Extreme nationalisten amper beteugeld

Turkije praat al weken over Ergenekon, een extreem nationalistische bende die verantwoordelijk zou zijn voor zo ongeveer alle gruweldaden van de afgelopen jaren.

Er zijn gebieden in Turkije die zo extreem nationalistisch zijn, dat extremisten gemakkelijk tot geweld te bewegen zijn. Foto AFP Members of Turkish rightist Nationalist Movement Party (MHP) chant slogans "No to the European Union" under a party flag as they make gray wolf sign, symbolizing the party, 02 October 2005, during a demonstration in Ankara against Turkey's entry talks with the European Union. Some 100,000 thousand nationalists gathered in Ankara to protest the Turkish government's policy toward the European Union. AFP PHOTO/STR AFP

Het is bijna een jaar geleden, maar nog niemand in Turkije is de gruwelijke moordpartij in de bijbeldrukkerij in Malatya vergeten. De bijbels werden gebruikt bij de bekering van Turkse moslims tot het christendom – een gruwel in de ogen van veel Turken. Een jonge nationalistische Turk, Emre Günaydin, en zijn medestanders sneden daar twee Turken en een Duitser de keel af.

„Ze slachtten die mensen”, zegt advocaat Orhan Kemal Cengiz, die de nabestaanden van de slachtoffers vertegenwoordigt. „En dat ter meerdere eer en glorie van Turkije.” Maar wie zijn ‘ze’?

Was Günaydin het brein achter de aanslag? „Dat geloof ik niet”, zegt advocaat Cengiz. „Je weet hoe Turkije is, het veiligheidsapparaat houdt iedereen in de gaten. Günaydin had acht maanden nodig om die moord te plannen, de politie en de gendarme moeten er wel vanaf hebben geweten. Toch deden ze niets.”

Cengiz zucht. „Kringen binnen het staatsapparaat waren bij deze moord betrokken.”

Extreem nationalistisch geweld en de staat – sinds enkele weken is het opnieuw een favoriet gespreksonderwerp in Turkije. Dat heeft alles te maken met de ontmanteling van een extreem nationalistische groep die ‘Ergenekon’ wordt genoemd. Enige weken geleden had een razzia plaats in Istanbul, waarbij tientallen nationalisten werden opgepakt, onder wie de befaamde advocaat Kemal Kerinçsiz. De Turkse overheid heeft de media verboden over Ergenekon te berichten, maar nieuws over het onderzoek sijpelt toch door.

De extreem nationalistische bende zou onder andere van plan geweest zijn om Nobelprijswinnaar Orhan Pamuk te laten vermoorden. Op het moment dat de leden van Ergenekon werden gearresteerd waren ze bezig het benodigde geld bij elkaar te brengen.

De bende ontwikkelde zelfs haar eigen terminologie. De moordenaar was de ‘jager’, het slachtoffer het ‘konijn’. Inmiddels gaan veel Turkse media ervan uit dat Ergenekon ook achter de moord, vorig jaar januari, op de Turks-Armeense journalist Hrant Dink zat en achter de slachtpartij in de bijbeldrukkerij in Malatya.

De gemiddelde Turk moest wel concluderen dat Ergenekon op sympathie kon rekenen in het leger – onder de arrestanten bevond zich een ex-generaal. De razzia leek de stelling van liberale Turken te bevestigen dat het monster van het extremistische nationalisme tentakels heeft tot diep in het staatsapparaat.

Maar is daarvoor stevig bewijs? In Malatya loopt het proces over de moordpartij al maanden en vrijwel elke week komen er nieuwe onthullingen. Zo pakte de politie het pistool van hoofdverdachte Emre Günaydin af. Volgens de Turkse wet zou hij het dan zeker een week kwijt moeten zijn, maar hij kreeg het dezelfde dag al terug.

„En dat is nog het minste”, zegt Kemal Orhan Cengiz. De advocaat voelt zich actief tegengewerkt door elementen binnen het staatsapparaat. „De pers heeft een lijst met alle namen van de advocaten. Die kun je alleen krijgen door in te breken in ons e-mailsysteem. Wie doet zoiets in Turkije, denk je?”

Op een dag overlegde Cengiz met een collega per telefoon of de term ‘genocide’ op de slachtpartij van toepassing was. Het stond direct in de krant. „Dat telefoongesprek werd afgeluisterd”, aldus de advocaat. „Dat staat nu vast.” Cengiz voelt zich inmiddels zo bedreigd dat hij om politiebescherming heeft gevraagd – maar die krijgt hij vooralsnog niet.

