Het monster heeft steun van de staat

De bende Ergenekon zou verantwoordelijk zijn voor al het nationalistische geweld in Turkije van de laatste jaren.

Veel Turken denken dat de staat er mee te maken heeft.

Een Turkse politieagent houdt de wacht bij herdenkingsbijeenkomst voor de vorig jaar vermoorde Turks-Armeense journalist Hrant Dink. Veel Turkse media gaan ervan uit dat de extreemnationalistische bende Ergenekon achter de moord op Dink zat. De bende werd een aantal weken geleden opgerold. Foto AFP Police watch 19 January 2008 a commemoration ceremony for the fifth anniversary of the death in Istanbul of Turkish-Armenian journalist Hrant Dink, who was shot dead outside the newspaper where he worked. Members of his family, personal friends, journalists and human rights campaigners converged in the afternoon on the offices of Argos, the bilingual Turkish Armenian weekly which Dink set up in 1996, in central Istanbul. AFP PHOTO / HOCINE ZAOURAR AFP

Het is bijna een jaar geleden, maar nog niemand in Turkije is de gruwelijke moordpartij in de bijbeldrukkerij in Malatya vergeten. De bijbels werden gebruikt bij de bekering van Turkse moslims tot het christendom – een gruwel in de ogen van veel Turken. Een jonge nationalistische Turk, Emre Günaydin, en zijn medestanders sneden daar in april vorig jaar twee Turken en een Duitser de keel af. „Ze slachtten die mensen”, zegt advocaat Orhan Kemal Cengiz, die de nabestaanden van de slachtoffers vertegenwoordigt. „En dat ter meerdere eer en glorie van Turkije.” Maar wie zijn ‘ze’?

Was Günaydin het brein achter de aanslag? „Dat geloof ik niet”, zegt advocaat Cengiz. „Je weet hoe Turkije is, het veiligheidsapparaat houdt iedereen in de gaten. Günaydin had acht maanden nodig om die moord te plannen, de politie en de gendarme moeten er wel vanaf hebben geweten. Toch deden ze niets”. Cengiz zucht. „Kringen binnen het staatsapparaat waren bij deze moord betrokken.”

Extreem-nationalistisch geweld en de staat – sinds enige weken is het opnieuw een favoriet gespreksonderwerp in Turkije. Dat heeft alles te maken met de ontmanteling van een extreem-nationalistische groep die ‘Ergenekon’ wordt genoemd. Enige weken geleden had in Istanbul een razzia plaats waarbij tientallen nationalisten (onder wie de befaamde advocaat Kemal Kerinçsiz) werden opgepakt. De Turkse overheid heeft de media verboden om over Ergenekon te berichten, maar nieuws over het onderzoek sijpelt toch door.

De extreem-nationalistische bende zou onder meer van plan geweest zijn om schrijver en Nobelprijswinnaar Orhan Pamuk te laten vermoorden. Op het moment dat de leden van Ergenekon werden gearresteerd waren ze bezig het benodigde geld bij elkaar te brengen.

De bende ontwikkelde eigen terminologie. De moordenaar was de ‘jager’, het slachtoffer het ‘konijn’. Inmiddels gaan veel Turkse media ervan uit dat Ergenekon ook achter de moord op de Turks-Armeense journalist Hrant Dink zat en achter de slachtpartij in de bijbeldrukkerij in Malatya. De gemiddelde Turk moest wel concluderen dat Ergenekon op sympathie kon rekenen in het leger – onder de arrestanten bevond zich een ex-generaal. De razzia leek de stelling van liberale Turken te bevestigen dat het monster van het extremistische nationalisme tentakels heeft tot diep in het staatsapparaat.

Maar is daarvoor bewijs? In Malatya loopt het proces over de moord al maanden en elke week komen er nieuwe onthullingen. Zo pakte de politie het pistool van hoofdverdachte Emre Günaydin af. Volgens de Turkse wet zou hij het dan op zijn minst een week kwijt moeten zijn, maar hij kreeg het dezelfde dag terug.

„En dat is nog het minste”, zegt Kemal Orhan Cengiz. De advocaat voelt zich actief tegengewerkt door elementen binnen het staatsapparaat. „De pers heeft een lijst met alle namen van de advocaten. Die kun je alleen krijgen door in te breken in ons e-mailsysteem. Wie doet zoiets in Turkije, denk je?” Op een dag overlegde Cengiz met een collega per telefoon of de term ‘genocide’ op de slachtpartij van toepassing was. Het stond direct in de krant – „Dat telefoongesprek werd afgeluisterd”, aldus de advocaat. Cengiz voelt zich inmiddels zo bedreigd dat hij om politiebescherming heeft gevraagd, maar die krijgt hij vooralsnog niet.

En zo discussieert Turkije over Ergenekon. Maar heeft het land een bende nodig om het extreem-nationalistische geweld van de afgelopen jaren te verklaren? Het antwoord is nee: er zijn gebieden in Turkije die zo extreem nationalistisch zijn dat mensen gemakkelijk tot geweld te bewegen zijn, Ergenekon of geen Ergenekon.

Malatya was altijd al een gewelddadig, nationalistisch oord met weinig tolerantie voor ‘anderen’. „Iedereen hier ziet eruit als kleine maffiabaasjes die zo een pistool kunnen pakken”, zegt een masseur in een hamam (badhuis) in het centrum van de stad. „Ze komen uit de moskee, iemand zegt iets verkeerd en hup je hebt een vechtpartij”, zegt een inwoner.

Mehmet Ali Agca, de Turk die een aanslag pleegde op paus Johannes Paulus II, werd in Malatya geboren. Niet alleen christenen werden het slachtoffer van het extremisme in Malatya. „In 1978 werd de burgemeester van Malatya opgeblazen met een bom”, zegt de aleviet Hasan Meseli. „In een week tijd werden dertien mensen vermoord, 972 winkels van alevieten (een zeer gematigde stroming binnen de islam, red) werden geplunderd.” Onder alevieten zit de angst diep: over de moordpartij in de bijbeldrukkerij zeggen ze liever niets. „Als wij iets zeggen branden ze ons cultureel centrum dezelfde nacht nog af”, aldus een medewerker van de alevitische voorman. „Dit is Malatya.”

Maar dit is ook Turkije. Deed de overheid iets om het nationalisme zoals in Malatya te beteugelen? Nee, het tegenovergestelde. „Kijk hier eens naar”, zegt journalist Bülent Kutlutürk van de krant Yeni Gün, die de moordpartij in Malatya diepgaand onderzocht. Hij wijst op een artikel in een plaatselijke krant waarin wordt gesteld dat de drukkerij een miljard bijbels wilde drukken. De uitspraak wordt toegeschreven aan Orhan Savas, het voormalige hoofd van de politie in Malatya.

Zo heeft een stad als Malatya bepaald niet de aansturing van een bende als Ergenekon nodig om tot extreem geweld te komen. Zelfs na de gruwelijke slachtpartij is er nauwelijks enige reflectie op de gewelddadige cultuur van de stad. Zo is niemand vooralsnog van zins om de bezem door Malatya te halen en nationalistische denkbeelden aan te pakken. Tot die tijd blijft in Malatya een voedingsbodem voor extreem nationalisme. „Turken hebben het altijd over de diepe staat”, zegt advocaat Cengiz. „Maar zo diep is die helemaal niet. Als je goed kijkt, weet je precies wie bij die extreem-nationalistische kringen horen.” Maar niemand lijkt daartoe vooralsnog bereid.

    • Bernard Bouwman