Een analfabeet las de naam op de scheepsromp

Nieuwsanalyse Het gerechtshof liet gisteren geen spaan heel van het ‘bewijs’ van het OM tegen zakenman Kouwenhoven. Justitie heeft zich aan de zaak vertild.

De nationale recherche heeft door eenzijdig en weinig kritisch onderzoek de rechter gehinderd tot een kwalitatief goed oordeel te komen. Daarbij heeft de politie afbreuk gedaan aan „ons strafvorderlijk systeem” waarin opsporingsorganen juist onbevangen onderzoek naar de waarheid moeten doen.

Dit is het ernstigste verwijt dat het gerechtshof Den Haag gisteren uitsprak, bij de vrijspraak van zakenman Guus Kouwenhoven, die werd beschuldigd van wapenhandel en oorlogsmisdaden in Liberia. Feitelijk zijn zijn rechten als verdachte geschonden.

Gebrek aan kritisch vermogen, eenzijdig de verdachte belasten en daardoor de rechter hinderen. Het zijn klachten over de politie die eerder al bij de onterechte veroordeling in de Schiedammer parkmoord konden worden gehoord. Nu blijkt ook in deze zaak, waarin de Staat twintig jaar opsluiting en 450.000 euro boete eiste, sprake te zijn geweest van fundamenteel gebrek aan evenwicht. Ook hier was de politie eenzijdig gericht op belastende informatie en werd nauwelijks aandacht besteed aan informatie die gunstig is voor de verdachte. Verder blijkt de verdediging door de nationale recherche stevig te zijn gehinderd. Als uitgangspunt dient te gelden „dat de opsporing met een open oog voor de belangen van de verdediging plaatsvindt en dus mede moet zijn gericht op de toetsing van de betrouwbaarheid van de afgelegde, belastende verklaringen”. Dat was niet het geval.

Het Openbaar Ministerie wordt over de hele linie in gebreke gesteld, terwijl de verdediging, gevoerd door Inez Weski, wordt geprezen om haar „zeer aanzienlijke inspanning”, waar volgens het Hof beperkte financiële compensatie tegenover stond. Het Hof bedankt zelfs de advocaat dat het onderzoek door haar werk ‘wat meer in balans’ is gekomen. Dat het Openbaar Ministerie „weinig oog voor de geschetste problemen blijkt te hebben” noemt het Hof „verontrustend”. Het OM deed bijvoorbeeld ten onrechte alsof de toetsing van getuigenverklaringen vooral een probleem van de verdediging is. In die controle is de verdediging overigens wel geslaagd. Het Hof spreekt van een „imponerende hoeveelheid voorbeelden” van leugens en onwaarheden die Weski aan het licht bracht. Het OM ging er tot ongenoegen van het Hof of niet op in, of laat en dan niet onderbouwd.

Het Kouwenhoven-arrest gaat dan ook over meer dan alleen over een zaak die zo zwak was dat er volgens het Hof „vergaand” van drijfzand gesproken mag worden. Het Openbaar Ministerie krijgt te horen dat het geen enkel schriftelijk overtuigend bewijs heeft geleverd, terwijl de dertig Afrikaanse getuigen tegenstrijdige, ongeloofwaardige of zelfs onmogelijke verklaringen aflegden. Retorisch maken de raadsheren er een feest van. Meestal sparen gerechtshoven de gevoelens van de andere togadragers door spaarzaam met kwalificaties te zijn. Maar gisteren vlogen de splinters er af. Het Openbaar Ministerie en de politie hebben het toetsen van getuigeverklaringen „vergaand achterwege” gelaten. Het bewijs is niet mager, maar „uiterst mager”. De verdachte wordt vrijgesproken wegens het „vergaand” ontbreken van betrouwbaar bewijs. In het dossier bevindt zich „geen enkel objectief en hard bewijs” dat met een bepaald schip wapens zijn vervoerd. Verklaringen van verschillende getuigen bevatten „soms zeer aanzienlijke” feitelijke onjuistheden. Daardoor staan ze een bewezenverklaring „volstrekt” in de weg. De kwaliteit van de verklaringen is „alles overziend zeer gebrekkig”.

De raadsheren hadden zelfs moeite zich „enige overtuiging” te vormen over de vraag of Kouwenhoven wel bij de zaak was betrokken. De raadsheren bleken van geen enkel ten laste gelegd feit overtuigd. De ene getuige zou een naam op een scheepsromp hebben gelezen, maar bleek later analfabeet. De ander dacht dat de wapens in containers zaten. Nee, in houten kisten, die met de scheepskraan uit het ruim waren getild. Nee, juist gedragen langs een ladder. Sommigen zagen Kouwenhoven op de kade de wapens inspecteren. Of was het nu Charles Taylor die met een konvooi was gearriveerd? Ter vergoelijking merkt het Hof op dat veel getuigen kennelijk een minder nauwkeurig besef van tijd en plaats hebben en hun eigen waarneming niet kunnen scheiden van die van anderen.

Justitie heeft zich aan deze zaak vertild, zegt het Hof in feite. De afstand is te groot, het land te onbekend en de bewijskracht van getuigenverklaringen te onzeker om er naar Nederlands recht zaken in te kunnen doen.

Lees het vonnis BC 6068 op rechtspraak.nl

Commentaar: pagina 7

    • Folkert Jensma