Een ‘stalen lady’ die nauwelijks bij te houden is

Diana Monissen verruilt de top van zorgverzekeraar Agis voor het ministerie van Volksgezondheid. Haar handelsmerk: zorg voor de patiënt. „Ze is inspirerend, maar soms vermoeiend.”

Diana Monissen: „Als ik er ergens voor kan zorgen dat de gezondheidszorg verbetert, is dat in Den Haag.” Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold amersfoort diana monissen foto rien zilvold Zilvold, Rien

Diana Monissen, de nieuwe directeur-generaal curatieve zorg op het ministerie van Volksgezondheid, onderging haar eerste operatie toen ze zes jaar oud was. Ze had erge rugpijn. Haar wervelkanaal in de rug is vernauwd en daar heeft ze nog elke dag last van.

De laatste keer dat ze onder het mes ging was in 2001. Nekhernia, was de diagnose. In de tussenliggende periode werd ze twaalf keer geopereerd aan rug en nek. Haar neus werd rechtgezet en er was een liesbreuk. Ze heeft ook endometriose, waarbij baarmoederslijmvlies buiten de baarmoeder komt. Ze was 38 jaar toen een arts zei: uw baarmoeder moet worden verwijderd. Toen dat niet hielp, zei hij: uw eierstokken moeten eruit. Ze vroeg om een second opinion. En die specialist zei: uw baarmoeder had er helemaal niet uit gehoeven.

Álle bestuurders in de zorg zeggen dat in hun organisatie alles om de patiënten draait. Bij Monissen geloof je het. Tijdens haar studie reed ze gehandicapten in een busje naar het theater. De verstandelijk gehandicapten van De Lichtenvoorde gaf ze een cliëntenraad. De psychiatrische patiënten van Mentrum in Amsterdam kregen nieuwe wachtkamers om zich prettig te voelen. Als topvrouw van Agis propageerde ze een methode om de ervaringen van patiënten te meten, waarmee alle zorgverzekeraars nu werken.

Vanaf 1 april gaat ze de minister van Volksgezondheid adviseren over marktwerking in de zorg. Voorganger Martin van Rijn onder wie het huidige zorgstelsel werd ingevoerd belde haar op een donderdagavond in oktober. Ze was onderweg naar huis in Bussum. Of zijn baan niet iets voor haar was.

Monissen heeft zorginstellingen én een verzekeraar geleid. Dat kunnen niet veel ambtenaren zeggen. Ze werkt hard. Ze is niet bang. Ze is niet partijgebonden. En ze is een vrouw. Van de twee directeuren-generaal die Martin van Rijn zouden vervangen, moest van minister Ter Horst van Binnenlandse Zaken er één een vrouw zijn.

Ze solliciteerde niet direct. Ze was nog maar korte tijd bij Agis lid van de raad van bestuur. Bovendien gaat ze op het ministerie „enkele tienduizenden euro’s” minder verdienen. Maar ze krijgt wel meer invloed. Secretaresse Ilona Schipper merkt dat: „Ineens wil iedereen haar zien. Er bellen mensen die ze jaren niet heeft gesproken. Sommigen blijven proberen. Als het niet lukt, komen ze haar ‘toevallig’ elders tegen.”

Diana Monissen rijdt iedere dag om half acht van Bussum naar het hoofdkantoor van Agis in Amersfoort en is meestal om half tien ’s avonds weer thuis. Op zondagmiddag leest ze de stukken voor maandag, ’s avonds komen haar zes volwassen kinderen en hun partners eten. Soms kookt ze.

Ze organiseert vaak sponsorbijeenkomsten in haar huis. Daar hangen schilderijen van gehandicapten, die ze op avonden tentoonstelt en verkoopt. Voor collega’s, oud-bestuurders, buren en vrienden organiseert ze etentjes, of wijnproeverijen. Haar schoolvriendin Miep Cox: „Een dochter wordt 18, of slaagt voor haar atheneum. De naamsverandering van de kinderen, een aspergefeest. Ze heeft altijd wat te vieren.”

Ze zit in adviesraden, besturen en raden van toezicht van zorg-, onderwijs- en onderzoeksinstellingen. Ze is voorzitter van een netwerk van vrouwen die in de zorg werken. „Ik kan haar soms niet bijhouden”, zegt Cox. „Ze is heel inspirerend, maar ze kan ook heel vermoeiend zijn.” Anshu Gupta, strategisch adviseur van bestuurders in de zorg, zegt: „Ze is altijd goed voorbereid, snel en heel daadkrachtig. Ze is ook heel direct. Ze zegt: dit moet gebeuren en ik wil dat het op die datum klaar is. Geen discussie. Ze legt de lat heel hoog. De rest kan haar snelheid en prestaties niet altijd volgen.”

