Maanmeisje en kooi verbeelden gedichten Prévert

Jeugdtheater Later is te laat van Artemis (4+), door Floor Huygen. Tournee: t/m 18 mei. Inl: 073-6123223 of www.artemis.nl.

Er wordt gerookt, Gauloises natuurlijk. Er wordt existentialistisch in zwarte koffie geroerd, er is een vogelkooi – zonder vogel. En er is natuurlijk een melancholisch gestemde accordeonist.

Later is te laat, een muzikale jeugdvoorstelling van Artemis, is doordrenkt van heimwee naar Frankrijk. Maar dan wel naar het Frankrijk van Jacques Prévert (1900-1977), de populaire volksdichter op wiens werk regisseur Floor Huygen de voorstelling baseerde. Met zijn eeuwige peuk, zijn platte geruite pet en zijn hond, was Prévert een voor alle Fransen bekende verschijning. Veel van zijn gedichten, waaronder het weemoedige Les Feuilles Mortes, zijn op muziek gezet.

Huygen laat de even eenvoudige als surrealistische taal van de dichter voor zich spreken. Ze buit Préverts afkeer van volwassenheid, of eigenlijk van elke vorm van creativiteitdodend gezag, helder uit. Knap, want haar regie kent geen verhaal. Twaalf gedichten, twee korte verhalen, één monoloog: ze verweven zich met de zo nu en dan aanwaaiende accordeonklanken van Oleg Fateev. Tezamen vormen ze een nostalgische, droomachtige collagevoorstelling.

Acteur Hylke van Sprundel, pet en sigaret à la Prévert, staat voor de kunstenaar. Vastgelopen in de verzakelijkte grotemensenwereld, vindt hij zijn muze in acterende mezzosopraan Cora Burggraaf, die de bevrijdende kracht van het kind vertegenwoordigt. Nu eens is zij het maanmeisje, verscholen onder het bed, dan weer de kleine ontevreden dromedaris: een lange regenjas, een helm als bult. Waar hij op een denkbeeldige zee alleen maar schuimkoppen ziet, ontdekt zij witte schappen in wollen tutu’s. Zij verleidt hem tot een voetendansje – hij altijd net te laat, zij altijd precies op tijd. En als hij te veel praat, begint zij te zingen – achteloos goed trouwens.

Hier en daar vertrouwt de voorstelling te veel op de tekst. En de donkerte, die kinderlijke lichtheid van Prévert zo beklemmend maakt, is niet altijd even goed voelbaar. Maar dan is daar dat ene gedicht, waarmee vooral de prachtig verbeelde zucht naar vrijheid blijft hangen: Om een portret van een vogel te maken:„Schilder eerst een kooi met een open deur... Zodra de vogel komt, veeg je een voor een de tralies uit, zonder ook maar een veer van de vogel te raken.” Van Sprundel zegt het. Burggraaf doet het, op een ruit. Wat rest is de vogel – zonder kooi.