Nee, charitas à go-go is vooral goed voor ons eigen geweten

Wie wil genieten met het verstand op nul, moet vooral naar Gambia of Costa Rica.

Maar een fooi geven aan de gids bestrijdt de armoede niet.

Niets zo persoonlijk als een uitgebalanceerd vakantiegevoel. Maar je moet wel over een onverstoorbare zonnigheid beschikken om te denken dat je goedkoop kunt genieten in een tropisch lustoord en op je deckchair ook nog goed ligt te doen. Win-win charitas à go-go is een illusie.

Het was ergens aan de Mexicaanse Stille Oceaankust. De Club Med liet door nijvere locals drie keer per dag tafels dekken met heerlijke spijzen en dranken. Drie keer per dag copieus dineren. Zodra de schaal onder de rivierkreeftjes in zicht dreigde te komen, werd alweer een volle neergezet.

Aan het einde van iedere maaltijd waren de spijs- en drankpanelen even vol als bij het begin. Zo hoort het aan de monding van de hoorn des overvloeds. ‘Gratis’ tennissen, bungee jumpen, abseilen, diepzeeduiken, kinderoppas van de vroege ochtend tot de late avond, schoon wit zand tussen de tenen. Geen wolk aan de hemel.

De Mexicanen slopen om de tafels en deden de bedden in onze palmhutjes wanneer wij even weg waren. Zij hielden het gras vochtig en hadden kennelijk instructies verder uit zicht te blijven en geen aanspraak te maken op ons kleingeld. In dit paradijs geen confrontatie met het armoedevraagstuk. Ook het geweten genoot van een welverdiende vakantie.

Genieten met het verstand op nul. Als je daartoe in staat bent, loont het de moeite een reis naar Chiang Mai, de markt van Cuzco, het zwembad in Gambia of een surfvakantie in Costa Rica te overwegen. Dan rijd je met een fijne huur-SUV langs de Bloemenkust in Zuid-Afrika en vergeet je het gebrek aan stromend water tien kilometer verderop.

Vergeet al die chauffeurs, gidsen, souvenirverkopers en handwerkslieden niet, die leven van uw gulheid, stelt Jolijn Geels ons gerust. Zeker, die Cubaan die uw koffer uit de jeep naar uw cabin draagt, zal wel iets verdienen. Maar als u zeker wilt zijn dat uw staatsdollars niet naar Raúl Castro bv terugvloeien, zult u de bediende maagvullend moeten tippen.

Moeten we dan maar naar Luxemburg gaan? Ik ben een optimist als het gaat om het positief saldo van internationale kennismaking. Onze wandelgids in Ubud was een verfijnde man. Hij leek niet te lijden onder de eenzijdigheid van onze economische betrekkingen. Zijn zuster kookte een keer extra. En zijn zwager had nog een auto te huur om de vulkaan te gaan bekijken. Bali weet al jaren niet beter. Ontwikkeling is iets anders.

Natuurlijk zullen de meeste westerse toeristen „het gastland met respect betreden”, maar toerisme als verschijnsel op wereldschaal heeft veel vliegtuigmijlen en respectarm beton geproduceerd. Een cultureel verdiepend gesprek met de afwasploeg in Phnom Penh is mij niet gelukt. Over de Khmercultuur is in Brussel, Parijs en Leiden meer te vinden dan in twee weken respectvol toerisme ter plekke.

Wie arme mensen echt wil helpen kan waarschijnlijk het beste thuis blijven en gerichte, kleinschalige ontwikkelingsprojecten steunen. Een schooltje in Malawi aan boeken helpen, liftjongens in Brazilië een uniformpje schenken. Heel wat mensen doen dat ook. Maar wij reizen nu eenmaal graag, met of zonder smoes.

Het mooiste is als wij onze gewetensboekhouding ook nog op orde houden. De KLM biedt sinds kort de kans klimaatvriendelijk te vliegen. Een retourtje Bangkok is nu voor 10 euro 72 geheel gewetensneutraal uit te voeren met de CO2-ZERO service van KLM. U vliegt dan in een bamboetoestel op zonne-energie. Met een gratis kokosdrankje ter verwelkoming.

Een deel van het probleem van Derde Wereldtoerisme zit tussen onze oren, christelijk of anderszins moreel geprogrammeerd. Een ander deel voltrekt zich daar. Consumptieseks, prullariahandel, geschied- en tempelsimplificatie, horizonvervuiling, de instandhouding van een bedeleconomie. Makkelijke oplossingen zijn er niet. Voorlopig voel ik me meer op mijn gemak met een weekeindje Parijs.

Marc Chavannes is redacteur van NRC Handelsblad en werkte jarenlang als buitenlandcorrespondent.

    • Marc Chavannes