Dat beaamt voormalig bestuursvoorzitter van Agis en Tweede-Kamerlid Eelke van der Veen. Hij zegt dat Monissen „soms zeer verrast is als achteraf blijkt dat niet iedereen gaat uitvoeren wat zij bedacht heeft. In haar enthousiasme ontgaat haar soms de al dan niet terechte weerstand.”

Ilona Schipper, al bij de psychiatrische instelling Mentrum secretaresse: „Diana wordt chagrijnig als iemand tijdens een vergadering geen inbreng heeft, of te laat komt.” Het enorm harde werken is haar manier van vechten, zegt ze. „Als Diana pijn heeft doet ze er juist een schepje bovenop.” Na een operatie verzamelde ze haar managementteam om het bed. Vriendin Miep Cox: „Als ze ooit haar ogen sluit, moet ze weten dat ze het maximale voor de maatschappij heeft betekend.”

Zelf zegt Monissen dat de pijn een drijfveer is, zeker. Maar ze heeft ook haar moeder als voorbeeld.

Diana Monissen deed haar communie in Valkenburg aan de Geul in Limburg. Ze liep mee in processies, maar ze mocht van haar ouders niet lid worden van het kerkkoor. Haar moeder schroefde het bordje met de familienaam van de kerkbank omdat ze zich niet wilde onderscheiden van andere kerkgangers. Ze was cheffin van secretaresses bij een overheidsinstelling in Heerlen, totdat ze trouwde en weg moest. Ze begon een hotel: Happy Days. Vader werkte bij de Staatsmijnen totdat hij oogproblemen kreeg. Daarna runden ze samen het hotel.

De ouders van Miep Cox hadden ook een hotel even verderop. Samen gingen naar de St.-Josephschool. „Als Diana bleef slapen, zette ze de wekker om zes uur. Even aardrijkskunde checken. Ze ging niet voor een zeven.”

Na de middelbare school bleven de vriendinnen elkaar zien. Toen Monissen in Nijmegen pedagogiek ging studeren, woonden Miep Cox en haar man vlakbij, in Heteren. Toen Monissen in de zomer van 1986 een Pools jongetje wilde adopteren, gingen Cox en haar man mee om hem in Polen op te halen. „In het tehuis vertelde een vrouw aan Diana dat er nog ergens een broertje was, van een paar maanden oud.” Nog dezelfde winter ging ze terug naar Polen.

De Poolse broertjes adopteerde ze de zomer erna, met Fred Kok. Hem leerde ze kennen op Curaçao, waar zij tijdelijk een hotelschool runde en hij werkte als vlootaalmoezenier en docent. Tegen alle voorspellingen in werd ze zwanger. Zijn drie kinderen, haar twee zonen, hun dochter kregen allemaal zijn achternaam. Ze gingen in Lelystad wonen en later in Millingen aan de Rijn. Er kwam een hulp in huis, Ada, die vijf dagen in de week tussen de middag en na school voor de zes kinderen zorgde. In de schoolvakanties was Fred Kok thuis, hij gaf toen les.

Ze reorganiseerde De Lichtenvoorde, een instelling voor verstandelijk gehandicapten. Het middenkader verdween. Bij verzekeraar Oost-Nederland ging ze na drie jaar weg omdat ze in haar eigen woorden „niet met de baas door één deur kon”. Ze ging naar Mentrum, dat net uit drie instellingen was gefuseerd, en maakte het financieel gezond. Het gezin verhuisde naar Bussum.

Voormalig bestuursvoorzitter Eelke van der Veen haalde haar naar Agis. Hij kende haar van een netwerk dat meer vrouwen op topposities wil krijgen in de zorg. Daarvan was hij voorzitter. „Het is vreemd om voorzitter te zijn van zo’n organisatie en dan zelf geen vrouwelijke directeur te hebben. En ze had haar sporen bij Mentrum verdiend.”

Ze werd directeur zorg in een periode dat het niet goed ging met het bedrijf. Het was 2005 en miljoenen mensen zouden van verzekeraar wisselen. Agis verloor een kwart van alle klanten. Toen Monissen er een paar maanden werkte, stapte bestuurder Joop Hendriks op en nam zij zijn plaats in.

