‘Jeropa’ moet Fries helpen

Friesland werkt aan de vertaling van het Verdrag van Lissabon, de opvolger van de afgewezen Europese Grondwet, in het Fries. De provincie bereikte onlangs een akkoord met de nationale overheid over de financiering van de vertaling. Dit is een voorbeeld van de invloed van het Europees Handvest voor regionale talen, dat tien jaar geleden werd opgesteld door de Raad van Europa. Ook Nederland voerde delen van het verdrag van deze mensenrechtenorganisatie in. Jannewietske de Vries is gedeputeerde (bestuurder) van de provincie Friesland. Zij spreekt vandaag op een conferentie in Straatsburg over de betekenis van het Handvest voor de Friese taal.

In uw toespraak zegt u teleurgesteld te zijn over de uitwerking van het Handvest door de nationale overheid. Kunt u dit toelichten?

„Friesland vindt de houding van het Rijk veel te afwachtend. De moeite die de nationale overheid voor het Fries doet, loopt niet gelijk met de inspanningen van de provincie. Volgens het Handvest moet dit wel.”

Wat merkt Friesland hiervan?

„Wij moeten heel hard aan het Rijk trekken om het Friese onderwijs te versterken. In het Handvest staat bijvoorbeeld dat een substantieel deel van het onderwijs in de regionale taal moet worden gegeven. De overheid noemt 45 minuten per week substantieel, maar wij willen dat basisschoolleerlingen zes uur in de week les krijgen in het Fries. Dit ga ik aankaarten op de conferentie, over dit criterium moet helderheid komen.”

Wat gaat de Raad van Europa met uw aanbevelingen doen?

„Het lastige van een verdrag van de Raad van Europa is dat het er op papier netjes uitziet, maar dat er in de praktijk niet zo veel van terecht komt. Er worden rapporten opgesteld en evaluaties geschreven, concrete macht heeft de Raad niet. Met de conclusies van deze conferentie kan alleen druk worden uitgeoefend bij de EU of de landen zelf.”

Heeft het Handvest dan wel enig nut ?

„Ja, dat vind ik wel. Het Handvest heeft gezorgd voor een nieuwe impuls in het Friese taalonderwijs. Zo controleert de onderwijsinspectie nu ook lessen die in het Fries worden gegeven. En bij overleg met de minister, bijvoorbeeld over de bekostiging van het onderwijs, spelen de door Nederland ingevoerde bepalingen uit het Handvest altijd mee.”

    • Dolf de Groot