Bouwvallig hoofdkwartier VN wordt eindelijk opgeknapt

Bij het hoofdkantoor van de Verenigde Naties in New York lekt het dak, dreigt asbestgevaar en vallen de ramen uit hun sponningen. Dit voorjaar wordt er eindelijk ingegrepen.

De deplorabele staat waarin het VN-gebouw in New York verkeert springt zowel binnen als buiten in het oog. Foto’s René Clement Het VN-hoofdkantoor is „extreem aangetast”. Het pand is nooit onderhouden. Foto Rene Clement 20080305, New York---Het hoofdkantoor van de United Nations in Manhattan, New York. De buitenmuur heeft een aantal lekken die provisorisch zijn gedicht met plastic en hout. Foto Rene Clement Verenigde Naties Clement, Rene

Als het regent, lekt het in de zaal van de Algemene Vergadering. Als het waait, tocht het in de diplomatenvertrekken – de glazen panelen hangen gevaarlijk los in hun sponningen. Een deel van het plafond waaronder wereldleiders vergaderen is al eens weggeblazen. En de fabrikant van de verwarming heeft verzocht om onderdelen – voor in het bedrijfsmuseum. Nergens anders ter wereld is het systeem nog in gebruik.

Het hoofdkantoor van de Verenigde Naties in New York – het diplomatieke zenuwcentrum van de wereld, waar tijdens de Koude Oorlog historische confrontaties plaatsvonden, waar in 2003 fel over de invasie van Irak werd getwist, en waar begin deze maand nog de sancties tegen Iran werden aangescherpt – dat gebouw is een bouwval. Nu, 59 jaar na het leggen van de eerste steen, eindeloze debatten tussen lidstaten en pesterijen van gaststad New York later, wordt voor het eerst groot onderhoud gepleegd.

„Het pand is extreem aangetast.” Dat zijn woorden van Michael Adlerstein, eindverantwoordelijke voor de verbouwing. Alleen al zijn rang geeft het belang aan dat de VN aan de ingreep hecht: Adlerstein is ‘assistent secretaris-generaal’ en zit één salarisschaal onder VN-chef Ban Ki-moon. De diplomaat en bouwmeester ontvangt een tiental internationale journalisten in een bedompt zaaltje in een kelder van het gebouw. Hij verontschuldigt zich voor de ruimte zonder nooduitgang, rookalarm of blusinstallatie. Kom in 2013 zeker terug, zegt hij. Dan moet de verbouwing klaar zijn.

Dat het zo lang zou duren, was niet de bedoeling toen in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog uit de hele wereld elf vooraanstaande architecten samenkwamen om in het hart van Manhattan een „workshop for peace”, een werkplaats voor de vrede, te bouwen. Het pand moest zeventig lidstaten huisvesten, die samen niet meer dan zevenhonderd vergaderingen per jaar zouden houden. Die getallen waren al snel achterhaald. De landenorganisatie kent nu 192 lidstaten, die jaarlijks zo’n achtduizend vergaderingen beleggen.

Met die groei nam ook het aantal door de lidstaten geschonken kunstwerken toe – die in steeds deplorabeler staat verkeren. Muurschilderingen van Joan Miró worden blootgesteld aan het binnensijpelende regenwater, op een herentoilet staat een Barcelona-stoel van Mies van der Rohe met een scheur in het leren zitvlak. Voor onderhoud is geen geld.

Aan naleving van voorschriften werd nooit prioriteit gegeven. Het markante gebouw van 39 verdiepingen aan de New Yorkse East River staat officieel op internationaal grondgebeid, maar valt onder de veiligheidsvoorschriften van de stad. Desondanks moest de lokale brandweer vorig jaar acht maanden wachten op toestemming controles uit te voeren. Het was het eerste bezoek. De brandweer constateerde 866 overtredingen van de brandveiligheidsvoorschriften, burgemeester Bloomberg dreigde het complex af te sluiten voor bezoekende schoolkinderen.

