Een machine die zelden hapert

Sven Kramer sluit een bijna perfect jaar in grootse stijl af.

Zilver op 1.500 meter is de enige ‘smet’ op zijn show.

Sven Kramer neemt Erben Wennemars en Wouter Olde Heuvel op sleeptouw in Nagano. Foto Reuters REFILE - CORRECTING POSITION IDENTIFIER The Netherlands team comprising (L-R) Erben Wennemars, Wouter Olde Heuvel and Sven Kramer competes in the men's team pursuit event at ISU World Single Distance Speed Skating Championships 2008 in Nagano, central Japan, March 9, 2008. REUTERS/Yuriko Nakao (JAPAN) REUTERS

Sven Kramer besloot gisteren het internationale schaatsseizoen zoals hij het in november was begonnen: smijtend met het eerste het beste voorwerp binnen handbereik. Toen was het de Italiaan Enrico Fabris die hem zijn wereldrecord op de vijf kilometer had ontfutseld. Gisteren was het de Canadees Denny Morrison die Kramer op de slotdag van de WK afstanden in Nagano van een vierde gouden medaille afhield. De kampioen Kramer eist van zichzelf dat hij wint. Altijd en overal.

De kortstondige woede-uitbarsting op het middenterrein tekent ook de vooruitgang die Kramer dit seizoen heeft geboekt. Op de 1.500 meter speelde de 21-jarige Fries vorig seizoen nog een bijrol en wist hij zich nog niet te kwalificeren voor de schaatsmijl bij de WK afstanden. Gisteren kwam hij in Nagano slechts eentiende seconde tekort voor de zege. Niet dat Kramer met lege handen bleef staan. Net als vorig seizoen heerste hij zoals alleen de grootsten deden, schaatsers die alleen zichzelf konden verslaan.

Maar of het ooit nog ‘Kramer versus Kramer’ zal worden, valt te betwijfelen. Hoe groot zijn macht is, liet hij in Nagano dagelijks zien. Zaterdag reed hij op de tien kilometer met een voor Nagano onwaarschijnlijke tijd (12.57,71) al zijn concurrenten op grote achterstand. Zijn tegenstander Chad Hedrick, oud-wereldkampioen allround, kreeg anderhalve ronde aan zijn broek en kon niet anders dan diep buigen voor zijn jonge opponent.

De winnaar van het brons, Bob de Jong, volgde op 28 seconden, bijna een rondje. Enrico Fabris (zilver) werd op 21 seconden achterstand gezet. „Sven reed de beste tien kilometer die ik ooit heb gezien”, zei De Jong naderhand tegen de NOS. Dat vond Kramer zelf ook. „Ik denk dat het een van mijn beste tien kilometers ooit is geweest. Door de omstandigheden moest ik alles geven”, zei hij.

De loting had bepaald dat Fabris pas na Kramer op de baan kwam, waardoor de Nederlander gedwongen was voluit te gaan. Dat was voor het eerst dit seizoen, erkende hij, want tijdens de allroundtoernooien was de strijd al lang beslist als Kramer zijn tien kilometer moest rijden.

De machine van Sven Kramer haperde vrijwel nooit dit seizoen. Gisteren, kort na zijn gemiste kans op de 1.500 meter, sleurde hij zijn teamgenoten Wouter Olde Heuvel en Erben Wennemars naar een gouden medaille in de ploegachtervolging. Ook op dat onderdeel werd de concurrentie gekleineerd en op vele seconden achterstand gereden. Kramer verrichtte zoals verwacht het meeste kopwerk.

„Wij hebben de Johan Cruijff van het schaatsen in ons team”, zei Wennemars gisteren vol bewondering over zijn jonge ploeggenoot bij TVM. „Ongelooflijk wat die jongen kan. Ik ben er trots op dat ik met hem mag schaatsen.”

Met gouden medailles op de vijf en tien kilometer en de ploegachtervolging, en zilver op de 1.500 meter, sloot Kramer opnieuw een gedenkwaardig seizoen af, waarin hij nagenoeg alles won wat hij wilde – naast zijn titels in Nagano was hij ook superieur tijdens de allroundtoernooien.

De vooruitgang zat dit seizoen vooral in de korte afstanden, tot voor kort zijn zwakke punt. Dit jaar won Kramer zelfs 500 meters, zoals tijdens de EK allround in Kolomna. „Op de korte afstanden heb ik dit seizoen heel veel progressie geboekt”, zei hij. „Ik opende op het WK allround in Berlijn op de 500 meter in 10,12. Op de 1.500 meter kan ik nu met de grootsten meedoen. Veel mensen dachten dat het ten koste zou gaan van mijn lange afstanden, maar op de tien kilometer zag je gisteren dat dat absoluut niet het geval is.”

Toch zal Kramer niet op zijn lauweren rusten. „Je ziet dat Håvard Bøkko op de langere afstanden veel dichterbij is gekomen. Die gaat op de grote toernooien absoluut meedoen. Dat heeft hij dit jaar ook al bewezen.”

    • Rob Schoof