Toch maar verder met marktwerking in zorg

Het is nog veel te vroeg om te oordelen over de marktwerking in de zorg, laat staan om het stelsel al weer te veranderen, vindt Marc Pomp. Bovendien: wat is het alternatief?

De invoering van marktwerking in de ziekenhuiszorg blijkt gepaard te gaan met een sterke groei van de productie (NRC Handelsblad, 1 maart). In 2006 lag het aantal verrichtingen zo’n 10 procent hoger dan in 2005; we hebben het dan over het deel van de ziekenhuiszorg waar vrije prijsonderhandelingen zijn toegestaan. Het hoofdredactioneel commentaar (3 maart) spreekt hierover zijn bezorgdheid uit. Die bezorgdheid is terecht. Wegens het verplichte karakter van de ziektekostenverzekering worden in ons land de zorgpremies tot de collectieve lasten gerekend. De sterke groei van de zorguitgaven resulteert in een navenant oplopende collectieve lastendruk, met alle schadelijke gevolgen voor de economie van dien.

Toch is het voorbarig om te concluderen dat invoering van marktwerking in de zorg is mislukt, zoals wordt gesuggereerd in het commentaar. Zelfs als we bereid zijn om aan te nemen dat al die extra niersteenbehandelingen, knie- en heupoperaties grotendeels overbodig waren, dan kan dit net zo goed wijzen op een tekort als op een teveel aan marktwerking. Immers, de ziekenhuiszorg is nog steeds voor het overgrote deel gereguleerd. In 2006 ontving het gemiddelde ziekenhuis ruim 90 procent van zijn inkomen uit een vast budget; inmiddels is dit gedaald tot 80 procent. Er viel en valt daarom nog niet bijster veel te onderhandelen voor zorgverzekeraars.

Bovendien liepen en lopen zorgverzekeraars slechts beperkt risico over de ziekenhuiszorg, waardoor de prikkel om scherp in te kopen zwak is. En dan creëert de overheid ook nog eens onzekerheid over haar beleidsplannen door invoering van een prijsplafond in de ziekenhuiszorg. Deze re-regulering – want daar komt een prijsplafond op neer – zaait twijfel over de bereidheid om voort te gaan op het ingeslagen pad van marktwerking. Het wekt dan ook geen verbazing dat zorgverzekeraars nog weinig werk maken van hun rol als zorginkoper. Ze kunnen het misschien wel, maar ze hebben weinig ruimte, ze worden er nauwelijks beter van, en misschien zorgt een prijsplafond er wel voor dat een actieve opstelling binnenkort helemaal niet nodig is.

Of marktwerking in de Nederlandse zorg ooit een succes kan worden, zullen we alleen weten als we doorgaan op het ingeslagen pad. Dat betekent uitbreiding van de risicodragendheid van zorgverzekeraars en bij ziekenhuizen meer vrijheid om te onderhandelen in plaats van een prijsplafond.

Succes is echter niet gegarandeerd. Het valt niet uit te sluiten dat verzekeraars een zwakke onderhandelingspositie blijven houden tegenover ziekenhuizen en andere zorgaanbieders. In een doemscenario lopen de zorguitgaven sterk op zonder dat de patiënt daar veel beter van wordt. Maar een gunstig scenario is ook nog steeds goed denkbaar, waarin risicodragende zorgverzekeraars erin slagen afspraken te maken met ziekenhuizen en andere zorgaanbieders over doelmatigheid en kwaliteit. Twee argumenten pleiten ervoor om het experiment met marktwerking in de zorg te continueren.

Er is geen alternatief: geen van de critici van marktwerking in zorg weet hoe het dan wel moet. Niemand lijkt terug te willen naar de strenge overheidbudgettering van de jaren 90 van de vorige eeuw. Begrijpelijk, want toen viel dagelijks te lezen over de wachtlijsten in de zorg. Maar meer smaken zijn er niet. Het is kiezen tussen marktwerking en budgettering.

Er zijn lichtpuntjes: het zojuist geschetste beeld van passieve verzekeraars behoeft enige nuancering. Schoorvoetend beginnen verzekeraars initiatieven te ontplooien gericht op doelmatige zorginkoop. Bijvoorbeeld het bijsturen van het voorschrijfgedrag van huisartsen, het voorkomen van onnodig doorverwijzen van patiënten door huisartsen naar dure ziekenhuisspecialisten, en het inkopen van goedkopere generieke geneesmiddelen om de overwinsten bij apothekers af te romen.

Marc Pomp is zelfstandig onderzoeker van de gezondheidseconomie. Hij was hoofdauteur van het CPB-rapport ‘Zorg voor Concurrentie’ (2003).

Het commentaar is na te lezen op nrc.nl/opinie

    • Marc Pomp