Zo discussieert Turkije over Ergenekon – maar heeft het land een bende nodig om het extreem nationalistisch geweld van de afgelopen jaren te verklaren? Er zijn gebieden in Turkije die zo extreem nationalistisch zijn, dat extremisten gemakkelijk tot geweld te bewegen zijn, Ergenekon of geen Ergenekon.

Neem Malatya. Deze stad was altijd al een gewelddadig, nationalistisch oord met weinig tolerantie voor ‘anderen’. „Iedereen hier ziet eruit als kleine maffiabaasjes die zo een pistool kunnen pakken”, zegt een masseur in een hamam (badhuis) in het centrum van de stad. „Ze komen uit de moskee, iemand zegt iets verkeerds en hup je hebt een vechtpartij”, zegt een inwoner.

Mehmet Ali Agca, de Turk die in 1981 een mislukte moordaanslag pleegde op paus Johannes Paulus II, werd in Malatya geboren. Niet alleen christenen werden er het slachtoffer van het extremisme. „In 1978 werd de burgemeester van Malatya opgeblazen door een bom”, zegt de aleviet Hasan Meseli. „In een week werden er 13 mensen vermoord, 972 winkels van alevieten werden geplunderd.”

Ook onder alevieten zit de angst er goed in: over de moordpartij in de bijbeldrukkerij zeggen ze liever niets. „Als wij iets zeggen branden ze ons cultureel centrum dezelfde nacht nog af”, aldus een medewerker van de alevitische voorman. „Dit hier is Malatya.”

Maar dit hier is ook Turkije – deed de Turkse overheid iets om het nationalisme in steden als Malatya te beteugelen? Nee, het tegenovergestelde. „Kijk hier eens naar”, zegt journalist Bülent Kutlutürk van de krant Yeni Gün, die de moordpartij diepgaand heeft onderzocht. Hij wijst op een artikel in een plaatselijke krant waarin wordt gesteld dat de bijbeldrukkerij een miljard bijbels zou willen drukken. De uitspraak wordt toegeschreven aan Orhan Savas, het voormalige hoofd van politie in Malatya. Yeni Gün heeft nog veel meer boven water gehaald. Zo werd eerder ook al een bijbeldrukkerij bedreigd. Een Zuid-Afrikaanse medewerker ging naar de politie om aangifte te doen, maar die weigerde zelfs om zijn verhaal op te schrijven.

En zo heeft een stad als Malatya bepaald niet de aansturing van een bende als Ergenekon nodig om tot extreem geweld te komen. Zelfs nu, na de gruwelijke slachtpartij, is er nauwelijks enige reflectie over de gewelddadige cultuur van de stad. „Ik weet niet wie er achter de moord zit”, zegt journalist Murat Yürekli. „Maar ik wil je één ding vragen: wie heeft van de moordpartij geprofiteerd? Ik zie allerlei teksten op internet waarin christelijke groepen het hebben over de ‘martelaren’ in Malatya. Zij gebruiken de moorden om geld bijeen te brengen.”

De woorden van de journalist zijn een weinig subtiele verwijzing naar een logica die veel voorkomt in het Midden-Oosten: degene die profiteert van een moord, gaf er uiteindelijk de opdracht toe. En is de rechterlijke macht vastbesloten om de onderste steen boven te krijgen? „Bij het proces gaat het om 31 mappen”, zegt advocaat Orhan Kemal Cengiz. „Zestien daarvan gaan over de bekeringsactiviteiten van mensen van de bijbeldrukkerij in Malatya.” En de Turkse overheid? Is die van plan om bijvoorbeeld op scholen een lesprogramma te ontwikkelen over verdraagzaamheid? Vooralsnog niet.

En zo is niemand vooralsnog van zins eens flink de bezem door Malatya te halen en de waandenkbeelden van het Turko-nationalisme aan te pakken. Zolang dat niet gebeurt, blijft in Malatya de voedingsbodem voor extreem nationalisme bestaan, Ergenekon of geen Ergenekon. „Turken hebben het altijd over de diepe staat”, zegt advocaat Kemal Orhan Cengiz. „Maar zo diep is die helemaal niet – als je goed kijkt, weet je precies wie er bij die extreem nationalistische kringen horen.” Maar vooralsnog lijkt niemand bereid dat te doen.