Er is nog niet één kalasjnikov overhandigd

Ivoorkust heeft officieel minder dan vier maanden te gaan tot de verkiezingen. Maar de regering stelt ze steeds weer uit. Ditmaal zelfs met instemming van de voormalige rebellen.

Niemand weet nog wat te geloven. Wil president Laurent Gbagbo dit jaar echt verkiezingen in Ivoorkust houden? En hoe serieus was de zoveelste poging tot staatsgreep van de voortvluchtige sergeant-chef Ibrahim Coulibaly, alias I.B., de man die in 2002 een burgeroorlog ontketende door de noordelijke helft van het land in te nemen? Verwarring alom. Als altijd in Ivoorkust is het gissen naar antwoorden.

In Parijs begon gisteren een proces tegen I.B., die zijn ambitie om de macht in Ivoorkust te grijpen nooit onder stoelen of banken heeft gestoken. Samen met twaalf anderen is hij aangeklaagd in verband met betrokkenheid bij een poging tot staatsgreep in Ivoorkust in 2003. I.B. was zelf niet aanwezig in de rechtszaal – hij is voortvluchtig. Twee van zijn handlangers die wel kwamen opdagen, vertelden de rechter dat hun groep van plan was geweest om president Gbagbo te vermoorden.

Ook in Ivoorkust zelf wordt I.B. gezocht. De procureur-generaal vaardigde er begin vorige maand een internationaal arrestatiebevel uit tegen hem. De meeste Ivorianen betwijfelen echter of de waarheid boven water komt. De mislukte aanslag in juni vorig jaar op premier Guillaume Soro bleef tenslotte ook onopgehelderd.

Ivoorkust heeft officieel minder dan vier maanden te gaan tot de presidentsverkiezingen. President Gbagbo en premier Soro verzekeren keer op keer plechtig dat ze vastbesloten zijn vóór juli verkiezingen te houden. De vraag is of ze het ook echt menen. Sinds 2005 worden de verkiezingen om steeds dezelfde redenen uitgesteld: de rebellen in het noorden en de milities in het zuiden leveren hun wapens niet in, en het identiteitsproject – het verstrekken van identiteitsbewijzen aan mensen die bij hun geboorte niet zijn aangegeven bij de burgerlijke stand – moet eerst voltooid.

Steeds weer vonden de rebellen een excuus om hun wapens niet in te leveren. Steeds weer vond Gbagbo een excuus om een jaar langer op zijn plek te blijven zitten. Het verschil deze keer is dat Gbagbo en Soro het zelf op een akkoord hebben gegooid.

Soro, die de absolute leiding over het rebellenleger kreeg door alle aanhangers van I.B. uit te schakelen, trad vorig jaar aan als premier. Bemoeials als de vredesmacht van de Verenigde Naties en het voormalige moederland Frankrijk werden op een zijspoor gezet.

Ivoriaanse politici orakelen bij voorkeur via formalistische communiqués, opgesteld in een taal die voor gewone mensen onbegrijpelijk is. Gbagbo en Soro wekken de schijn dat het vredesproces op schema ligt. Een van de gevoeligste kwesties, het samenvoegen van het rebellenleger met het regeringsleger, werd in december opgelost. In ieder geval op papier. De machtigste krijgsheren in het noorden mogen de rang behouden die ze zich als rebel hadden toegeëigend. Negenduizend rebellen krijgen een baan bij het leger en de politie, nog eens 20.000 anderen gaan een soort sociale dienstplicht vervullen. De scheidslijn tussen noord en zuid is verdwenen. Negen observatieposten van de VN-vredesmacht bewaken de voormalige bufferzone tussen beide kanten. De prefecten en douaniers die tijdens de gevechten naar het zuiden vluchtten, hervatten schoorvoetend hun werk.

Toch is er nog niet één kalasjnikov overhandigd. Hoewel Gbagbo vorige zomer het startschot gaf door in een afgeladen stadion een container met vuurwapens in brand te steken, blijft het bij symbolische zetten. De verantwoordelijkheid voor het programma is overgeheveld naar een nieuwe legereenheid, maar die heeft geen geld en geen auto’s, aldus VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon in een rapport aan de Veiligheidsraad. Kennelijk ontbreekt de politieke wil.

Met het identificatieproject gaat het iets beter. Meer dan honderdduizend Ivorianen hebben een papier gekregen dat als geboorteakte dient. Of ze daarmee straks ook een stemkaart kunnen krijgen, is schimmig. De lage opkomst bij de mobiele rechters die de identiteitspapieren moeten verlenen, weerspiegelt de teleurstelling over een project dat oorspronkelijk bedoeld was om minstens een miljoen mensen een bewijs van de Ivoriaanse nationaliteit te verschaffen.

Het is niet uitgesloten dat de verkiezingen dit jaar zullen plaatsvinden – drie jaar na het aflopen van de officiële ambtstermijn van president Gbagbo. In dat geval is de kans groot dat ze afgeraffeld worden, of erger, oneerlijk zullen zijn, waarschuwen de twee grootste oppositiepartijen. „Gbagbo gaat geen verkiezingen organiseren als hij niet zeker weet dat hij wint”, zegt een strateeg van de oppositie. „Tegelijkertijd kan hij niet winnen, want hij is een minderheidspresident. Fraude ligt voor de hand. Wij vrezen een scenario à la Kenia.”

Van één pottenkijker heeft Gbagbo zich alvast ontdaan: de speciale VN-gezant die een beslissend oordeel over het verloop van de verkiezingen moest geven. Die post is op verzoek van Gbagbo afgeschaft. Hij vond de man „opdringerig”.

    • Pauline Bax