Zicht op ‘relaxtere’ houding VS

Behalve Amerikaanse sancties roept handelen met Cuba ook vragen op rond mensenrechten. Rabobank vergelijkt Cuba het liefst met China.

Een handelsdelegatie van 23 Nederlandse bedrijven reisde gisteren af naar Cuba. Het Nederlands Centrum voor Handelsbevordering ziet er kansen nu de als pragmaticus bekendstaande Raúl Castro vorige maand zijn meer ideologisch ingestelde broer Fidel opvolgde. Maar hoe gaat dat eigenlijk, ondernemen in een land dat sinds 1959 op communistische wijze wordt bestuurd?

Joost van den Akker is hoofd van het ‘Landenrisicoteam’ van de Rabobank, een van de bedrijven die deelnemen aan de handelsdelegatie. Hij bevestigt dat Havana de afgelopen anderhalf jaar signalen heeft afgegeven dat er meer ruimte komt voor investeringen in Cuba. Het ministerie van Defensie – dat Raúl sinds 1959 tot afgelopen maand leidde – heeft grote belangen in de economie. Dat Raúl nu de macht heeft gekregen, kan voor buitenlandse ondernemers daarom een gunstig teken zijn, zegt hij. „En het blijft afwachten, maar dat Raúl Castro onlangs heeft aangekondigd kleine regeltjes te gaan schrappen, is bijvoorbeeld een heel goed voornemen.”

Maar wat Van den Akker cliënten óók zou adviseren is „dat ze moeten beseffen dat er in Cuba sinds 1959 een machtselite aan de macht is, die in het verleden erg onbetrouwbaar is gebleken. Er zijn aangekondigd en onaangekondigd nationalisaties doorgevoerd en betalingsverplichtingen zijn niet nagekomen.”

Een andere belangrijke reden om terughoudend te zijn, is het Amerikaanse handelsembargo. „Verreweg de belangrijkste externe belemmering is de VS. Washington heeft het sanctiewapen ontdekt en deze zogeheten smart sanctions richten zich tegenwoordig steeds meer op de financiële sector. Banken hebben bijna zonder uitzondering belangen in de VS. Bijna alle financiële instellingen hebben dollarverkeer en kunnen zich geen problemen met Amerika veroorloven.”

Toch voorziet hij binnenkort wellicht „een relaxtere houding” van Amerika. „Bijvoorbeeld onder een Democratische president. Die zou de reisrestricties kunnen afschaffen.” Vooral het toerisme is volgens Van den Akker daarom een sector met „veel potentie”. Onder het Amerikaanse handelsembargo gelden allerlei reisrestricties waardoor Amerikanen amper op Cuba komen. „Maar als die rare Amerikaanse regels worden opgeheven, kan het toerisme een enorme vlucht nemen. Franse en Spaanse bedrijven investeren op het moment al enorm in de hotelsector.”

Investeren in Cuba kan alleen door joint ventures aan te gaan met staatsbedrijven, die bijna zonder uitzondering worden geleid door het leger. „Dit heeft vooral nadelen, omdat er geen betrouwbare overheid is. De Cubaanse overheid wordt gedomineerd door het leger, een inherent onbetrouwbare partij. Er is verder een totaal gebrek aan structurele investering en de infrastructuur is slecht. Dat levert allemaal enorme operationele risico’s op.”

Cubanen die voor zo’n joint venture werken, krijgen (zoals iedereen op het eiland) een salaris van de staat. Gemiddeld is dit 15 dollar per maand, terwijl de buitenlandse partij in de onderneming een veel hogere vergoeding voor de geleverde Cubaanse arbeid betaalt aan de Cubaanse staat. Van den Akker: „Als je het welwillend bekijkt is Cuba gewoon heel handig geworden om bronnen van buitenlandse valuta aan te boren en deze af te romen.”

De baantjes in de joint ventures zijn onder Cubanen zeer gewild, bijvoorbeeld omdat ze fooien krijgen, die met gemak een weeksalaris kunnen bedragen. Hier staat tegenover, zegt Van den Akker, „dat juist werknemers in bijvoorbeeld de toerismesector degenen zijn die het meest geconfronteerd worden met de rijkdom van de buitenlanders”.

Daarnaast is er nog, wat hij noemt, „het mensenrechtenargument”. „De situatie van de mensenrechten is zeker discutabel, dat moet je niet vergeten. Er is geen persvrijheid, dissidenten worden vervolgd en politieke gevangenen erg slecht behandeld in de gevangenissen. Ook hun familieleden worden min of meer geterroriseerd.”

Is het dan wel verantwoord te investeren op Cuba? Van den Akker: „Daar durf ik geen ja of nee op te zeggen. Het is geen kleptocratie. Het is geen Birma, mensen worden niet bij bosjes afgemaakt. Maar het leger maakt wel onderdeel uit van het repressieapparaat en heeft zeker geen schone handen.” Hij vergelijkt Cuba liever met China, een land waar de Nederlandse regering zelf zware handelsdelegaties heen stuurt. „Ook een éénpartijstaat, met maar net iets meer vrijheid dan in Cuba.”

Lees meer over de handelsmissie naar Cuba op nrc.nl/economie

    • Merijn de Waal