Vrijspraak voor handel in wapens

Het gerechtshof in Den Haag heeft vanochtend zakenman Guus Kouwenhoven vrijgesproken van oorlogsmisdaden en wapenhandel in Liberia. Het Openbaar Ministerie (OM) had in hoger beroep 20 jaar gevangenisstraf en een boete van 450.000 euro geëist.

Via zijn lokale houtbedrijven zou Kouwenhoven de Liberiaanse president Charles Taylor hebben geholpen bij diens bloedige burgeroorlog tussen 2000 en 2003. Kouwenhoven zou wapens hebben geleverd aan het regime van Taylor, die terecht staat voor het Sierra Leone-tribunaal in Den Haag. De rechtbank in Den Haag had Kouwenhoven in juni 2006 veroordeeld tot acht jaar cel wegens wapenhandel, maar hem vrijgesproken van medeplichtigheid aan oorlogsmisdrijven. Daarop ging het OM in hoger beroep.

Het hof besliste vanochtend tot volledige vrijspraak omdat de bewijsvoering van het OM van „gebrekkige kwaliteit” was. Het hof doelde daarmee op getuigenverklaringen, afgenomen in het West-Afrikaanse land, die veel tegenstellingen en vaststelbare onwaarheden bevatten.

Het hof: „Werkelijkheid en verbeelding lijken in elkaar over te gaan.” Het OM heeft die verklaringen niet getoetst „ondanks dat daar alle aanleiding voor was”, aldus het hof. Dit heeft de waarheidsvinding negatief beïnvloed, aldus het hof.

Astrid Rijsdorp zei namens het OM „deze kritische kanttekeningen ter harte te nemen”. „Als na bestudering van het totale vonnis blijkt dat de kritiek terecht is gaan wij daar lering uit trekken”, aldus Rijsdorp. Het OM gaat nog bekijken of het vonnis aanknopingspunten geeft voor cassatie. Is dat niet het geval, dan zal het „de hand in eigen boezem steken”.

Na het vonnis was er zichtbare opluchting bij Kouwenhoven (65) en zijn aanhang. De Bossche zakenman zei „niet verrast” te zijn door de uitspraak van het hof. Datzelfde gold voor zijn advocaat Inez Weski. Ze zei te begrijpen dat het voor het publiek misschien een verrassende uitspraak lijkt, maar noemde het door de gebrekkige bewijsvoering van het OM een logisch vonnis. Weski: „Ook na zoveel jaar heeft een verdachte recht op waarheidsvinding.”

Net als het hof had ook Weski stevige kritiek op de werkwijze van het OM. Het OM had werk moeten maken van het feit dat er van alles mankeerde aan de getuigenverklaringen. „Dat is bewust niet gebeurd en dat is vreselijk”, zei Weski.