In de kerk met Jimmy Carter

Het leven van de Amerikaanse oud-president Jimmy Carter staat in dienst van de mensenrechten, maar bovenal God. Een zondagochtend in Plains, Georgia, een kerkdienst met Jimmy (83) en Rosalynn (80).

Voor de wekelijkse bijbelles van oud-president Jimmy Carter maken gelegenheidskerkgangers aan de rand van het dorp Plains nog een fotostop bij een curieus beeld dat de lachende pinda heet: een vier meter hoge ongepelde pinda met een wit gebit erin verwerkt. Vlakbij staan anderhalf uur voor het begin van de dienst in de Maranatha baptistenkerk al tientallen auto’s, inclusief twee van de politie. Op het gazon voor de kerk – dat ook Carter naar verluidt soms maait – een agent van de geheime dienst met herdershond, bij de ingang van het gebouwtje met een witte spits drie van zijn collega’s. Ze controleren de inhoud van tassen en kleding en laten een metaaldetector langs de bezoekers glijden. Voor je de kerk binnengaat, vorm je, met de armen gestrekt opzij, een kruis.

Binnen dicteert dominee Summers de huisregels aan de aanwezigen, voor het merendeel afkomstig uit andere delen van de VS: niet opstaan als Carter binnenkomt, en niet klappen. Hier wordt God vereerd. Fotograferen mag als Carter binnenkomt en de aanwezigen vraagt waar ze vandaan komen. Handen schudden mag niet, een praatje maken met de 39ste president van de Verenigde Staten (1977-’81) wordt evenmin op prijs gesteld. Als je een van zijn vele boeken wilt laten signeren; opsturen naar het Carter Center in Atlanta.

Tien uur. Carter komt binnen. De drie camera’s waarmee de dienst wekelijks wordt vastgelegd draaien. President Carters Sunday School Class presentations zijn verkrijgbaar op cassette, cd, videoband en dvd. Carter begon ermee na zijn presidentschap, en trad zo in de voetsporen van zijn vader, een pindaboer die ook zondagschoollessen gaf.

Carter – grijs zomers pak, lichtblauw overhemd en ‘bolo tie’ – vertelt voorafgaand aan de kerkdienst over zijn tweede carrière: zijn inspanningen, met andere oud-politici, voor vrede. In 2002 werd hij daarvoor beloond met de Nobelprijs. „Onlangs zijn er nog drie van ons [onder wie Kofi Annan] in Kenia geweest.” Carter kondigt een missie aan naar het Midden-Oosten, „waar we willen gaan praten met leiders van Hamas en met Syrië – een land waarmee de VS geen contact wil. Daar ligt de sleutel voor de oplossing van het conflict in het Midden-Oosten.” Dichter bij huis poogt Carter al jaren de liberale en de conservatieve stromingen binnen zijn eigen baptistenkerk te verzoenen. De Carters behoren tot de eerste categorie.

In juli is er een trip naar Zuid-Afrika, voor de viering van de 90ste verjaardag van medevredestichter Nelson Mandela. In december gevolgd door de 60ste verjaardag van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. „Zoek die maar eens op op internet en neem er kennis van”, adviseert Carter. „Het zijn vooral de VS die die rechten schenden en verwaarlozen.” En andere landen, voegt hij er snel aan toe.

De fragiel ogende Carter zet zijn bril op en oreert over goed leven in de ogen van God. Dus ook je vijanden liefhebben – de motor achter zijn vredesmissies. Hij vertelt hoe hij er vroeger in en om zijn geboorte- en woonplaats Plains (ruim 700 inwoners) op uit trok om mensen voor God te interesseren. Hij slaagde erin 140 mensen naar de kerk te laten komen; naar eigen zeggen een schril contrast met de massa’s mensen die hij opriep bij verschillende verkiezingen op hem te stemmen.

Carter stapt achter een katheder en leest voor uit Lukas en Johannes. Vertelt over Franciscus van Assisi, die zijn bezittingen weggaf en leefde met bedelaars. En hoe hij in Massachusetts een populaire dominee vroeg naar het geheim van zijn succes. Diens antwoord: „Je moet twee personen liefhebben: God en degene die tegenover je staat, op welk moment dan ook.” Het is het slotakkoord van drie kwartier Carter. Dominee Summers begint aan de reguliere dienst. „Come, all who are thirsty!”

Een uur later stellen Carter en Rosalynn, in een blauw mantelpak, zich buiten in de zon op om met bijna alle Cartertoeristen op de foto te gaan. We komen uit Nederland, laten we het echtpaar weten als we naast de Carters gaan staan, gadegeslagen door agenten van de geheime dienst. „We love your country”, laat de voormalige first lady weten. „I hope you have a black president”, zeg ik als de foto is gemaakt. Carter, die zich in de strijd om de Democratische kandidatuur voor het presidentschap niet heeft uitgesproken voor één van zijn partijgenoten, Obama of Clinton, zegt niets. Met een jongensachtige glimlach toont hij zijn fameuze gebit.

Meer over Carter en Plains op: www.plainsgeorgia.com