‘We worden ingehaald door China’

Directeur Jan-Willem van der Wal van InnoSportNL constateerde dat China DNA en sport verbindt. „We moeten in Nederland een standpunt bepalen.”

Jan-Willem van der Wal Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold den haag jan willem van de wal foto rien zilvold NRC Handelsblad

Hij voelt zich een man van de wereld, maar twee weken geleden keerde Jan-Willem van der Wal nederig terug uit China. De directeur van InnoSportNL, het nationale centrum voor Sport en Innovatie, ontdekte bij een werkbezoek, dat het land waar komende zomer de Olympische Spelen worden gehouden op het gebied van wetenschappelijke ontwikkelingen in de sport aanzienlijk verder is dan hij vermoedde. Zijn conclusie: „We worden links en rechts ingehaald door China.”

Het duizelt Van der Wal nog van de indrukken als hij weer heeft plaatsgenomen achter zijn bureau op het nationale sportcentrum Papendal. Dan denk je in Nederland vergevorderd te zijn met de integratie van sport en wetenschap, blijk je de Chinezen weinig nieuws te kunnen vertellen. Ja, in het voetbal is een kennisachterstand, maar als het gaat om onderzoek naar genetische invloeden op sportprestaties of de invloed van hersenen op de sportprestaties loopt China voor de troepen uit. Van der Wal verwonderd: „Het was alsof ik Baron van Münchhausen zichzelf opnieuw aan zijn haren uit het moeras heb zien trekken.”

Van der Wal maakte in China deel uit van de delegatie van Jet Bussemaker, de staatssecretaris van Sport. Zijn voordacht over innovatie in de sport – evenals die van de wetenschappers Geert Savelsbergh (visuele perceptie), Nico Delleman (ICT en sport) en Koen Lemmink (analyses teamsporten) – werd volgens Van der Wal met grote belangstelling aangehoord. Omgekeerd was er vaak sprake van verbazing, bijvoorbeeld omdat de Chinezen op de sportuniversiteit van Peking al uitgebreid studie blijken te maken van het DNA van sporters. Vooralsnog onderzoeken ze of een DNA-profiel de belastbaarheid tijdens trainingen kan bepalen, maar Van der Wal beseft dat de stap naar genetische modificatie snel is gemaakt.

Dat roept de vraag op of Nederland ook DNA en sport moet verbinden en welke ethische belemmeringen er dan zijn. Op de eerste vraag geeft Van der Wal een duidelijk antwoord: het is onvermijdelijk. „Als er in China nu al studie wordt gemaakt van DNA-profielen van sporters kunnen we daar in Nederland niet voor weglopen. Sterker, ik denk dat dé vraag voor de komende jaren is of we de genetica moeten gebruiken bij de voorspelling van sportprestaties. Ik vind van wel, al is het maar om mensen die evident talentloos zijn ervan te weerhouden zich jarenlang het schompes te trainen.”

Nee, de keus voor een sport en de trainingsintensiteit wil Van der Wal niemand ontzeggen, maar hij wijst wel op de gevolgen. „Als een sporter van een trainer het signaal krijgt, dat hij het kan gaan maken door middel van hard trainen, richt hij zijn leven daarop in. Dan praat je over werk, studie en eventueel overheidsgeld dat in de begeleiding wordt gestoken. Iemand tien jaar lang duizend uur per jaar laten trainen en een perspectief te bieden dat er niet is, vind ik asociaal. Het is beter om te zeggen: We gaan niet verder met jou. Dat is niet leuk, maar wel eerlijk. Als een sporter voor de keus staat professional te worden, waarom zou je dan aan de hand van een DNA-profiel niet bekijken waar zijn limieten liggen? We vinden het bij een beroepskeuze toch ook normaal dat er een intelligentie- of capaciteitstest wordt afgenomen?”

Veel verder wil Van der Wal uit ethische overwegingen niet gaan. Hij zou niet graag zien dat uit sportieve ambities aan DNA wordt gesleuteld. De directeur van InnoSportNL: „Wil je dat straks toekomstige ouders een olympische kampioen kunnen bestellen? Of dat je een zoon krijgt die beter kan verspringen dan zijn vader (Van der Wal is een oud-verspringer, red.)? Dan zeg ik: nee, dat is niet één, maar twee stappen te ver.”

