Protestmars Tibet

Een groep van ruim honderd Tibetaanse bannelingen is vastberaden om een protestmars tegen de Olympische Spelen voort te zetten, ondanks een verbod van de Indiase politie. Gisteren, op de herdenkingsdag van de in 1959 neergeslagen opstand tegen het Chinese bewind, begonnen zij in Dharamsala aan een voettocht die hen voor aanvang van de Spelen in augustus naar de Chinese grens moet brengen.

De politie verbood hen echter om het district Kangra, waarin Dharamsala ligt, te verlaten. De Indiase steun voor de Tibetaanse onafhankelijkheidsstrijd is de laatste jaren afgenomen, uit angst om de relatie met China te schaden. India zegt te moeten optreden in het licht van afspraken met Peking om geen „anti-Chinese activiteiten” toe te staan.

De politie heeft aangekondigd te zullen optreden als demonstranten de grens van Kangra bereiken. „We zijn voorbereid voor elke soort van obstructie”, reageerde een woordvoerder van de Tibetanen. „Als zoveel mensen bereid zijn hun leven te geven, kan de politie ons niet tegenhouden. Als ze ons arresteren zullen we opnieuw beginnen zodra we worden vrijgelaten.”

De Dalai Lama, die in 1959 naar Dharamsala vluchtte, beschuldigde China gisteren van „onvoorstelbare en enorme mensenrechtenschendingen”, maar sprak geen steun uit voor de protestmars. In Lhasa, de hoofdstad van Tibet, demonstreerden 300 monniken tegen het Chinese bewind. Vijftig tot zestig van hen werden gearresteerd. (Reuters)