Werknemer krijgt hetzelfde pensioen voor meer geld

De werkgevers vrezen de kosten van de vergrijzing. Zij willen minder bijdragen aan de pensioenen van hun werknemers. Pensioenen zijn al duur genoeg, vinden ze.

De lastenverlichting van de een is een kostenpost voor de ander.

De werkgeversorganisaties onder leiding van VNO-NCW willen de rekening voor de kosten van de vergrijzing anders gaan verdelen. Nu betalen werkgevers grosso modo tweederde van de pensioenpremies voor het werknemerspensioen. Dat moet naar half-om-half.

Consequentie: 4 miljard euro pensioenpremies extra voor werknemers. Hetzelfde pensioen voor meer geld. De pensioenpremies waren in het laatst bekende jaar (2006) samen 24 miljard. Zij zijn dit decennium een van de sterkst stijgende kosten van bedrijven.

De beoogde nieuwe kostenverdeling staan in gisteren gepubliceerde voorstellen voor een ‘weerbaar en wendbaar pensioenstelsel’. Vakcentrale FNV wees deze ‘bezuinigingsvoorstellen’ direct en ‘met kracht’ van de hand.

Discussie gesloten?

Kleine kans. Het is de werkgevers menens. Meten is weten: de vorige pensioennota van VNO-NCW uit 2003 telde 24 pagina’s. Die van gisteren het drievoudige.

De groeiende pressie is meer dan een logisch vervolg op de groeiende bedragen. Hoeveel kosten zitten nog in het vat? Vergrijzing is naast ‘verkleuring’ van de samenleving een van de onverbiddelijke trends de komende vijftien tot twintig jaar.

Pensioenen raken alle Nederlanders. Meer dan 90 procent van de werknemers spaart via zijn werkgever verplicht voor een pensioen bovenop de AOW. In het pensioenspaarvarken zit inmiddels zo’n 700 miljard euro. Dat is meer dan de jaarlijkse productie van goederen en diensten van Nederland. Het spaarvarken wordt beheerd door werkgevers en vakbonden samen, met hier en daar wat gepensioneerden.

In ons omringende landen staan pogingen tot versobering van pensioenen garant voor maatschappelijke onrust. In Nederland is dat net wat anders. De grootste verandering, de koppeling van pensioenen aan het gemiddelde loon tijdens een loopbaan in plaats van aan het laatste loon, is bij bedrijven en overheden zonder veel straatprotest ingevoerd in 2003 en 2004. Maar kom niet aan de fiscale regels voor eerder stoppen met werken. Dan drommen honderdduizenden op zaterdagmiddag naar het Amsterdamse Museumplein.

De lobby van de werkgevers wil nu twee van de grootste onzekerheden voor het bedrijfsleven rond pensioenkosten wegnemen. De eerste hangt samen met de kapitaalaccumulatie bij de pensioenfondsen. Nederland heeft zoveel kapitaal gespaard dat het pensioenfonds van menig bedrijf meer vermogen heeft dan de onderneming waarvoor zij werkt. De fluctuaties op de aandelenmarkt en de hoogte van de rente hebben meer impact op een pensioenfonds dan de CAO-onderhandelingen van werkgevers en vakbonden.

Dat maakt ondernemingen in slechte beursjaren, zoals 2001-2003, kwetsbaar voor eventuele tekorten bij hun pensioenfonds. Al is dat eerder een moreel gevoelde kwetsbaarheid dan een juridisch afdwingbare betalingsplicht. De kwetsbaarheid vinden de werkgevers een extra probleem omdat zij vanwege verscherpte regels van De Nederlandsche Bank niet meer zo gemakkelijk de pensioenpremies kunnen verlágen als hun pensioenfonds een prima positie heeft. Dat was in de jaren negentig wel anders. De beurshausse van toen ging gepaard met vergaande premieverlagingen. Fijn voor bedrijfswinsten. Goed voor koopkracht van werknemers.

De tweede onzekerheid die werkgevers zorgen baart zijn de acties van de internationale accountants. Zij hebben de vergrijzingskosten ook herkend als een majeur onderwerp met financiële risico’s voor ondernemingen. Probleem voor Nederland: ons pensioensysteem is dusdanig uniek dat het niet gemakkelijk past in de door Angelsaksische opvattingen geregeerde boekhoudregels.

De werkgevers willen nu het zekere voor het onzekere nemen. Zij zijn bang dat de toekomstige jaarlijkse prijscompensatie (zogeheten indexatie) op pensioenen hen als een molensteen om de nek komt te hangen. Het gaat maar om een paar procent per jaar, maar dan wel over een periode van tientallen jaren. Zij willen de indexatie-afspraken per pensioenfonds vergaand afzwakken, maar wel bij CAO-onderhandelingen „globale afspraken” maken.

Daarmee zouden zij de grootste pressiegroep in opkomst, die van de gepensioneerden, buiten spel zetten. Ouderen willen meer macht in pensioenfondsen, maar vakbonden en werkgevers weigeren dat. Gepensioneerden staan buiten CAO-onderhandelingen, maar hebben alle belang bij automatische prijscompensatie.

    • Menno Tamminga