Eenzijdige en zeer magere bewijsvoering

Het gerechtshof heeft forse kritiek op justitie en de nationale recherche.

Zijn rechten als verdachte zijn bij zakenman Guus Kouwenhoven geschonden.

De nationale recherche heeft door eenzijdig en weinig kritisch onderzoek de rechter gehinderd om tot een kwalitatief goed oordeel te komen. Daarbij heeft de politie afbreuk gedaan aan „ons strafvorderlijk systeem” waarin opsporingsorganen juist onbevangen onderzoek naar de waarheid moeten doen.

Dit is het meest ernstige verwijt dat het gerechtshof Den Haag maakt in de vrijspraak gisteren van de zakenman Guus Kouwenhoven van wapenhandel en oorlogsmisdaden in Liberia. Feitelijk zijn zijn rechten als verdachte geschonden.

Gebrek aan kritisch vermogen, eenzijdig de verdachte belasten en daardoor de rechter hinderen. Het zijn klachten die eerder bij de onterechte veroordeling in de Schiedammer Parkmoord over de politie konden worden gehoord. Nu blijkt ook in deze zaak, waarin de staat twintig jaar opsluiting en 450.000 euro boete eiste, sprake te zijn geweest van fundamenteel gebrek aan evenwicht.

Ook hier was de politie eenzijdig gericht op het krijgen van belastende informatie en werd nauwelijks aandacht besteed aan informatie die gunstig is voor de verdachte. Verder blijkt de verdediging door de nationale recherche stevig te zijn gehinderd.

Het openbaar ministerie wordt over de hele linie in gebreke gesteld. Terwijl de verdediging, gevoerd door Inez Weski wordt geprezen om de „zeer aanzienlijke inspanning” die is geleverd, waar volgens het hof financieel beperkt compensatie tegenover stond. Het hof bedankt zelfs de advocaat dat het onderzoek door haar werk ‘wat meer in balans’ is gekomen. Het hof spreekt van een „imponerende hoeveelheid voorbeelden” van leugens en onwaarheden die Weski aan het licht bracht.

Het Kouwenhoven-arrest gaat over meer dan alleen over een zaak die zo zwak was dat er volgens het hof ‘vergaand’ van drijfzand gesproken mag worden. Het OM krijgt te horen dat het geen enkel schriftelijk overtuigend bewijs heeft geleverd. Terwijl de dertig Afrikaanse getuigen tegenstrijdige, ongeloofwaardige of zelfs onmogelijke verklaringen aflegden.

Meestal sparen gerechtshoven de gevoelens van de andere togadragers door spaarzaam met kwalificaties te zijn. Maar gisteren vlogen de splinters er van af. Het OM en de politie hebben het toetsen van getuigeverklaringen ‘vergaand achterwege’ gelaten. Het bewijs is niet mager, maar ‘uiterst mager’. De verdachte wordt vrijgesproken wegens het ‘vergaand’ ontbreken van betrouwbaar bewijs. In het dossier bevindt zich ‘geen enkel objectief en hard bewijs’ dat met een bepaald schip wapens zijn vervoerd. Verklaringen van getuigen bevatten ‘soms zeer aanzienlijke’ feitelijke onjuistheden. Ze staan een bewezenverklaring ‘volstrekt’ in de weg. De kwaliteit van de verklaringen is ‘alles overziend zeer gebrekkig’.

De raadsheren hadden zelfs moeite zich ‘enige overtuiging’ te vormen over de vraag of Kouwenhoven wel bij de zaak was betrokken. De raadsheren bleken van geen enkel ten laste gelegd feit overtuigd.

De ene getuige zou een naam op een scheepsromp hebben gelezen, maar bleek later analfabeet. De ander dacht dat de wapens in containers zaten. Nee, in houten kisten, die met de scheepskraan uit het ruim waren getild. Nee, juist gedragen langs een ladder. Sommigen zagen Kouwenhoven op de kade de wapens inspecteren. Of was het nu Charles Taylor die met een konvooi van 50 voertuigen was gearriveerd?

Justitie heeft zich aan deze zaak vertild, zo zegt het hof in bedekte bewoordingen. De afstand is te groot, het land te onbekend en de bewijskracht van getuigenverklaringen te onzeker om er naar Nederlands recht zaken in te kunnen doen.

Lees het vonnis (BC 6068) op rechtspraak.nl

    • Folkert Jensma