De allesvernietigende drift van de romantiek in de kunst

Harmen Brethouwer: ‘De Zorgen van de Heidenen: Angstvalligheid’, detail (2008) Foto De Appel De Appel

Tentoonstelling: ‘To Burn Oneself with Oneself: the Romantic Damage Show.’ Met o.a. Rodney Graham, Richard T. Walker, Michael Landy en Renzo Martens. T/m 6 april in De Appel, Nieuwe Spiegelstraat 10, Amsterdam. Wo t/m zo 11-18u.

Wie mooi wil blijven, hoeft geen pijn te lijden, maar kan ook gewoon jong doodgaan. Sterven voordat de haren uitvallen, de plekken op de bank sleets worden, voordat passie verandert in plichtmatige seks, en de wijntjes in het café een sneue alcoholische vertoning worden. Jong sterven helpt de mythe en het heldendom. Zou Kurt Cobain nog steeds zo succesvol zijn als hij geen zelfmoord had gepleegd? Hadden we kunstenaar Bas Jan Ader nog net zo hard bejubeld, als hij in 1975 wél aan de andere kant van de Atlantische Oceaan van zijn zeilboot was gestapt?

Op de sprankelende tentoonstelling To Burn Oneself with Oneself, die gastcurator Mark Kremer in De Appel heeft samengesteld, gaat het om die allesvernietigende romantische drift en haar verschijningsvormen in de kunst. Het gaat om de vuurpijl die wordt afgestoken, hoog in de lucht uit elkaar spat en dan uitdooft. Om passie die zo groot is, dat ze het voorwerp van passie opeet, spiegelt, zelf voorwerp van passie wordt. Vernietigend. Opslorpend. Spottend. Extatisch.

De Zweedse Annika Ström is een van de tien deelnemende kunstenaars en zij roept het met haar schilderij vanaf de buitengevel van De Appel de voorbijgangers op straat tegemoet. Binnenkomen. Kijken. Want: „This work is made with passion!” Meteen na binnenkomst dompelt de Brit Michael Landy je onder in een van de grootste vernietigingsacts uit de recente kunstgeschiedenis: die waarbij Landy al zijn 7.227 bezittingen, inclusief de kunstwerken die hij in bezit had, in het openbaar vernietigde.

Een verdieping hoger geeft Landy deze romantische daad van destructie een historische bedding, door een zaal in te richten met prachtige vetkrijttekeningen die een ode zijn aan Jean Tinguely, de vernietigingskunstenaar bij uitstek. In verband met Tinguely is er ook een hypnotiserende zwart-wit film te zien, Hommage to New York, waarop een ‘suïcidale’ machine van Tinguely , op 17 maart 1960 in de tuin van het Museum of Modern Art in New York onder oorverdovend geluid door beukende hamers en ontploffende gassen wordt vernietigd.

Het goede van deze thematische groepstentoonstelling is dat er niet is gezocht naar de letterlijke, romantische verbeelding die de afgelopen jaren op tentoonstellingen in het buitenland onderwerp was. In De Appel geen dromerige, geschilderde taferelen van 21ste-eeuwse hippies zingend bij het kampvuur of naaktlopers in een zomerwei.

In To Burn Oneself with Oneself gaat het om iets dat het best omschreven kan worden als het romantische levensgevoel, dat niet per se tot romantische plaatjes hoeft te leiden. Zo bezweert de Duitser Christoph Schlingensief in een chaotische zaal vol extraverte tekeningen, foto’s en gekrabbelde aantekeningen zijn woeste emoties.

De Nederlander Harmen Brethouder daarentegen snijdt zijn emoties uit in keihard spaanplaat. De hoekige vormen worden getiteld en veranderen in subtiele zinnebeelden. Een rechthoek met glasscherven erbovenop is ‘Angstvalligheid’. ‘Armoede’ ligt plat op de grond. En van ‘Onzekerheid’ wordt gezegd: „Ada en ik nemen geen kinderen.”

Op de bovenste verdieping van De Appel is een van de beste werken op de tentoonstelling te zien. Het is de korte film Episode 3 die de Nederlander Renzo Martens in Congo maakte.

Waar Episode 1 (over Tsjetsjenië) uitmondde in huilerig narcisme, is Episode 3 een beklemmende studie over uitbuiting, neokolonialisme, oorlog en de gevolgen daarvan. Martens ontpopt zich als de Andres Serrano van Nederland wanneer hij een hemeltergende workshop geeft aan Congolese fotografen. Waarom voor 75 cent foto’s van huwelijken maken als een foto van een hongerend kind vijftig dollar oplevert bij de Westerse persbureaus?

Onder het motto ‘Je moet de ergste uitzoeken’ gaat Martens samen met de Congolezen op bezoek bij een weeshuis vol kinderen met hongerbuikjes en schouderbladen als kleerhangers. De fotocamera’s klikken, Martens zweet, de filmcamera is onvast, de smaak in je mond verandert in bittere gal. De boodschap van deze film heeft niets met romantiek van doen – maar de levenshouding van de maker des te meer.

    • Lucette ter Borg