Gevleugelde titels

Het zal u niet zijn ontgaan: het thema van de Boekenweek is ‘Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan’. Zoals iedereen zal weten is dat een boektitel. Louis Couperus publiceerde Van oude menschen, de dingen die voorbijgaan in 1906.

Vooral in kranten kom je geregeld toespelingen op die titel tegen. „Van oude treintjes die voorbijgaan” (genoemd in Van Dale), „van oude dagbladen en de dingen die voorbijgaan” (over Het Parool) en, in een vrijere toepassing, „van oude mannen tegen het voorbijgaan van de dingen” (over een conservatieve jury).

Van de dingen die voorbijgaan wordt, aldus Van Dale, met dank aan Couperus gebruikt om de vergankelijkheid van iets te benadrukken.

Komt dat vaak voor, boektitels die gevleugeld zijn geworden?

Volgens Ton den Boon zijn er zo’n driehonderd boektitels van oorspronkelijk Nederlandstalig werk die het tot staande uitdrukking hebben geschopt, óf waarop je regelmatig toespelingen leest. Ton den Boon is hoofdredacteur van de Grote Van Dale en schrijver van een snel groeiende stapel taalboekjes. Meestal zijn die boekjes erg dun en graven ze niet al te diep, maar voor dit onderwerp stelt Den Boon ons een dik werk in het vooruitzicht.

Dat boek zal in 2010 verschijnen, het gaat Cultureel allusiewoordenboek heten, en het zal een uitputtende verzameling bevatten van niet alleen Nederlandse en buitenlandse boektitels die gevleugeld zijn geworden, maar ook gevleugelde titels van opera’s, films, schilderijen en andere kunstwerken.

Als voorproefje heeft Den Boon bij uitgeverij Adr. Heinen zojuist een boekje uitgegeven met de titel Van oude mensen… Van boektitel tot staande uitdrukking (112 blz., prijs €11,95). Hierin heeft hij de tachtig meest frequent aangehaalde titels van Nederlandstalige boeken bij elkaar gezet.

Om welke titels gaat het en uit welke tijd stammen ze? Er is één boek uit de zestiende eeuw, Lof der zotheid van Erasmus, en één uit de achttiende eeuw: Het wederzijds huwelijksbedrog van Pieter Langendijk. Er zijn er vijf uit de negentiende eeuw, met als bekendste De brave Hendrik van Nicolaas Anslijn, Snikken en grimlachjes van Piet Paaltjens en Een nagelaten bekentenis van Marcellus Emants. Uit de twintigste eeuw stammen er twintig van vóór de Tweede Wereldoorlog; de rest, verreweg de grootste groep, is van ná die tijd.

Welke schrijvers hebben nu de meeste gevleugelde boektitels opgeleverd? De absolute winnaar, met acht gevleugelde titels, is Willem Frederik Hermans. Onder professoren, Nooit meer slapen, Uit talloos veel miljoenen – u kunt waarschijnlijk zo een aantal titels van Hermans opdreunen waarop geregeld wordt gezinspeeld. In de krant gebeurt dat doorgaans zonder de oorspronkelijke auteur te noemen, een goede indicatie dat een titel is ingeslepen.

Op de tweede plaats staan drie auteurs met ieder vier titels: Louis Couperus met verder nog Antiek toerisme, De stille kracht en Langs lijnen van geleidelijkheid, Remco Campert met onder andere Alle dagen feest, en Harry Mulisch met als bekendste Voer voor psychologen. Den Boon vertelt iets over de geschiedenis van het boek en laat verder met veel citaten zien hoe er vooral in kranten op deze titels wordt gezinspeeld. Het is een leuk boekje geworden, Van oude mensen, dat ons doet uitzien naar het grotere werk.

Ewoud Sanders

Volgende week meer over de zeepmonden. Zie ook www.nrc.nl/woordhoek

    • Ewoud Sanders