Regering van Servië gevallen

De Servische regering is zaterdag gevallen. De Serviërs kiezen op 11 mei een nieuw parlement.

Premier Vojislav Koštunica trok de consequenties uit de diepe onenigheid binnen de regering over de relaties met de Europese Unie. Sinds Kosovo op 17 februari eenzijdig de onafhankelijkheid uitriep en het door steeds meer leden van de EU werd erkend, is de kloof tussen Koštunica’s partij, de Democratische Partij van Servië DSS, en haar twee pro-Europese coalitiepartners, de Democratische Partij DS en G17 Plus, breder geworden. Uiteindelijk bleek de DSS bereid het pad van de Europese integratie volledig te verlaten tenzij de EU afstand zou nemen van de onafhankelijkheid van Kosovo, terwijl de DS en G17 Plus toenadering tot de EU wilden blijven zoeken. Koštunica zelf zei eind vorige week dat hij zijn ministers van de DS en G17 Plus niet meer vertrouwde.

„Een regering die geen eenheidsstandpunt heeft kan niet functioneren”, aldus Koštunica zaterdag. President Boris Tadic – leider van de DS – noemde 11 mei als datum van vervroegde parlementsverkiezingen. Op die dag stonden al lokale en provinciale verkiezingen op het programma.

De verkiezingen worden volgens waarnemers in feite een referendum over de relaties met de Europese Unie. De presidentsverkiezingen van begin februari hadden ook de betrekkingen met de EU als inzet. Ze werden met vijf procentpunt verschil gewonnen door Boris Tadic, krachtig voorstander van toenadering tot de EU. Hij versloeg de leider van de ultranationalistische Servische Radicale Partij SRS. (Reuters, VIP)