Niet straffen, maar aanmoedigen

No Blame is een methode tegen pesten die de pester niet straft, maar hem aanmoedigt om het gepeste kind te helpen. Scholen zijn nog wat huiverig om deze methode in te voeren.

„Hij krijgt later toch nooit een vrouw, want hij is zo lelijk”, zegt Judith Prins. Ze is lerares aan de Nicolaas Beetsschool in Heemstede, en meent geen woord van wat ze zegt. Met andere leerkrachten van de basisschool doet ze mee aan een rollenspel. Ze leren hoe een leerkracht met de No Blame-methode pestgedrag in de klas kan stoppen. Straffen hoort daar niet bij.

Dit antipestbeleid zou in heel Nederland moeten worden gebruikt, zegt therapeut Saskia Borstlap. „Ik besef dat dit een revolutionaire werkwijze is, omdat de methode niet repressief is. Het lijkt soft, maar is juist heel strak”. Ze doceert de methode samen met haar echtgenoot Niels Overzee.

Borstlap en Overzee raakten zeven jaar geleden onder de indruk van ‘No Blame’ toen ze een documentaire zagen over de uit Groot-Brittannië afkomstige methode, die daar de naam Support Group Approach draagt. Het echtpaar was toen net op zoek naar een manier om met pesten om te gaan. In hun therapiepraktijk kwamen ze veel mensen tegen die last hadden van de gevolgen van pesten. Borstlap en Overzee introduceerden No Blame in Nederland. Een klein aantal scholen volgde hun workshop en werkt met de methode.

In het kort werkt No Blame als volgt: niemand wordt bestraft voor het pesten, en het kind dat gepest wordt krijgt een steungroep om zich heen. Daarin zit ook het kind dat pest. De kinderen uit het groepje verzinnen elk een idee om het kind te helpen weer met plezier naar school te kunnen komen.

Niemand wordt direct aangesproken op de oorzaak of de manier van pesten, ook de pester niet. Alleen de oplossing telt. De leerkracht spreekt het vertrouwen uit dat elk kind in de steungroep kan helpen het gepeste kind gelukkiger te maken. Door deze uitdaging, en de groepsdruk, zou zelfs de pester ideeën willen opperen. Borstlap: „Pesten is een vorm van macht uitoefenen. Die drang zet je om naar iets positiefs.”

Belonen werkt in het algemeen beter dan straffen, beaamt Theo Paulussen van TNO. Hij helpt scholen bij het invoeren van een antipestbeleid. Paulussen: „Het biedt een kind meer perspectief als de focus niet ligt op wat er fout zit. Daarom valt er van deze aanpak wat te verwachten.”

Op de basisschool in Heemstede moeten drie nieuwe juffen met de methode leren werken. Hun collega’s doen dat al twee jaar. Naar tevredenheid, zegt directeur Marijke Nederkoorn. Voorheen hielden haar leerkrachten een onbevredigend gevoel over als ze een pestsituatie op moesten lossen. Wie straf kreeg van de juf werd bozer, het pestslachtoffer werd bang.

De juffen spelen een gesprek met een gepeste leerling na, waarbij ze No Blame gebruiken. Judith Prins, leerkracht van groep 8, zit wat onderuitgezakt op haar stoel. De blik van haar gesprekspartner ontwijkt ze. Zo ook de vragen die haar worden gesteld. Word je gepest? „Ik weet niet”, mokt Prins. Ze maakt het haar collega niet makkelijk. Toch weet Marieke Koehorst, de juf van groep 3, Prins genoeg informatie te ontfutselen.

Daarna worden de stoelen verschoven voor het tweede onderdeel van No Blame. Koehorst roept een steungroepje bij elkaar. De leerkrachten zitten in een kring om haar heen. Het ‘kind’ dat gepest wordt is er niet bij. Koehorst vertelt de kinderen dat hun klasgenoot zich op school – en daardoor soms ook thuis – ongelukkig voelt. Dan benadrukt ze dat ze er op vertrouwt dat de klasgenoten het kind kunnen helpen. Na afloop van de workshop zijn de leerkrachten positief. Ze hebben een beeld gekregen van hoe zij en de kinderen zich tijdens de No Blame-gesprekken zullen voelen.

No Blame roept bij introductie op scholen soms weerstand op bij onderwijzers en ouders. Hoe moeten kinderen leren dat pestgedrag niet wordt geaccepteerd als ze niet bestraft worden? Overzee: „Het werkt niet om te vragen waarom een kind een ander pest en dan straf te geven. Als je straft, gaat het pesten vaak door. De pester voelt zich aangevallen door de volwassene en koestert wraakgevoelens. Die reageert hij af op zijn slachtoffer. Uit angst voor represailles verzwijgen kinderen vaak dat ze worden gepest.”

Kan een gepest kind deze methode wel aan? Het pesten moet stoppen, zegt Borstlap. „Punt. Daarna kan er nog worden gekozen voor aanvullende begeleiding of therapie. Niet alle kinderen hoeven vriendjes te worden en bij elkaar over de vloer te komen. Als een pester voortaan goedemorgen zegt, is dat ook een mooi gebaar.” Overzee : „Je creëert ruimte.”

Informatie over de methode tegen pesten op noblame.nl

    • Charlotte van den Berg