de politie wegens achteruit rijden op de vluchtstrook van de snelweg. (Ze was geflitst en reed achteruit om verhaal te halen bij het flitsteam.)

3Waarom duurde het drie jaar voordat de zaak behandeld werd?

Dat is deels gezichtsbedrog. Er is in die drie jaar veel gebeurd, mede op verzoek van de automobiliste. Zij diende bijvoorbeeld een bezwaar in tegen de vervolging, dat niet werd gehonoreerd. Ook wilde zij eerst niet meewerken aan een psychologisch onderzoek. Haar advocaat vroeg ook om technische onderzoeken, die volgens justitie nogal ingewikkeld waren. Bijvoorbeeld een tijdrovende reconstructie van de aanrijding. Een verdachte heeft dus ook invloed op de lengte van de procedure. De klacht van de verdediging dat de verdachte lang heeft moeten wachten is dus relatief.

4Waar was de eis van het OM op gebaseerd?

Het openbaar ministerie rekent de vrouw de uitspraak bij de politie zwaar aan dat ze de brommer wilde ‘aantikken’. Ze heeft dus opzettelijk geprobeerd de dief te raken met haar auto. Daarmee heeft ze bewust de kans genomen dat ze de tasjesdief zwaar lichamelijk letsel zou toebrengen, mogelijk zou doden. Dit wordt voorwaardelijk opzet genoemd. Dat er sprake was van doodslag baseerde het OM ook op de verklaringen van vijf getuigen („Wat doet ze nu?!”), haar algemene rijgedrag en het bekende feit dat bij een aanrijding met een auto de bestuurder van een brommer een veel hoger risico loopt. Ze heeft de kans aanvaard dat ze met haar auto de dief zwaar letsel toe zou brengen waaraan die kon overlijden. Zij speelde dus voor eigen rechter.

5Was haar gedrag niet volkomen begrijpelijk?

De officier van justitie vond van niet. Er was geen noodzaak voor een onmiddellijke verdediging. De jongens waren al weg. Wat ze met haar auto deed stond niet in verhouding tot de diefstal van een tas. Ze had daarvan zelf geroepen dat er niets bijzonders in zat. En de vrouw had zich kunnen inhouden, door na een paar meter te stoppen.

De verdediging vond haar gedrag wel te rechtvaardigen. Het zou een ongeluk met fatale gevolgen zijn geweest, waarbij de vrouw in een mengeling van paniek, verbazing, ontsteltenis en angst achter de dief was aangereden. Die brommer had ze per ongeluk geraakt. Wat ze deed was nodig en geboden onder die omstandigheden. Iedereen zou zo reageren. En de gevolgen zijn te excuseren omdat ze in een heftige draaikolk van emoties en gevoelens zat.

Er zou volgens de advocaat sprake zijn van noodweer: een noodzakelijke verdediging tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding. En ook van noodweerexces. Een excuseerbare overschrijding van de grenzen van noodzakelijke verdediging als gevolg van een heftige gemoedsbeweging. En verder van psychische overmacht: een van buiten komende drang waaraan redelijkerwijs geen weerstand kan worden geboden.

6Waarom vond de rechtbank dat er geen sprake was van doodslag?

De rechtbank vindt dat de verklaring over het ‘willen aantikken’ niet letterlijk hoeft te worden opgevat. Dat de vrouw te emotioneel was om haar woorden precies op juridische waarde te kunnen schatten vinden de rechters ‘aannemelijk’. Aan verklaringen kort na een ongeval mogen „zulke zwaarwegende conclusies” niet worden verbonden.

Ook denken de rechters niet dat er voorwaardelijk opzet in het spel was. Alleen maar hard achteruit rijden is niet genoeg om aan te nemen dat de vrouw de kans voor lief nam dat ze de jongen dan ook zou doodrijden. Ze deed wat ze bij een eerdere beroving ook al eens deed en toen met succes. En dat ze daarbij te veel naar rechts stuurde was ongewild. Geen doodslag of opzettelijk toebrengen van letsel dus.

Maar wel ‘roekeloos rijgedrag’. Bij achteruit rijden is goed sturen en goed zicht al moeilijk. Achteruitrijden is een bijzondere manoeuvre met extra risico’s. Dat vraagt juist om extra voorzichtigheid. Dat is niet gebeurd – eerder het tegenovergestelde.

De verweren noodweer, noodweerexces en psychische overmacht accepteren de rechters niet. Weliswaar zal iedereen proberen z’n tas terug te krijgen maar het inzetten van een ‘levensgevaarlijke achtervolging’ vloeit daaruit niet voor iedereen logisch voort. Voor een ‘hevige gemoedsbeweging’ bij de automobiliste pal na de diefstal was geen aanwijzing. Die kwam pas na het dodelijke ongeval. Zij handelde bij de diefstal beredeneerd: raampje open draaien, roepen en daarna achteruit rijden. Zelf verklaarde ze door de diefstal perplex te zijn geweest. Het hard achteruit rijden in een smalle straat acht de rechtbank sowieso niet in verhouding tot het geleden verlies. Deze manier van verdediging door de automobiliste tegen de dief was ‘niet noodzakelijk en niet geboden’.

7Maar waaróm vinden de rechters dat?

Het is hun redelijk oordeel: een mix van gezond verstand, taxatie van de situatie, normen over wat zij voor normaal menselijk handelen houden, mede gebaseerd op eerdere oordelen in vergelijkbare zaken. In hoger beroep kan het hof hier overigens totaal anders over oordelen. In vonnissen zit een persoonlijk element.

8Wat moet je onthouden van dit vonnis?

Wie een ander in het verkeer doodrijdt en voor de rechter wordt gedaagd moet berouw tonen. „Ter terechtzitting was enige vorm van berouw jegens de familie van het slachtoffer op zijn plaats geweest”, krijgt de automobilist te horen.

Wie wordt bestolen moet zich bij z’n reactie beheersen. Dus niet roekeloos achteruit in smalle straten de achtervolging inzetten.

Wie driftig is en situaties slecht inschat is daarom niet straffeloos.

Ook een tasjesdief heeft recht op leven. Zijn slachtoffer mag hem „niet de kans ontnemen zijn leven een positieve wending te geven.”

Lees het vonnis en een samenvatting van het requisitoir op nrc.next.nl/links

    • Folkert Jensma