Realiteit legt het af tegen fictie

Bernlef wijdde zijn Boekenweekgeschenk aan de ‘pianoman’, die drie jaar geleden woordeloos opdook op een Brits strand. Het is het beste halve geschenk sinds jaren.

Eigenlijk leek hij vooral te zijn aangespoeld om Bernlef tot inspiratie te dienen: de ‘pianoman’ die drie jaar geleden drijfnat opdook op een Brits strand, weigerde te spreken, maar wél piano bleek te kunnen spelen. Gefundenes Fressen voor een schrijver die al bijna een halve eeuw schrijft over de verhouding tussen taal en herinnering en die ook nog jazzverslaafde is. Een verrassing is het dus niet dat Bernlef de grootste ereklus uit de Nederlandse letteren, het schrijven van het Boekenweekgeschenk, heeft aangegrepen om zich de ‘pianoman’ literair toe te eigenen.

Nu ja, pianoman? Bernlef heeft er een pianojongen van gemaakt. Het Boekenweekgeschenk begint in de keuken van het zeer zwijgzame gezin waarin de jonge Thomas Boender wordt geboren. En de P.C. Hooftprijswinnaar van 1994 maakt zijn reputatie meteen waar. Neem de derde zin van het boekje: ‘Monosyllaben die tussen hun strakke lippen op de glimmend gepolitoerde eetkamertafel ploften daar even bleven liggen om vervolgens in de opnieuw ingetreden stilte op te gaan.’ Wanneer de jonge Thomas na vier jaar zijn eerste woorden spreekt (‘Honger. Koek’), vraagt zijn vader achterdochtig aan zijn moeder: ‘Heb jij hem dat geleerd?’.

Ook in het verloop van zijn jeugd heeft Thomas Boender het moeilijk met woorden en de mensen die ze gebruiken. Prachtig beschrijft Bernlef hoe de taalachterstand van het kind een achterstand in alles wordt: ‘Taal was voor hem een stuk gereedschap, hard en doelgericht’ en ‘Ook de woorden waren niet zijn eigendom. Hij sprak ze uit of hij ze te leen had.’ Wel leert Thomas van zijn schooljuf een beetje pianospelen. Zijn vader boezemt hem grote angst in. ‘Zijn zwijgen zit vol messen’ denkt Thomas. En dus neemt hij op zijn achttiende de benen naar Amsterdam. In het kielzog van een meisje dat als levend standbeeld werkt, reist hij vervolgens door naar Parijs en naar Engeland.

Thomas baant zich een weg door de wereld, doodsbang voor alles wat met taal te maken heeft (‘Het hele alfabet leek zich op hem te willen storten’ heet het als hij onder de lichtreclames op het Damrak loopt), maar nogal onverschrokken waar het de stad en de mensen betreft. En zelfs blij verrast wanneer een Amerikaanse student hem bij een urinoir woordeloos masturbeert.

Zo schetst Bernlef in het eerste deel van het boek een memorabel portret van zijn pianojongen, precies geschreven, goed uitgedacht en voortgedreven door een nooit aflatende nieuwsgierigheid. Het eerste deel is dan ook een van de beste halve Boekenweekgeschenken van de laatste jaren.

Halve, inderdaad. Het merkwaardige is dat het boekje inzakt wanneer Bernlef bij het eigenlijke pianoman-verhaal aanlandt. Thomas wordt op het strand van het Engelse Sheerness aangetroffen en doet er – net als de vreemdeling in werkelijkheid en geheel in character – het zwijgen toe. Maar de reden dat hij zwijgt is even eenvoudig als weinig tot de verbeelding sprekend: hij is bang voor de toorn van zijn vader thuis. Bernlef blijft in het vervolg erg dicht bij de verwikkelingen rondom de echte pianoman waarna hij de verhaallijntjes nogal zouteloos aan elkaar knoopt: eigenlijk gaat De pianoman uit als een nachtkaars.

Je kunt lang speculeren over de redenen voor dat teleurstellende slotdeel. Misschien was de gebruikelijke lengte van 96 bladzijden te veel of juist te weinig voor Bernlefs pianojongen. Misschien kwam de auteur er te laat achter dat hij eigenlijk niet veel toe te voegen had aan het in de pers ruim belichte pianoman-verhaal of misschien moet de realiteit het gewoon afleggen tegen de kracht van de fictie. Dat laatste is aan de vooravond van de Boekenweek wel weer een geruststellende gedachte.

Boekenweekgeschenk Bernlef: De pianoman. Stichting CPNB, 92 blz. T/m 23 mei gratis bij besteding van € 11,50 aan boeken.

    • Arjen Fortuin