In de klaagtrein over de Iraanse hoogvlaktes

In de trein luchten Iraniërs hun hart. Maar als iemand een extreme mening heeft past de rest zich wat aan, om vooral niemand voor het hoofd te stoten.

Het loopt al tegen zessen in de namiddag als de lange trein naar Kerman zich eindelijk in beweging zet. Schone stoelen, twee flatscreen televisies, kussens en dekens. En dat voor 17.000 toman (circa 12 euro): geen wonder dat de treinen zo vaak vol zitten in Iran.

Als de deur van de cabine dichtgaat, begint het nationale Iraanse tijdverdrijf: klagen. „Het is toch wel erg hè, die gestegen prijzen”, zegt een man. „Met God als mijn getuige, hoeveel ik ook verdien, het is nooit genoeg om rond te komen”, antwoordt een ander.

Het zijn gesprekken zoals ze iedere dag plaatshebben. In taxi’s, bussen en dus ook in de trein luchten mensen hun hart (dard-e del, zoals dat hier heet) over de huidige problemen.

„Wat dacht je van de benzine?”, zegt een man uit Hamadan. „De regering belooft het oliegeld naar de families te brengen, maar we zien er niets van”, vult iemand anders aan.

Desondanks is president Ahmadinejad de minst slechte keuze onder de slechten, concluderen de meeste passagiers. „Hij belooft 100 procent en doet 15 procent. Dat is niet slecht. Andere politici geven helemaal niet om armere mensen”, zegt de man die het gesprek opende.

„Maar wellicht had ik op Rafsanjani moeten stemmen”, zegt hij vervolgens over de rijke geestelijke die in 2005 de verkiezingen van Ahmadinejad verloor. Rafsanjani staat niet bekend als een pleitbezorger voor de armen.

„Ahmadinejad heeft de Amerikanen op hun knieën gebracht. Hij heeft ons ‘het recht op nucleaire energie’ gegeven”, zegt een andere man trots. „De nucleaire internationale discussie is alleen goed voor de regering”, stelt hij twee minuten later vast.

De gesprekken, met argumenten vol tegenstrijdigheden, duren uren en worden afgesloten met lange verhalen over de prijzen van verschillende soorten drugs („die zijn heel slecht”, vindt iedereen). Sigaretten worden aan de lopende band aangestoken (roken is verboden in de trein), terwijl wordt bediscussieerd waarom vrouwelijke studentes in de stad Karaj meer drugs zouden gebruiken dan mannelijke. „Het is toch erg met de meisjes in dit land, ze doen wat ze willen. Laatst zaten er twee hasj te roken in de taxi!”

Het zijn beproefde conversaties, bedoeld om een gezellige sfeer van saamhorigheid te creëren. Als iemand er een extreme mening op nahoudt, dan past de rest van de groep zich wat aan om niemand voor het hoofd te stoten. Echte politieke discussies, met opwinding, individuele standpunten en strijd, maak ik maar zelden mee op dit soort reizen door Iran. Dat past ook niet bij de omgangsvormen.

„In Iran steunt 15 procent het systeem en is 15 procent er fel tegen. De overige 70 procent zit er tussen in”, legde de hervormingsgezinde geestelijke Mohsen Kadivar ooit uit.

‘Zwevende kiezers’, in Nederlandse termen. In Iran komt er nog een factor bij. In het Westen zijn veel mensen (onbewust) getraind in het uiten van duidelijke meningen, maar hier in de voortdenderende trein over de Iraanse hoogvlaktes, vindt iedereen van alles, en tegelijk niets. Als je mensen persoonlijk spreekt, zonder de rest van de groep, is het niet veel duidelijker.

„Ik leef, maar dit is geen leven”, zegt de man uit Hamadan. Maar vijf minuten later zegt hij dat hij zeer tevreden is met zijn bestaan. „Ik heb een hekel aan drugsgebruikers”, zegt een ander. „Ik heb drugs bij me, maar gebruik ze niet.”

Zonder invloed op het politieke proces (het stemmen uitgezonderd) en zonder al te veel uitzicht op een betere (nabije) toekomst, hebben veel van de treinpassagiers geen duidelijk idee waarom ze stemmen, en al helemaal geen hoop op verandering. Alles blijft toch hetzelfde, zegt iedereen.

Dat betekent niet dat ze niet gaan stemmen bij de parlementsverkiezingen op 14 maart. „Ik moet mijn stembewijzen in mijn paspoort gestempeld hebben”, zegt iemand. Soms, bij sollicitaties bijvoorbeeld, kan het helpen als je kan tonen dat je altijd trouw hebt gestemd. „Er gebeurt tenminste wat op de verkiezingendagen”, concludeert een ander. In kleinere dorpen en steden zonder afleiding is de volksraadpleging een speciale dag waarop je oude vrienden tegenkomt bij de stembus en nog eens een klaagpraatje maakt.

Als de trein in de vroege ochtend in Kerman aankomt, neemt iedereen uitgebreid afscheid van de nieuwe vrienden die ze waarschijnlijk nooit meer zullen zien. Het hart is gelucht, en de klaagtrein heeft zijn eindpunt bereikt: nu moet er weer gewerkt worden.