Iedereen heeft het recht om narrig oud te worden

Renate Dorrestein: Laat me niet alleen. Boekenweekessay. CPNB / Contact, 63 blz. € 2,50

Renate Dorrestein: Laat me niet alleen. Boekenweekessay. CPNB / Contact, 63 blz. € 2,50 **

Elk jaar verschijnt er weer een berg gelegenheidspapier ter ere van het onvermijdelijke en fantasieloze Boekenweekthema. In veel van die boeken en boekjes over ‘De Derde Leeftijd in de Letteren’ wordt krampachtig geprobeerd iets tegen te houden wat maar beter gewoon geaccepteerd kan worden. Renate Dorrestein zegt het trefzeker in haar overigens tamelijk flutterige Boekenweekessay: ‘Vergrijzing als uitdaging. Als ze zo gaan beginnen, kun je er meestal zeker van zijn dat er van de nood een deugd moet worden gemaakt.’

Flutterig omdat Dorrestein de opdracht kennelijk niet wilde weigeren, maar er vervolgens niet veel meer mee heeft gedaan dan het doorvlooien van een krantenarchief en het zoeken naar bewijzen voor haar betoog in televisiereclame – de makkelijkste weg. De twee aardigste beweringen in haar als ‘zelfhulpboek voor babyboomers’ opgezette boekje zijn afkomstig uit krantenartikelen van anderen: duidelijk afgebakende levensfasen zijn aan het verdwijnen (kleine meisjes zien eruit als volwassen vrouwen, oma’s lopen in spijkerbroek). Tegelijkertijd worden nu voor het eerst generaties ouder die nooit hebben geleerd het eigen lichaam te accepteren zoals het is, generaties ook die niet meer kunnen lijden. Mensen blijven tot op hoge leeftijd actief. Dit heeft geleid tot het ontstaan van de ‘derde leeftijd’, een fase waarin de montere senior in veel gevallen genoeg geld, veel vrije tijd en nog een goede gezondheid ter beschikking staan. Dorrestein verzet zich terecht tegen dit wegpoetsen van gebrek en verval naar de uiterste rand van het leven. Juichkreten over vergrijzing bedreigen het recht op narrig oud worden. Het zorgt er maar voor dat wie níet superfit oud wordt, dit aan zichzelf te wijten heeft.

Wat aan haar ironische zelfhulpgidsje stoort, is dat ze dat recht om narrig oud te worden laat opeisen door een monter, stellig Dorrestein-personage, een krasbestendig surrogaat dat de wezenlijke inzet van de schrijfster moet vervangen. Maar een essay wordt pas leesbaar als er iets op het spel staat, als het een aarzeling bevat, in elk geval een glimp van de persoonlijkheid van de schrijver.

Het is ‘een kwestie van het vinden van de juiste beelden en voorbeelden van de nieuwe combinatie van kracht en kwetsbaarheid die voortaan de laatste decennia van ons leven zal kenmerken,’ schrijft Dorrestein. Wat ze met deze onnavolgbare newspeak bedoelt? Misschien dat een gelukkige ouderdom een loterij is, en geen strategie, en dat we niet moeten verwachten dat reclames – of zelfhulpboeken – dit zullen onderkennen.

Maartje Somers

    • Maartje Somers