Geen echt andere ‘Matthäus’ bij Sir Colin Davis

Klassiek Ned. Kamerorkest o.l.v. Sir Colin Davis. Gehoord: 8/3 Concertgebouw Amsterdam. Herh.: 10/3.

Het is een bijzonder Matthäus-jaar. De ‘authentieke’ uitvoeringsstijl, opgekomen sinds 1973, lijkt op de terugtocht, nu bij het Nederlands Kamerorkest, het Koninklijk Concertgebouworkest en het Rotterdams Philharmonisch Orkest de Matthäus Passion net als vroeger wordt uitgevoerd met ‘gewone’ dirigenten. Niet ‘barokspecialisten’ als Frans Brüggen, Philippe Herreweghe of René Jacobs, maar Sir Colin Davis, Iván Fischer en Yannick Nézet-Séguin dirigeren nu Bachs Matthäus bij de orkesten in Amsterdam en Rotterdam.

De zeer beroemde Engelse dirigent Sir Colin Davis opende zaterdag in het Amsterdamse Concertgebouw het retrojaar in de Hollandse passietraditie bij het Nederlands Kamerorkest met een Matthäus, die daar vanavond wordt herhaald. Wie hoopte op een radicaal andere Bachstijl of een soort herleving van de ‘laatromantiek’ van Mengelberg of van de bijna stilstaande monumentaliteit van Klemperer, werd teleurgesteld.

Wat podiumbeeld en bezetting betreft week Davis nauwelijks af van Ton Koopman: twee kleine orkestjes, twee koren van 22 zangers, een klein kinderkoor en twee orgeltjes. En Davis kwam ook niet met een erg opvallend langzaam tempo, al was hij structureel trager dan nu normaal is: hij kwam uit op drie uur en vier minuten, terwijl twee uur en drie kwartier tegenwoordig gebruikelijk is.

Het eerste deel klonk nogal ‘gewoon’ en ‘gemiddeld’, nauwelijks als de persoonlijke visie van een groot dirigent. Maar bovenal was het nogal eens weinig exact, puntig of dramatisch bij een wat dichtlopend klankbeeld en gebrek aan balans.

Het Twentse projectkoor Consensus Vocalis – soms mooi a cappella zingend – bleek vaak zwak, het kinderkoor De Kickers was nauwelijks te horen. Opmerkelijk bij een dirigent uit het korenland Engeland.

Het orkestspel was echter zeer verzorgd, tal van trillers en versierinkjes konden opbloeien in het wat trage tempo. Sopraan Lisa Larsson en alt Annette Markert zongen niet gelijk in So ist mein Jesus nun gefangen, maar tenor Andrew Kennedy zong prachtig in Ich will bei meinem Jesu wachen. En Robert Holl maakte, zoals altijd, enorme indruk met zijn grootse en fel bewogen Christus-rol.

Het tweede deel was als geheel beter, met meer drama en meer pure schoonheid. Evangelist Charles Daniels toonde zich betrokken, de bas Ekkehard Abele was uitstekend, onder andere als Hogepriester, aria’s klonken vaak beter, met vervoerend fraai spel van concertmeester Gordan Nikolic in Erbarme dich. En het koraal O Haupt voll Blut und Wunden was bijzonder: half begeleid, half a cappella.

Al ontbrak een echt opvallend en uniek kenmerk in deze Matthäus, toch was er in de aanpak van Davis her en der wel een subtiele en bescheiden neo-romantiek te signaleren. De begeleiding van de bas-aria’s Gerne will ich mich bequemen en Am Abend da es kühle war had een licht onheilspellende en surrealistische ondertoon in de violen. En gelukkig klonk het slotkoor Wir setzen uns mit Tränen nieder hier in een zeer gematigd tempo: eindelijk weer eens echte treurigheid!