„Agis was een beetje het zielige broertje tussen de verzekeraars”, zegt Martin Bontje, die toen aan het hoofd stond van koepelorganisatie Zorgverzekeraars Nederland. „Diana heeft het bedrijf weer op de kaart gezet. Ze kent de zorg goed, maar heeft ook oog voor de financiële kant van het bedrijf.”

Ze werd het gezicht van Agis, maakte zichtbaar wat de verzekeraar deed, zorgde ervoor dat mensen er weer wilden werken. Ze sloot contracten met zorginstellingen die reclame maakten voor de verzekeraar in ruil voor een voorkeursbehandeling. Ook beslechtte ze een jarenlange ruzie tussen Agis en het Slotervaartziekenhuis. Er waren te veel ziekenhuizen in Amsterdam, het Slotervaartziekenhuis moest weg en de medisch specialisten verzetten zich er al jaren tegen.

Het dossier is oud, had Monissen tegen Martin Bontje gezegd. Binnen een paar maanden was ze eruit. Een miljoenenbedrijf nam het failliete ziekenhuis over. „Ze heeft ons die kans gegund”, zegt internist en bestuurder Dees Brandjes van het Slotervaartziekenhuis. „Vorige bestuurders van Agis wilden het ziekenhuis laten afzakken tot een APK-keuringsstation.”

Diana Monissen is zakelijk, zegt Brandjes: „Een stalen lady.” Als haar iets niet bevalt, negeert ze wat je zegt of ze praat er overheen. Als het haar interesseert „wroet ze door.” De internist zegt dat hij en zijn medebestuurders anders denken dan andere ziekenhuisbestuurders en dat ze dat waardeerde. „Ze is niet van de protocollen.”

Één dokter heeft Diana gered, zegt haar man Fred Kok. Twintig jaar geleden hadden de artsen in Lelystad gezegd dat ze gewoon zou kunnen bevallen van hun dochter. Maar haar rug begaf het tijdens de bevalling. „Ze raakte bijna verlamd aan één been en aan haar andere been voelde ze ook bijna niets.”

Ze werd doorgestuurd. En die specialist, neurochirurg Pim Luitjes van het Slotervaartziekenhuis, zei: u had nooit zo mogen bevallen. Drie, vier operaties had hij nodig om haar rug zo goed mogelijk te herstellen. Kok: „Een vakman is het. Een no-nonsense dokter. Hij heeft haar leven gered.”

De Nederlandse gezondheidszorg kan en moet beter en zakelijker georganiseerd worden, vindt de nieuwe directeur-generaal. Ze gaat door met liberaliseren. Een groter deel dan de huidige 20 procent van de ziekenhuiszorg moet worden vrijgegeven aan de markt, vindt ze, al moet „de manier waarop nog bezien worden.” Zorginstellingen moeten beter laten zien wat ze doen en wat dat precies oplevert. Er moeten meer mensen met zakelijk inzicht in de besturen van de zorginstellingen. Bij Agis zag ze dat niet alle zorginstellingen even goed geleid worden.

Haar belangrijkste dossiers gaan over het in de gaten houden van het nieuwe zorgstelsel, de kosten van geneesmiddelen, de kapitaallasten van ziekenhuizen, het tekort aan personeel in de zorg, zegt voorganger Martin van Rijn.

Ze zal hard moeten werken, veel moeten lezen, – „het is toch een papierfabriek” – en goede contacten moeten onderhouden met „het veld”. Een directeur-generaal moet zich kunnen inleven in anderen én stug kunnen doorgaan. Als hij haar een advies zou moeten geven, is dat een politiek advies: „Zorg ervoor dat je volledig transparant bent naar de politieke leiding toe. Creëer een vertrouwensband, dat is essentieel.”

Vrienden en collega’s hebben haar gewaarschuwd. Ze is van het rechtdoor gaan, niet van het afslaan. Ze is direct, misschien wel ‘te’. En ze is verder verwijderd van degenen voor wie ze het doet. „Ik heb wel het idee dat Mentrum haar warmer maakte”, zegt Miep Cox, die denkt dat dit haar laatste topbaan zal zijn. Ze zal in adviesraden of commissies plaatsnemen en zal vaker in haar tweede huis in Zuid-Frankrijk zijn. „Of ze begint een wijnproeverij.”

Maar tegen haar secretaresse Ilona Schipper zei Monissen: „Als ik er ergens voor kan zorgen dat de gezondheidszorg verbetert, is het in Den Haag.”