De oude Cruijff

Schrijver Bernlef kon vroeger een aardige sprint trekken op de sintelbaan. Hij was atleet. Hij moet het gevoel gekend hebben jong te zijn; spieren die je eindeloos kon trainen, longen die uit elkaar klapten van de lucht. Nu is hij 71 jaar en oud.

Ik tik het woordje ‘oud’ en wil het bijna weghalen. Bernlef oud? Dat zou een belediging kunnen zijn. Zoals alles wat oud en versleten is met een meewarige blik wordt bekeken. Maar Bernlef heb je niet met het woordje ‘oud’.

In een ontroerend interview met Volkskrant Magazine van afgelopen zaterdag toont hij zich heer en meester in het leven dat merendeels geleden is. ‘Ik heb het altijd raar gevonden dat we zo gericht zijn op het jeugdige’, zegt Bernlef, de geboren melancholicus.

Zondagmiddag lag ik na een woeste wielertocht bij te komen op de bank. Het verhaal van Bernlef borrelde weer bij me boven. Ik dacht aan Johan Cruijff. Hoe oud zou hij zich voelen?

Vrijdagavond kreeg ik een sms van een vriend over de laatste oprispingen van Cruijff bij Ajax. Hij kwam er niet uit met toekomstig coach Marco van Basten, die vond dat de oude meester al te rigoureus te werk wilde gaan. ‘Dan ben ik weg’, zei Cruijff via de telefoon vanuit zijn woonplaats Barcelona.

Zie het voor je: Cruijff doet de telefoon uit. Vrouw Danny is net een blokje om. Johan loopt naar buiten. 15 graden celcius, hij heeft alleen een lichtblauw polo’tje aan. Warm zat. Zenuwtikje, vinger even aan de neus. Schichtige ogen gericht op de wolken. De hersens draaien op volle toeren.

Wat nu?

‘Niet zoveel meer, Johan’, zou ik hem willen influisteren.

Een ontmoeting met Bernlef zou wonderen doen. Het is tijd dat Cruijff een paar levenslessen krijgt. Hij is er oud genoeg voor. Nu de wijsheid nog.

Bernlef biedt Johan bij een ontmoeting in Barcelona een elektronische sigaret aan. Johan kijkt als oud-roker naar het ding alsof hij midden in een drugsdeal zit. Met een sober knikje krijgt Bernlef de paniekerige Johan tot bedaren. Ach, wat kan het rotten? En zo zitten ze samen lekker een kwartiertje in stilte elektronisch te paffen.

Ik zou het Cruijff gunnen, de rust van een oudere man. Met tevredenheid de hark in Catalaanse grond zetten. Met een lekke tennisbal op een rots mikken. In een luie stoel bij een verzamel-cd van Willy Alberti in slaap vallen.

Johan, je hoeft niets meer. Je was bij leven weergaloos. Als voetballer, als trainer, als weldoener, als intrigant. Doe ogen, oren en neus open en houdt de mond gesloten. Je hoeft niets meer. Het was mooi zo.

Weg met de televisiestudio, weg met de gedicteerde columns, weg met het gekonkel om de macht van jouw club. Nou vooruit, af en toe zit je nog voor je plezier op de tribune bij een voetbalwedstrijd, zonder dat je er naderhand ook maar één woord over hoeft te zeggen.

Ga op de knieën in je tuin, buig voorover en kijk wat er op de vierkante millimeter allemaal voor moois te vinden is. Twee grassprieten in omhelzing, een mier met een steentje in zijn armen, rollende zandkorrels, een tor op zijn rug.

Bernlef geeft Cruijff ongevraagd een duwtje in de goede richting. ‘Geluk kun je niet organiseren. Dat overkomt je. En het kan zitten in iets heel kleins.’

Het is de wereld van oude mensen en de dingen die voorbijgaan.