Wall Street vervalt weer in oude fouten

Het geijkte beeld van een risicobeheerder van een bank is een bebrilde bleekneus die Griekse letters op een schoolbord krabbelt. Maar wiskundige fouten liggen niet ten grondslag aan de problemen van Wall Street. Toezichthouders uit vijf landen hebben zojuist een rapport het licht doen zien, waarin het risicobeheer bij elf banken wordt geanalyseerd. Uit hun conclusies komt naar voren dat de verliezen te wijten waren aan amateuristische managementblunders.

In de eerste plaats hadden de banken die grote verliezen leden geen effectieve systemen voor het verzamelen van gegevens over en het evalueren van hun risico’s. Zij boden de divisiehoofden te veel ruimte bij het vaststellen en afdwingen van hun risicolimieten en zorgden er niet voor dat de bureaucratische barrières werden doorbroken die de doorstroming van slecht nieuws naar boven tegenhielden. Het gevolg was een conglomeraat van als los zand aan elkaar hangende divisies die allemaal uit waren op kortetermijnwinst, zonder dat hun prestaties verantwoord werden geëvalueerd.

Toen deze divisies – vooral die voor kredietfinancieringen, hypotheekobligaties en het doolhof aan grotendeels buiten de boeken gehouden ‘conduits’ en andere zogenoemde gestructureerde beleggingsvehikels – in zwaar weer terechtkwamen, kregen de hogere managers bij de banken daar niet snel genoeg lucht van. En als ze er wel van hoorden, was het meestal te laat om maatregelen te nemen. Dit is geen nieuw verschijnsel, het is veel vaker voorgekomen. Het meest recent tijdens de crises rond de ‘junkbonds’ van eind jaren tachtig en het knappen van de dotcomzeepbel begin deze eeuw. Uit het rapport van de toezichthouders blijkt dat de banken die van eerdere episodes geleerd hebben, ditmaal in staat waren de gevaren al anderhalf jaar geleden te onderkennen.

Bankiers geven ook graag de schuld aan niet goed functionerende kredietrisicomodellen. Maar de toezichthouders kwamen erachter dat de banken met de grootste verliezen eenvoudige, statische modellen hanteerden en zich dikwijls lieten leiden door de kredietwaarderingen van kredietbeoordelaars. De banken die het het best deden, pasten hun modellen voortdurend aan en gebruikten ze eerder als aanvulling op hun eigen oordeel dan als vervanging daarvan.

Een andere grote blunder was het onvermogen van de banken om rekening te houden met liquiditeitsrisico’s. Dat lijkt vooral erg dom omdat liquiditeitscrises zich met enige regelmaat voordoen op Wall Street, getuige Drexel Burnham in 1990, Salomon Brothers in 1991 of Lehman Brothers in 1998.

Het zou misschien geruststellender zijn geweest als de toezichthouders een of andere rekenfout de schuld hadden kunnen geven van alle ellende. Zo’n rekenfout zou immers makkelijk kunnen worden hersteld. De periodiek opduikende domheid van bankiers is een probleem dat zich echter minder makkelijk laat verhelpen.

Dwight Cass

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen:www.breakingviews.com

    • Dwight Cass