Radicale confrontatie werkte niet

De socialistische partij van Spanje won gisteren de verkiezingen en daarmee een tweede regeerperiode.

Dat wordt niet makkelijk, want de economie stagneert.

Een stevige winst, maar niet de absolute meerderheid waar de socialistische premier José Luis Rodríguez Zapatero om gevraagd had. Zapatero sprak zondagnacht voor zijn feestvierende aanhang van een duidelijke overwinning en liet weten dat hij de confrontatie met de oppositie wil vermijden. Hij wil compromissen sluiten over zaken van staatsbelang. „Ik zal met vaste hand en uitgestoken hand regeren”, aldus Zapatero die de hoop uitsprak dat er een eind komt aan de radicalisering van het politieke klimaat in Spanje.

De uitslag tekent het falen van de aanpak van de conservatieve Partido Popular, al ging de partij er in zetels en stemmen op vooruit. De partijaanhang in Madrid leek de boodschap nog niet helemaal te hebben begrepen, door partijleider Mariano Rajoy afgelopen nacht toe te zingen dat Zapatero moest ophoepelen. Maar vier jaar vurige oppositie van rechts, dat zijn verkiezingsnederlaag van vier jaar geleden niet accepteerde, heeft onvoldoende effect gehad (zie inzet).

Het verkiezingsresultaat past in het Spaanse patroon waarbij de kiezers een zittende regering doorgaans een tweede periode gunnen. Maar dit keer zonder de gevraagde meerderheid – daarvoor bleek het vertrouwen in Zapatero niet groot genoeg. Niettemin was de opluchting in linkse kring merkbaar. De rechtse strategie om met de ‘crispacíon’ – het opvoeren van de politieke confrontatie – de gematigd linkse kiezers van de stembus weg te jagen, zou weleens effect kunnen hebben, zo was de vrees.

Maar gedurende de dag werd al duidelijk dat de opkomst bij de stembus bijna net zo hoog was als vier jaar geleden. En dat betekende dat links in staat was geweest ook de twijfelende kiezers te mobiliseren. Zapatero wist vooral stemmen weg te trekken bij de nationalistische partijen, niet in de laatste plaats bij het Catalaans-Republikeinse partijtje ERC, dat met zijn radicale optreden een van stoorzenders was geweest voor het eerste kabinet Zapatero. Ook Izquierda Unida, de partijfederatie van communisten en groenen, werd weggevaagd door kiezers die hun stem nuttiger besteed vonden bij de socialisten.

De crispacíon heeft uiteindelijk vooral geresulteerd in een verdere bestendiging van een tweepartijenstelsel in Spanje. Nu de socialisten geen absolute meerderheid hebben gehaald is het nieuwe kabinet aangewezen op de steun van de kleinere partijen. Vooral de gematigde Catalaanse partij Covergencia i Unio (CiU) heeft met elf zetels de sleutel van regeerbaarheid in handen. Lijsttrekker Josep Antoni Duran na de uitslag: „Wie iets wil doen in de Spaanse politiek moet rekening houden met CiU.”

De Spaanse paradox lijkt daarmee bevestigd: voor het regeren van de centrale staat is de regering afhankelijk van lokale nationalistische partijtjes die weinig op hebben met diezelfde centrale staat. Maar CiU is een ervaren speler van dit spel en pragmatischer dan de radicale ERC waarvan de socialisten in de vorige regeerperiode afhankelijk waren.

De steun hebben de socialisten hard nodig. De komende regeerperiode wordt niet eenvoudig. De huizenbouw, de motor achter Spanje’s economie, is met een ruk tot stilstand gekomen, de werkloosheid stijgt alarmerend snel en het zijn de migranten die hier het eerst mee te maken krijgen. Impopulaire maatregelen, zoals wellicht een eigen bijdrage in de ziekenzorg, liggen op de loer.

Behalve de economie komt het gevaar bovendien opnieuw uit de nationalistische hoek. De Baskisch-nationalistische regio-president Ibarretxe heeft voor oktober van dit jaar aangekondigd dat hij een illegaal referendum wil houden over een afsplitsing van Baskenland. En hoewel de partij van Ibarretxe flink wat stemmen verloor, kan dit de spanningen in de Spaanse politiek danig doen oplopen. Veel hangt af van een adequaat antwoord van Zapatero op deze uitdaging. Dat lijkt een van de zaken van staatsbelang waar de komende premier op doelde in zijn toespraak van afgelopen nacht. Een pact met de conservatieve oppositie zou op dit gebied een uitkomst zijn.

Lees het commentaar op pagina 19

    • Steven Adolf