Gaststad New York heeft altijd een haat-liefdeverhouding met de VN gehad. New Yorkers beschouwen de landenorganisatie meer als lastpost dan als aanwinst, met name als de jaarlijkse Algemene Vergadering in september luidruchtige helikopters en verkeersontwrichtingen met zich meebrengt. Tegelijkertijd wil de stad de VN niet kwijt. Met 800.000 bezoekers per jaar is het hoofdkantoor een van de grootste toeristentrekkers van de stad.

Zoals dat met vele New Yorkse vastgoedprojecten gaat, speelde bouwmagnaat Donald Trump een storende rol bij de renovatie. Eerst bouwde hij een zwarte wolkenkrabber pal naast de VN – weinig subtiel en twee keer zo hoog. Daarna ging hij bij toenmalig secretaris-generaal Kofi Annan langs om te melden dat hij de verbouwing drie keer zo goedkoop en drie keer zo snel kon uitvoeren. Niet dat hij de opdracht wilde aannemen, maar hij kón het wel. Dat wilde hij alleen even zeggen. Hij mocht het later tijdens een hoorzitting in het Amerikaanse Congres nog eens herhalen.

Het eerste plan, dat in 2000 werd opgesteld, had twee jaar geleden al klaar moeten zijn en kostte aanvankelijk 964 miljoen dollar (649 miljoen euro). Inmiddels bedraagt de begroting 1,876 miljard dollar. Met name het verkrijgen van toestemming van de lidstaten ging al die jaren moeizaam, waarbij de traditioneel sceptische VS een hoofdrol speelden. Zo wilde de landenorganisatie als deel van de ingreep een tijdelijke toren van dertig verdiepingen op een nabijgelegen basketbalveld bouwen. Maar gedreven door ressentiment tegen de VN over de verdeeldheid rond de Irakoorlog en woede over kritiek van de VN op Israël, weigerde de staat New York hiermee in te stemmen.

Ruim honderd andere locaties in de stad moesten daarop worden overwogen, waaronder een verlaten marinebasis op Governors Island, schepen in de haven of een nieuwe toren op ground zero. Uiteindelijk werd besloten tot een tijdelijke tent-achtige constructie voor 2.200 VN-werknemers op een van de grasvelden van het complex. De opbouw daarvan moet dit voorjaar beginnen.

De overige 2.600 werknemers worden verdeeld over een kantoor aan de overkant van de East River, in stadsdeel Queens, en kantoren elders op Manhattan. Liever had Adlerstein één locatie gevonden voor alle werknemers. De oververhitte New Yorkse kantoormarkt is echter zo krap dat er simpelweg onvoldoende grootschalige ruimte beschikbaar is. Adlerstein zinspeelt erop dat ambtelijke chaos niet te voorkomen zal zijn.

Nieuw zou dat niet zijn. Al die jaren is het een komen en gaan geweest van bouwmeesters. Adlerstein denkt – als hij zelf ook goed heeft meegeteld – de vierde architect op rij ter zijn die belast is met de renovatie. Zijn voorganger Louis Reuter hield het nog geen jaar vol. Hij wees als verklaring voor zijn voortijdige vertrek een beschuldigende vinger naar „vele grote belanghebbenden die het project niet duidelijk steunen”.

Gevraagd naar zijn ervaringen, kiest Adlerstein zijn woorden zorgvuldig. Eerder werkte hij aan het onderhoud van de Taj Mahal in India en aan de renovatie van het Vrijheidsbeeldeiland in de New Yorkse haven, begint hij zijn antwoord. Hij bedoelt: ik ben wel wat gewend. „Overal zijn gelukkig redelijke mensen te vinden. Maar de VN is een moeilijke organisatie voor het bereiken van consensus. Tot nu toe duurt het inderdaad wat langer dan verwacht.”

Bekijk de verbouwingplannen via www.un.org/cmp