Schrijvers in gewone doen

De opening van de Boekenweek in 1967 met het Boekenbal werd door de KRO op tv uitgezonden. Bernlef, de schrijver van het huidige Boekenweekgeschenk, presenteerde het programma.

Zie: www.hetbesteboek.nl Posthuma de Boer, Eddy

„Nog nooit was er zo’n rare opening geweest. Iedereen vond het leuk om mee te doen. Niemand zei nee en ze kwamen ’s middags allemaal zoet voor de repetitie opdraven.” Bernlef, auteur van het Boekenweekgeschenk 2008, denkt geamuseerd terug aan de opening van de Boekenweek 1967. Op 24 februari presenteerde de toen 30-jarige schrijver het programma na de pauze, dat onder de titel Verveel u met volle teugen liet zien wat schrijvers zoal doen. Zelden was presenteren zo’n letterlijke zaak, blijkt uit het bewaard gebleven script van Rinus Ferdinandusse en K. Schippers. Vijfentwintig schrijvers voerden uit wat Bernlef aankondigde. Van Wachten door A. Alberts tot Slapen door Adriaan Morriën. Er werd gelopen door Simon Carmiggelt en Ernst van Altena, gedronken door Jan Elburg en Gerrit Kouwenaar, een pijp gestopt door Hans Redeker, thee gezet door Jan Hanlo, gegeten door Cees Buddingh’, Heere Heeresma, Marga Minco en Renate Rubinstein, geschreven door Jan Holsbergen, een wijngrog bereid door Wina Born. De executanten kregen de opdracht: „echt te doen wat er staat en niet omdat het simpel lijkt een gebeurtenis opsieren.”

Geheel naar de aard van het tijdschrift Barbarber, dat Bernlef en Schippers samen met G. Brands leidden, ging het erom het alledaagse onopgesmukt te tonen. Er werd driekwartier voor uitgetrokken.

Bernlef noemt het een wapenfeit, dat het programma zonder mankeren op televisie werd uitgezonden, door de KRO. „Het was een avontuurlijke tijd.”

Dat avontuurlijke zorgde in de aanloop naar het Boekenbal voor ongerustheid bij de Vereeniging voor de Belangen des Boekhandels. Publiciteit voor het boek via de televisie opende weliswaar nieuwe wegen, maar had haar prijs. De koningin, doorgaans aanwezig op het literaire feest, kwam niet omdat, aldus de bestuursnotulen van 2 februari, „het commerciële element gaat prevaleren boven het culturele”. Geschrokken nam men voorts kennis van een boos telefoontje van de burgemeester van Amsterdam. Van Hall vond het „een belediging” te zijn uitgenodigd voor de opening „waar Ferdinandusse en Vrijman optreden”. Dat de journalist Rinus Ferdinandusse en de cineast Jan Vrijman de openingsavond organiseerden, was nieuws voor het bestuur. Dat kreeg je met zo’n nieuwe opzet: stunts voor grotere publiciteit brachten onvermijdelijk grotere risico’s en nu bestond het gevaar van „afglijden”. Kon men de heren tot matiging aansporen? Maar hoe? De teksten waren nog niet bekend. De CPNB, de propagandacommissie van de Vereeniging, had geen invloed, en op tv-uitzendingen kon ze niet censureren. .

Wat was de oorzaak van de ophef? Waardoor was de burgemeester beledigd?

„Van Hall beschouwde mij als de vijand.” Ferdinandusse schetst desgevraagd de achtergrond. Het satirische tv-programma Zo is ’t toevallig ook nog ’ns een keer had in maart 1966 een sketch gemaakt waarin Van Hall er van langs kreeg vanwege zijn oproep tot een radiostilte rond de rellen in Amsterdam. De Vara hield zich aan de oproep, en verbood uitzending, waarop de makers, onder wie Ferdinandusse, terstond hun programma stopten.

De droge repetitie op de middag van het Boekenbal verliep vlekkeloos. ’s Avonds zorgde een enorme verkeerschaos rond de RAI voor een langzaam en rumoerig vollopende zaal; de meeste heren in smoking, hun dames in minirok. De jaren zestig waren het Boekenbal binnengedrongen. Maar nog niet helemaal. De parade van schrijvers in gewone doen werd met stijgende afkeuring afgenomen, al merkten zij daar weinig van: wachtend in de coulissen volgden de meesten het voorbeeld van Jan Hanlo die zijn podiumvrees bestreed met jenever. Items werden geschrapt of minder vast uitgevoerd dan voorgeschreven. Dorstig stortte het uitgelezen publiek zich daarna op de buffetten en danste tot het ochtendgloren op beatmuziek.

„Boeken zijn géén gewone goederen, en schrijvers géén gewone mensen”, gispte boekhandelaar Bunge in het vakblad. De CPNB plaatste een apologie over het Boekenbal ‘modern style’. Lang discussieerde de Vereeniging over de voors en tegens van popularisering. Van Hall kwam niet meer ter sprake. Onder druk van het kabinet-De Jong legde hij op 30 juni zijn functie neer.