Botox en liposuctie voor de bloemkoolwijk

Op papier voldoen woonerfwijken uit de jaren tachtig aan het ideaalbeeld van de Nederlander. Maar in de praktijk zijn ze deels achterhaald: huisje, tuintje, drugsdealer.

Problemen in de bloemkoolwijk: parkeren in de voortuin, hoge schuttingen en sociaal onveilige doorgangen. Foto’s Bureau Middelkoop Bureau Middelkoop

Hun oude schutting hebben ze aan de overbuurman gegeven. Uit aardigheid, maar ook omdat ze dan niet meer naar zijn rommelige tuin hoeven te kijken. Esther Vermolen (36) en haar man Marco Richelman (39) verhuisden in 2000 met hun kinderen van een driekamerflat in Amsterdam naar Alkmaar. Ze droomden al jaren van een huis met een zolder, en dat vonden ze in de woonerfbuurt De Pet.

Acht jaar later zijn ze nog steeds heel blij met hun huis. Maar over de buurt zijn ze minder tevreden. Ze hebben leuke buren, maar er is ook verloedering, zegt Marco. Bewoners parkeren hun auto’s in de voortuinen. Er wordt in de buurt gedeald en er is een keer geprobeerd in te breken in hun huis. Het groen is armoedig en auto’s komen te hard de hoek om rijden.

De Alkmaarse wijk De Pet is een van de honderden woonerfwijken in Nederland. Ze zijn gebouwd tussen 1970 en 1985 en worden ook wel bloemkoolbuurten genoemd. Vanuit de lucht doet het stratenpatroon denken aan bloemkoolroosjes. Huizen zijn er gegroepeerd rond meanderende straten en parkeerhaventjes, je verdwaalt er makkelijk.

Bijna een kwart van de Nederlandse woningvoorraad (1 miljoen huizen) staat in zo’n buurt. Ze zijn vooral gebouwd bij groeikernen zoals Zoetermeer en Nieuwegein maar liggen door het hele land. En er moet iets aan gebeuren, vindt onder andere organisatie- en adviesbureau Middelkoop, dat de afgelopen twee jaar onderzoek deed naar dit soort wijken. Want de buurten verpauperen, of dreigen dat te doen. Morgen houdt de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV) een congres over de wijken. Daar presenteert Bureau Middelkoop een ‘gereedschapskist op papier’, met mogelijke aanpassingen voor de wijken.

Het verval is niet zo evident als bij de naoorlogse hoogbouwflats, maar de tekenen zijn er, zegt planoloog Gert Middelkoop. Vijf bloemkoolwijken – in Zwolle, Venray, Alkmaar, Almere en Heerhugowaard – heeft zijn bureau gedetailleerd onderzocht. Uit eerder onderzoek was al gebleken dat de huizenprijzen in 86 bloemkoolwijken achterbleven ten opzichte van die in andere buurten. Gemiddeld steeg de huizenprijs er tussen 1998 en 2002 zo’n 11.000 euro minder. Woningzoekenden die de keuze hebben, laten de buurten steeds vaker links liggen.

Op papier voldoen de buurten nog altijd aan het droombeeld van de gemiddelde Nederlander: een eigen huis met voor- en achtertuin, parkeerplaatsen, kleinschaligheid. De huizen zijn meestal niet van slechte kwaliteit, al is de detaillering – Trespa-platen op de gevel, kozijnen in primaire kleuren – armoedig. De buurten zijn gebouwd als reactie op de massale hoogbouw van de jaren zestig. Het moest kleinschaliger, gezelliger en (verkeers-)veiliger.

Maar in de praktijk is een deel van deze wijken ook al weer achterhaald, concludeert de SEV. De drempels, kronkelende straten en parkeerhaventjes maken de buurt onoverzichtelijk. De grens tussen stoepen, straten, privétuinen en publiek groen is vaak niet helder, waardoor bewoners zelf schuttingen plaatsen. Naar het ‘snippergroen’ in de buurt kun je alleen kijken, je kunt er niet in wandelen. De parkeerhavens zijn niet populair. Je hebt er geen zicht op je auto. Dus staat die in de voortuin.

Ook het inkomensniveau in de wijken daalt. En de bewoners, zegt programmabegeleider Anne-Jo Visser van de SEV, kunnen hun huis vaak maar nét betalen. Gert Middelkoop: „In deze buurten woont de agent, met zijn vrouw die twee dagen per week in de zorg werkt en zijn twee kinderen.” Voor een grote groep Nederlanders, is dit het hoogst haalbare, een nieuw huis op een Vinex-locatie kunnen zij niet betalen.

Niet alle bloemkoolbuurten worden als probleembuurt gezien. De Marken in Almere bijvoorbeeld niet, staat in het onderzoek van Bureau Middelkoop. Het is een kwestie van „botoxen en liposuctie”. Mooier maken wat goed is, en weghalen wat te veel is of lelijk. In enkele wijken is het nodig ten minste een aantal woningen te slopen. Maar belangrijker is volgens de SEV en Bureau Middelkoop dat de openbare ruimte in de buurt wordt aangepakt. En dat kan met relatief simpele ingrepen, denken zij. „Het is alleen zo dat deze wijken helemaal niet op het netvlies van beleidsmakers staan.”

De wijken komen terecht niet voor op de lijst van veertig Vogelaar-wijken waarin de komende jaren miljoenen moeten worden geïnvesteerd, vindt Bureau Middelkoop. Maar dat neemt niet weg dat er wel iets moet gebeuren.

De meeste aanbevelingen van Bureau Middelkoop maken de buurten weer wat traditioneler. Zo wordt gesuggereerd bergingen van de voor- naar de achtertuin te verplaatsen. Nu is vaak niet duidelijk wat de voor- en achterkant van een huis is. Een andere aanbeveling is blinde muren aan de kopse kant van huizen mooier te maken. Bewoners moeten daar, misschien wel gesubsidieerd, ramen in kunnen maken, of er een serre aan kunnen bouwen. Dat ziet er minder ‘stenig’ uit en verhoogt de sociale veiligheid in de buurt. Want ook die laat soms te wensen over. Veel aandacht ging eind jaren zestig naar verkeersveiligheid, dus zijn er vrijliggende fietspaden en voetgangerstunneltjes. Maar sociaal veilig zijn die vaak niet. Restjes snippergroen kunnen aan bewoners worden gegeven, individueel of in collectief eigendom. Zij kunnen het dan, mogelijk met steun van de gemeente, onderhouden.

Het gevaar voor de bloemkoolbuurten in het hele land is, zegt Gert Middelkoop, dat woningcorporaties de huurhuizen verkopen, zonder de buurt op te knappen. De buurten zullen daardoor verder achterop raken. Nu al kiezen de mensen die dat kunnen, voor Vinex- en andere buurten. Ook Esther Vermolen en Marco Richelman zien buren vertrekken naar de nieuwere wijk Vroonermeer in Alkmaar. Esther: „Daar ziet alles er net wat vrolijker uit, het is ruim opgezet en de fietspaden zijn netjes aangegeven.” Zij en haar man vind dat ook hún buurt verbeterd moet worden.

Gert Middelkoop ziet dat niet op grote schaal gebeuren. „De druk om inkomsten te gereneren is voor corporaties alleen maar gegroeid nu minister Vogelaar ze een extra heffing wil opleggen.” Met die heffing wil zij de investeringen in haar veertig krachtwijken mogelijk maken. De kans dat grootschalig in bloemkoolwijken wordt geïnvesteerd, is volgens Middelkoop nu dan ook „nihil”.