Wolk

Het feest duurt nooit lang bij Ajax.

Nauwelijks was Marco van Basten ingejubeld als coach en daar was alweer een nieuwe crisis. Deze keer een regimecrisis. Probeer maar eens brokstukken bij elkaar te rapen als de godfather het land uit is. Ook nog met een definitief salut en merci. De Arena was al zo’n kruipgat voor ratten.

Johan Cruijff en beleid: een tombola biedt meer houvast.

Enkele weken geleden, in een vlaag van zinsverbijstering, wou de geest toch weer mens worden. Cruijff verscheen, in de noblesse van een open kraag, aan de slagboom van de ledenraad. Zonder chauffeur.

Het moet een prachtig gezicht zijn geweest hoe hij het verbouwereerde gezelschap tegemoet trad. Schrijdend, maar uiteraard met de handen in de broekzakken. Goddelijke nonchalance.

In drie zinnen had hij de ledenraad plat. Ja, hij zou de reorganisatie van Ajax op zich nemen. Niet als directeur, maar toch met een hoger gezag dan het zittende bestuur. Zo hoog dat niemand hem in de weg kon zitten.

Natuurlijk zou hij zich vooral richten op het technische beleid. Op trainers en spelers, op materiaalmannen en grasboeren. Dat kon hij prima regelen vanuit Barcelona. Ook al omdat De Telegraaf niet de minste in de gilde der buiksprekers is. Tenslotte was Martin van Geel er ook nog: stalknecht van de fichebak.

Ajax bloeide open, in een hels tempo aan blijde verwachtingen. Nu Cruijff weer organisch verbonden was met de club kon een kampioenstitel niet lang uitblijven. Misschien was het dit jaar al prijs.

Een paradijs op noppen.

Je moet al heel gescleroseerd zijn om het idyllische verwachtingspatroon van plebs de nek om te wringen. Op zijn minst ben je dan een een dichtgeslibde ader van dromen. Zeg dat maar tegen Cruijff. Hij beweegt en glimt als vanouds, maar niemand weet waarheen. Zijn vreugde? Je kan er geen nieuwjaarsconcert bij bedenken. Vreugde? Deficit!

Johan Cruijff: pretpark van niet ingeloste verwachtingen.

Hoe moet het nu verder? Waar is nog het gezag van Ajax? Maarten Fontein is ook weg, en wat blijft er dan over? John Jaakke en Martin van Geel? Ik hoor de klokken luiden, in Rome: Goede Vrijdag. Dood aan het kruis. Het zal wel klank zijn in het armoeveld van de Arena, maar wie kan er nog wat mee?

Smog.

Jaakke en Van Geel doen daar niet moeilijk over. Zij zijn hun eigen asbest. Maar wat dan met Marco van Basten en de zijnen? Ach, zij leven in het luchtledige, ooit geknecht door een geest uit Barcelona, maar ook nu dus weer niet.

Ajax: altijd chaos.

Velen denken dat Ajax Amsterdam is. Of toch aanverwante anarchie. Helaas, Ajax is Youtube: je kijkt ernaar, en verder maakt het niet uit. Voetbal of seks in een bietenveld: Bos en Rouvoet liggen er niet wakker van. Ajax ook niet. Digitale schimmen, so what?.

Hoezo, club van het volk?

Enfin, Maarten Fontein zou daar veel over kunnen zeggen, maar jammer genoeg is ook hij lekker geliquideerd door de bureaucratie Ajax. Toen wist ik het wel. Fontein was een gunsteling van Johan Cruijff, zij het ook weer per placebo. Eerder in de hiërarchie van De Telegraaf dan van zichzelf. Eigenlijk een presidentiële kabouter dus.

Schminkkamer van Ajax.

Zo ken ik er nog. Maar wat doet het ertoe? De dag dat de godfather heeft afgehaakt, is er alleen nog betonrot. De glans van een sterfhuis. Het enige wat Johan Cruijff zich nog mag aanrekenen is het verval een collectieve ontroering. Verraad zelfs aan de sukkels van historie en clubgevoel. Sukkels die dachten dat ooit iemand heilig was.

Nu hebben ze alleen nog Marco van Basten. Ook weer zo’n slingerplant waar je eigenlijk, zelfs niet met een gevoel van liefde, niet naar kunt kijken. Eerder skelet dan coach. Meer kermistent dan gratie. Meer wees dan man van Aegon.

Ajax: dakgoot van het Romeinse rijk.

Marco zei nog dat hij in Cruijff een ongekend klankbord had. Kun je dan nog wel verder? Is er een andere god dan een gewijd klankbord? Niet in Amsterdam. Roep er dan Relus ter Beek bij: kakofonie van alles wat aan gras ontstijgt.

Eigenlijk is Johan Cruijff een vandaal. Terrorist van dromen. Wat hem aan macht wordt toegeschreven, zal altijd wolk blijven. Het verdampt waar hij bij staat. Ja, altijd is er nog Jack van Gelder en De Telegraaf.

    • Hugo Camps