Wouter Bos en de kleimannetjes

Wat zei minister van Financiën en PvdA-leider Wouter Bos vorige week in een interview met de Volkskrant? Hij zei dat hij in alle bestuurslagen van Nederland PvdA’ers tegenkomt. In de culturele instellingen, bij de woningcorporaties, de semipublieke sector, het welzijnswerk, de onderwijskoepels en de waterschappen. Menig PvdA-bestuurder, zei Bos, verdient daar meer dan de norm van het salaris van de minister-president. En als hij de commissarissen die over hun beloningen gaan hierop aanspreekt, blijken dat ook weer PvdA’ers te zijn.

De ‘lange mars door de instituties’, strijdkreet uit de revolutionaire jaren zeventig, is wat al te goed gelukt. PvdA’ers zitten „in de haarvaten van de samenleving”, verzuchtte Bos.

Daar houden ze elkaar de hand boven het hoofd, blokkeren ze verandering en beschermen ze hun posities. Op die manier verlies je kiezers, stelde Bos vast.

Het is een glasheldere analyse van de PvdA-leider.

Nu Bos de schatkist beheert en rechtstreeks te maken heeft met de kleilaag van sociaal-democratische bestuurders, ontdekt hij waar wijlen Pim Fortuyn tegen te hoop liep: de onzichtbare technocratische bestuurslaag van sociaal-democraten. Volkstribuun Jan Marijnissen heeft dit ook al lang geleden onderkend en het is een van de redenen waarom de SP de traditionele achterban van de PvdA leegzuigt. Die kiezers houden niet van zichzelf verrijkende socialisten met macht op pluche posities.

Probleempje voor Bos: die kleimannetjes zijn wél invloedrijke partijgenoten.

Als minister van Financiën heeft hij twee machtige instrumenten tot zijn beschikking. Nu hij bezig is met de voorjaarsnota (de actualisering van de begroting en de opmaat naar de begroting van volgend jaar) kan hij budgettair bijsturen. Niet alle claims op extra geld uit sectoren waar PvdA-bestuurders zitten, hoeven te worden gehonoreerd.

De minister kan weerspannige semipublieke sectoren ook dreigen met de hervatting van de invoering van meer marktwerking.

Het kabinet heeft de zegeningen van marktwerking net min of meer afgezworen, maar als goed calvinist weet Bos dat het voor bekering nooit te laat is. Nu hij de hindermacht van de kleilaag onderkent, begrijpt Bos vast beter waarom marktwerking als progressief breekijzer kan dienen om socialistische oude vormen en gedachten los te wrikken.

Dan moet hij wel de confrontatie aangaan met zijn partijgenoten op bestuursfuncties in het middenveld. En dat is lastig. Zoals Bos in hetzelfde gesprek met de Volkskrant zei: emancipatiebewegingen slagen slechts door strijd. Er is nog een lange mars te gaan. Uit de instituties.

Roel Janssen