Carlyle is beducht voor reputatieschade

De Carlyle Group zal niet blij zijn met de weinig vleiende publiciteit over zijn beursgenoteerde hedgefonds Carlyle Capital Corp (CCC). De handel in de aandelen van dit hypotheekobligatiefonds werd in Amsterdam opgeschort, nadat crediteuren de verkoop van een aantal bezittingen hadden afgedwongen. Oprichter David Rubenstein van Carlyle zal moeten beslissen of hij het fonds te hulp wil schieten of riskeren dat het failliet gaat, waardoor de aandeelhouders die vertrouwden op de expertise van Carlyle hun geld zullen kwijtraken.

Het injecteren van kapitaal zou het fonds boven water kunnen houden en de reputatieschade kunnen beperken. Er is zelfs een kans dat Carlyle er geld aan zou kunnen verdienen. Maar Carlyle zou nóg slechter voor de dag komen als de reddingsoperatie zou falen.

CCC lijkt te weinig eigen vermogen te hebben gehad om aan de eisen van zijn crediteuren om meer onderpand ter beschikking te stellen te kunnen voldoen, nadat de koersen van de door de Amerikaanse semi-overheidsinstellingen Fannie Mae en Freddie Mac gewaarborgde hypotheekobligaties in waarde daalden. Het fonds zou het kunnen redden als het de eisen van zijn crediteuren kan inwilligen en de markt voor dit soort obligaties zich herstelt. Maar de Carlyle Group moet misschien nog veel meer geld in zijn dochter steken als de firma daar zelfs maar een kleine kans op wil maken.

De private-equityfirma is in het verleden ook andere fondsen te hulp geschoten. Zo heeft zij ooit stappen gezet om haar Europese technologiefonds te redden, evenals een ander fonds met hoge rendementspercentages. De vergoedingen werden gekortwiekt, het fondsbeheer wed gewijzigd en het kapitaal van de fondsen werd verhoogd. Uiteindelijk heeft geen van beide fondsen verlies geleden.

Bovendien zou Carlyle niet de enige financiële instelling zijn die een fonds te hulp schiet dat in gevaar is gebracht door mislukte transacties. Goldman Sachs deed vorig jaar een beroep op beleggers van buiten om een fonds er weer bovenop te helpen. Daardoor werd zowel de kapitaalpositie als de geloofwaardigheid van het fonds hersteld. Sindsdien heeft het ook weer geld verdiend.

De aandeelhouders van CCC overlappen waarschijnlijk niet al te veel met de loyale instituties die beleggen in de fondsen van Carlyle. Maar Carlyle zou toch een reden kunnen hebben om te willen voorkomen dat de crediteuren van het hypotheekobligatiefonds schade lijden. Tot die crediteuren behoren immers ook banken die de firma – in betere tijden – van kredieten voor bedrijfsovernames voorzien.

De voornaamste vraag is uiteraard of een dosis vers kapitaal – Carlyle heeft vorig jaar al eens 150 miljoen dollar geïnjecteerd – het fonds over de hobbel zal kunnen krijgen. De reputatie van Carlyle zou een nog grotere dreun oplopen als de firma geld in een bodemloze put zou pompen, waarmee niets anders zou worden bereikt dan een uitgerekte doodsstrijd. Maar als het om een niet al te hoog bedrag gaat, zou de reputatiekwestie de doorslag kunnen geven om het fonds toch maar de helpende hand toe te steken.

Lauren Silva

    • Lauren Silva