Coalitie Maleisië verliest veel maar blijft grootste

De coalitie die Maleisië sinds de onafhankelijkheid van Groot-Brittannië heeft geregeerd, heeft zaterdag zijn tweederde meerderheid in het parlement verloren. Het Nationale Front (Barisan Nasional) onder leiding van premier Abdullah Ahmad Badawi, had in het vorige parlement 90 procent van de zetels, en houdt nu 62 procent over.

Vooraf werd al verwacht dat veel kiezers van de grote Chinese en Indiase minderheden op oppositiepartijen zouden stemmen, maar zaterdag bleek dat ook een deel van de Maleise moslims, die ongeveer 55 procent van de bevolking uitmaken, Abdullah de rug toekeerden.

De oppositie had in de vorige kabinetsperiode in één van de dertien deelstaten een meerderheid, maar behaalde zaterdag overwinningen in vijf deelstaten. Drie noordelijke deelstaten die aan Thailand grenzen gingen naar de moslimfundamentalistische partij PAS, die stenigingen en amputaties wil invoeren als straf voor diefstal en overspel. Penang, waar Maleisiës elektronica-industrie is gevestigd, ging naar de linkse Democratische Actiepartij (DAP), die de steun van veel Chinezen heeft. In het centraal gelegen Selangor eindigden PAS, DAP en de Gerechtigheidspartij van Anwar Ibrahim, die landelijk 31 van de 82 oppositiezetels veroverde, ongeveer gelijk.

Abdullahs voorganger Mahathir Mohamad zei na bekendmaking van de uitslag dat hij er vijf jaar geleden verkeerd aan had gedaan om Abdullah tot zijn opvolger te benoemen. Hij riep de premier op tot aftreden. „We hebben nu een zeer zwakke regering, en die zal grote problemen ondervinden bij het besturen van een multiraciaal land”, aldus de oud-premier.

Abdullah liet het nationale persagentschap Bernama weten dat hij geen reden tot aftreden ziet. Hij riep de bevolking op tot kalmte. De vorige keer dat het Nationale Front veel zetels verloor, in 1969, ontstonden er rassenrellen waarbij ongeveer 200 doden vielen. Later dit jaar kiest het Front een nieuwe partijleider. (AP, Reuters)