Geef mij maar onzinkennis

Je kunt de werkelijkheid op twee manieren benaderen, leerden we vroeger op de universiteit: je begint bij een algemene theorie en kijkt dan of de feiten erin passen. Je begint bijvoorbeeld bij het marxisme en zoekt dan de feiten om de klassenstrijd te bewijzen. Of je begint bij de botsing van beschavingen en je ziet overal de onverenigbaarheid van moslims en christenen.

Bij de tweede manier verzamel je eerst een boel feiten en probeer je te komen tot een algemene verklaring. Deze manier is leuker, maar vereist wel meer creativiteit. Je hebt eindeloos veel details, kleine waarnemingen, randverschijnselen en dan verzin je een verhaal. Je ziet gehoofddoekte moslimmeisjes het schitterend doen op westerse universiteiten en denkt: hoezo botsing, deze meisjes gaan straks heus geen terroristen baren. Als je eenmaal oog hebt voor details en kleine waarnemingen, kom je er nooit meer vanaf, ook al verzamel je een hele tijd alleen maar onzinkennis, omdat het nog geen kennis is. Het gaat lange tijd nergens over, of om het met Seinfeld te zeggen: it’s a show about nothing.

Ik ben in de loop der tijd een verwoed verzamelaar geworden van onzinkennis: weet u waarom Italiaanse mannen zo vaak naar hun kruis grijpen? Laatst kreeg een Italiaan een boete van 200 euro omdat hij dat in het openbaar gedaan had, maar waarom doen ze dat?

Volgens een schrijfster in Slate Magazine van 4 maart (www.slate.com) heeft de gewoonte haar oorsprong in de Romeinse tijd en had als bedoeling om ongeluk af te wenden. Het kruis is het centrum van de voortplanting: als er onheil dreigt, bescherm dan eerst de mogelijke nazaten. In de loop der eeuwen is de betekenis uitgebreid van het afwenden van ongeluk naar het oproepen van geluk: bij het pokeren grijpen Italiaanse mannen op moeilijke momenten ook naar hun kruis.

Wat moet ik met deze ‘kennis’? Dat weet ik nog niet. Waarom is de misdaad in New York de afgelopen jaren gedaald? Volgens Steven Levitt en Stephen J. Dubner van Freakonomics (2005), omdat abortus gelegaliseerd werd. Tienermeisjes die zwanger raakten, hoefden niet als alleenstaande moeders de potentiële boefjes ter wereld te brengen.

De grootste en leukste verspreider van onzinkennis is wat mij betreft Malcolm Gladwell (www.gladwell.com), journalist van The New Yorker, half Jamaicaan en half Brits, opgegroeid in Canada en schrijver van twee bestsellers, Blink (2005) over waarom we meer zouden moeten vertrouwen op onze intuïtie en The Tipping Point (2000) over de razende snelheid waarmee maatschappelijke veranderingen zich kunnen voordoen – iemand zou deze gedachtegang op Nederland moeten toepassen om de verrassende opkomst van moslimhaat en vreemdelingenangst te verklaren. Maar Malcolm Gladwell grossiert in details en kleine waarneminkjes in zijn New Yorker-stukken: wist u dat mensen almaar slimmer worden? Een Utrechtse wetenschapper vergeleek de intelligentietests van twee generaties achttienjarige Nederlanders en zag tot zijn verbazing dat ze in de jaren tachtig significant hoger scoorden dan in de jaren vijftig.

Voor Gladwell is zo’n gegeven aanleiding om lustig door te denken en door te lezen en wat blijkt? Het verschil kan worden verklaard door veranderingen in het onderwijs: mensen zijn dankzij nieuwe leermethodes abstracter en cognitiever gaan denken. En dan betrekt Gladwell er meteen ook de rassenleer bij, waarin van oudsher werd gedacht dat Aziaten de slimsten zijn, daarna de Europeanen en ten slotte de Afrikanen. Blijkt niets van waar. Als aan Afrikanen wordt gevraagd om enkele dingen te ordenen, zeg maar gereedschappen, voedselsoorten en kleding, zetten ze een mes in de categorie van de aardappel. Uitleg: je hebt een mes nodig om een aardappel te snijden, zo zou een wijs man het doen. Vraag: en hoe zou een dwaas het doen? Tja, die zet de voedselsoorten bij elkaar en de gereedschappen bij elkaar. Cognitief denken versus functioneel denken, met intelligentie heeft het niks te maken.

Gladwell kan overal even smakelijk over schrijven: zijn muzikale hits voorspelbaar? Een paar jongens hebben een computerprogramma ontwikkeld dat zoveel mogelijk aspecten van liedjes uit de hitparade in kaart brengt. Komt de test: ze gaan op een willekeurige dag naar een cd-winkel en kopen de cd’s die op die dag zijn uitgekomen. Computer aan het werk en welk lied komt eruit als een mogelijke, maar onwaarschijnlijke wereldhit? ‘Come away with me’ van Norah Jones. Goed voor twintig miljoen verkochte exemplaren, naar later blijkt.

Gladwell rekende ooit met economen uit hoeveel schade daklozen veroorzaken in termen van gezondheidszorg en overlast voor winkels en toeristische attracties. Het blijkt dan dat het goedkoper is ze ieder een eigen appartement te geven met een privéverpleegster.

De leukste is van vier jaar geleden: over ketchup. Vraag in een gezelschap om een merk ketchup te noemen. Juist ja. Hoe komt het dat we zoveel soorten mosterd en mayonaise kennen, maar bij ketchup op één merk uitkomen? Omdat smaak ook volmaakt en universeel kan zijn, zoals bij frisdrank intussen gebleken is. Maar dan begint Gladwell pas: hij wandelt door de evolutietheorie en de stelling dat kinderen vroeger vanaf hun vierde zelf voedsel moesten verzamelen en daarom moesten leren vreemde smaken te wantrouwen; vreemde gerechten brengen ze ook nu met de vertrouwde ketchup op smaak.

Heerlijk, die onzinkennis, maar de les is deze: het leven is veel vermakelijker en aangenamer als je bij de rare feitjes begint, dan als je uitgaat van een rotsvaste theorie waarin alles moet passen. Wat we nu allemaal over de islam denken gaat uit van de theorie van de onverenigbaarheid. Waar we van uit zouden moeten gaan zijn de individuele, gekke moslims zelf, die in zoveel soorten komen.

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/ramdas (Reacties worden pas openbaar na beoordeling van de redactie.)