Van der Wal heeft niet kunnen beoordelen of er op de sportuniversiteit in Peking al sprake is van genetische manipulatie. De Chinezen antwoordden desgevraagd van niet. Desondanks was zijn bezoek een eyeopener. „Tijdens de presentatie over de toepassing van DNA-profielen dacht ik: Dit is niet langer de ver-van-mijn-bed-show. De tijd is voorbij dat wij in Nederland in abstracte termen over genetica en sport spreken. Het feit dat de Chinezen er onderzoek naar doen, betekent dat wij er een vraagstuk bij hebben gekregen waar we niet voor kunnen weglopen. De wetenschappers moeten maar beoordelen of we de Chinezen moeten kopiëren of het zelf moeten onderzoeken, maar dat we een standpunt moeten innemen, lijkt mij onvermijdelijk.”

Graag had Van der Wal gezien dat de Chinezen ook dieper op hun onderzoek naar neuromusculaire coördinatie waren ingegaan. Maar daarover hielden ze hun kaken op elkaar. Volgens Van der Wal omdat zij op een goed moment het gevoel hadden dat ze die Nederlanders al genoeg in de keuken hadden laten kijken. „Toen we op dat onderwerp doorvroegen, zeiden ze: ‘We hebben genoeg verteld, nu jullie.’ Maar het staat vast dat ze er grondig studie van maken. Het functioneren van de hersenen in relatie tot de motoriek vinden de Chinezen een belangwekkend thema. En dat is ook zo, want elke spier en elke botje is intussen gelokaliseerd. Maar de hersenen zijn wetenschappelijk nog lang niet uitgelicht. Ze hadden ook buitengewoon veel belangstelling voor het verhaal van Savelsbergh over de wijze waarop beginnende en gevorderde topsporters een wedstrijd beleven. Als je die perceptie kunt beïnvloeden, kun je dan ook de wedstrijd beïnvloeden? Van de tolken begreep ik dat het onderwerp aansluit bij hun onderzoek.”

Het viel Van der Wal op dat de Chinese wetenschappers nauw samenwerken met de sporters. In de stad Guangzhou werkt een zogenoemd research-serviceteam van onderzoekers dat de olympische sporters continue ter beschikking staat. Van der Wal: „En als ik de Chinezen mag geloven hebben de wetenschappers zelfs een stem in welke sporter naar een groot toernooi wordt uitgezonden. Zover zijn we in Nederland nog niet. De topsporter vindt het eerder een verstoring van zijn training als een wetenschapper langskomt.”

Bijzondere belangstelling hadden de Chinezen voor de teamsportanalyses die in Nederland worden toegepast bij Vitesse en FC Groningen. Bij de club uit Arnhem worden alle acties van de spelers gerelateerd aan het functioneren van het team en in Groningen is het onderzoek gericht op de tactiek. En de Chinezen, die bekend staan als voetballiefhebbers, wilden er alles van weten. Bovendien wilde ze, tot verrassing van Van der Wal, ook direct zaken doen. „Er was mij verteld dat je met Chinezen eerst een vertrouwensband moet opbouwen en pas dan aan onderhandelingen toekomt. Nou, ik heb vier à vijf keer meegemaakt dat me na tien minuten werd gevraagd: ‘Wat kost het en waar kan ik het kopen?’ Dat gebeurde onder andere met onze uitleg over het startanalyse-project van de zwemmers bij trainer Jacco Verhaeren in de Tongelreep in Eindhoven. Het bleek dat ze daar zelf ook onderzoek naar doen, maar niet wisten hoe ze op basis van lichaamskenmerken een ideale start kunnen berekenen. De videoanalyse, waar onder anderen Pieter van den Hoogenband mee werkt, wilden ze onmiddellijk kopen.”

Hoewel de Chinezen op vele wetenschappelijke gebieden een voorsprong hebben, wilden ze graag een samenwerkingsverband aangaan. Van der Wal heeft namens InnosportNL daarover afspraken gemaakt met het China Institute for Sports Science in Guangzhou. Maar alles op zijn tijd. De Chinese wens om nog in maart op tegenbezoek te komen, heeft hij vriendelijk maar beslist afgewezen. „Het zou naïef zijn om te stellen: Jongens, kom maar, we stellen onze expertise ter beschikking. Slowly, slowly catch a monkey.” Met een knipoog: „Ik heb verteld dat ze in september, na de Olympische Spelen, van harte welkom zijn. Eerder lukt niet, omdat we hun bezoek goed willen voorbereiden. We moeten het zorgvuldig doen, maar met de nodige argwaan. Je moet tegenover Chinezen voorzichtig zijn met het intellectuele copyright.”

    • Henk Stouwdam