Judith Herzberg leest onvoltooid gedicht voor

Gisteren ging literair festival Het Voorwoord van start, „de prelude op de boekenweek.” Jef Geeraerts vertelde over grizzlyberen en Bart Moeyaert sprak over een reis met Tellegen.

„Ik heb geen bloemen voor je.” Bart Moeyaert verontschuldigt zich. De Vlaamse schrijver heeft niets meegebracht voor Toon Tellegen, die zojuist de Constantijn Huygens-prijs in ontvangst genomen heeft voor zijn hele oeuvre – „ook zijn grote-mensen-boeken”. Moeyaert is namelijk het vertrouwen in de snijbloem verloren, vertelt hij op het podium van de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. Wel heeft hij voor Tellegen een feestrede geschreven. Een vrolijk, meeslepend, en vooral persoonlijk relaas over bloemen, geluk, Tellegens oeuvre en een reis door Japan die ze ooit samen maakten. Dat is misschien wel het mooiste cadeau dat je als laureaat kunt krijgen.

Met de rede van Moeyaart begon literair festival Het Voorwoord gisteren veelbelovend. „De prelude op de boekenweek”, zo noemde Anton Korteweg, voorzitter van de Jan Campertstichting de avond. Maar verder dan de literatuur reikte het verband met de boekenweek (die woensdag van start gaat) niet. Vormde in 2006, tijdens de eerste editie, het boekenweekthema ‘muziek’ nog een rode draad in het programma, dit jaar was ouderdom – afgezien van de gemiddelde leeftijd van de schrijvers en het Haags publiek – ver te zoeken. Eigenlijk was er helemaal geen thema – gelukkig maar misschien. Het enige doel was ‘een gevarieerd aanbod literaire optredens.’

Dus werd schrijver Jef Geeraerts samen met zijn vrouw Eleonore Vigenon geïnterviewd over het onlangs uitgekomen Spoken, waarin het archief van de schrijver de basis vormt. Twee jaar geleden, toen de kelder met het verzamelde papierwerk van Geeraerts onder water dreigde te lopen, besloten ze het materiaal te verwerken in een boek. Geeraerts praat graag en greep de kans aan om uitgebreid over zijn verleden te vertellen. Over Congo, over een bijna fataal geworden jacht op een grizzlybeer en over zijn briefwisseling met Gerard Reve.

Jong talent ontdekken was er echter niet bij. De verhalende gedichten van Annemieke Gerrist zijn aanstekelijk, maar bleven – vooralsnog – te veel aan de oppervlakte om de aandacht vast te houden. Net als de ‘colhalen’, „iets tussen columns en verhalen” van Asis Aynan, over de „gruwelijke combinatie” van een laagzittende broek en opgetrokken bilstring.

Des te beter waren de gevestigde namen, zeker als ze werden uitgedaagd. Zo bleek het verzoek van interviewer Pieter van den Blink aan dichter Judith Herzberg een gouden vondst. Hij had haar gevraagd een gedicht mee te brengen, waar ze nog aan bezig is. Een beetje raar vond Herzberg, want haar werk moet rijpen, maar vooruit, „mits u het niet als eindproduct beschouwd”. Een krantenbericht over de regenboogforel was de aanleiding, legt Herzberg uit, waarna ze een eerste lange versie van het gedicht in wording las. Om vervolgens te besluiten dat het eigenlijk best wat korter kan: „De regenboogforel besloot / om klein te zijn in plaats van groot.”

    • Lineke Nieber