Vrijspraak is ook recht

Zelden maakt een Gerechtshof zulke korte metten met een strafdossier en in zulke scherpe bewoordingen als in de vrijspraak gisteren van de zakenman Kouwenhoven. In dit geval krijgt bovendien de advocaat van de verdachte een schouderklopje van het Hof. De verdediging wist aan het dossier zoveel ontlastende informatie toe te voegen dat de aanklacht erdoor in een ander licht kwam te staan. Tegenover gebreken in de opsporing staan dus prestaties bij de verdediging. Gelukkig is de democratie met een evenwichtig strafproces, waarin verdenking niet automatisch tot veroordeling leidt. Er zou pas echt reden tot klagen zijn als het Openbaar Ministerie altijd gelijk krijgt.

Het is te dan ook te betreuren dat na deze definitieve vrijspraak ook parlementariërs als Van Velzen (SP) erop blijven hameren dat Van Kouwenhoven heus wel een motief had. Het Hof zegt nu juist dat voor een veroordeling meer nodig is dan het etiket van ‘usual suspect’. En dat kon dus niet bewezen worden. Op tijd zwijgen na een vonnis is een talent dat in de politiek wordt onderbenut.

De gebreken die het Hof bij de opsporing signaleert, klinken intussen akelig bekend. Onvoldoende oog voor ontlastende informatie, geen kritische toetsing van getuigenverklaringen, waardoor de rechter op het verkeerde been kan worden gezet. Dergelijke kritiek gaat het bestek van een toch al moeilijk proces over oorlogsmisdrijven in Afrika ver te buiten. Er klinkt kritiek in door die eerder is verwoord door de Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken. Met name het sturen van getuigenverklaringen en het selectief citeren is een bekende zwakte. Ook in de Schiedammer parkmoord, de Puttense moordzaak en de Enschedese tuchtzaak bleken veel verklaringen uiteindelijk onjuist of dubieus. Scoringsdrift en tunnelvisie, luidt de diagnose. Kennelijk wordt de rechter met regelmaat onjuist voorgelicht, waardoor verkeerde beslissingen dreigen.

Het Hof in Den Haag heeft zich niet in de luren willen laten leggen. Het Openbaar Ministerie, maar ook de rechter-commissaris wordt verweten dat ze zijn meegegaan in het zwakke politieonderzoek. Tijdens de zitting ging men helemaal niet of niet onderbouwd in op nieuwe informatie. Ook dat zijn ‘leermomenten’ voor het Openbaar Ministerie.

Zonder meer het ernstigste verwijt is dat de rechten van de verdachte zijn geschonden. Het parket en de politie worden geacht onbevangen de waarheid te achterhalen. Daarbij moet evenwichtig en kritisch worden omgegaan met bewijsmateriaal. Dat dat niet is gebeurd, mag niet zonder consequenties blijven. In de eerste reacties van het parket klonk al een mea culpa door. Kennelijk zag men de bui hangen.

Ten slotte vraagt het Hof zich af of het überhaupt verstandig is Nederlandse opsporingsautoriteiten in een ver buitenland oorlogsmisdrijven te laten opsporen. Daarover is juist wél een politiek debat gewenst. De minister van Justitie mag worden aangesproken op het functioneren van de nationale recherche in deze zaak.