‘Wij zijn slechts pionnen in een machtsspel’

Alberto Contador (25) won in 2007 de Tour. De kans is klein dat de Spanjaard z’n gele trui mag verdedigen. „Ik rij graag de Tour, maar niet tegen elke prijs.”

Alberto Contador: „De beslissing van de Raboploeg om Michael Rasmussen uit de Tour te halen, vind ik nog altijd hoogst ongelukkig.” Foto AFP Spanish cyclist and winner of Tour de France 2007 Alberto Contador is seen during a press conference in the headquarters of the Spanish "Top Council of Sports" in Madrid, 10 August 2007. Contador organized a press conference to answer a charge of the organisers of the Pro-Tour's Cyclassics event in Hamburg who said that Contador is not welcome to take part in a race in Germany this month because he was named in connection with the Operation Puerto blood-doping scandal. AFP PHOTO/PHILIPPE DESMAZES AFP

Alberto Contador weegt officieel slechts 62,5 kilo. Maar als menselijke verontwaardiging in grammen gemeten zou kunnen worden, woog de winnaar van de laatste Ronde van Frankrijk nu wellicht het dubbele. De 25-jarige Madrileen is nog altijd verbijsterd over de ban die de Tourorganisatie ASO drie weken geleden uitsprak over ‘zijn’ Astana-ploeg. „Ik had zoiets absoluut niet verwacht. Dit betekent echt een stap terug voor de wielrennerij. We hebben een van de sterkste profploegen van de wereld, we zijn helemaal ‘schoon’ en verdienen het om aan de Tour de France te mogen deelnemen. Maar die kans is nu wel erg klein geworden. We zullen ons dus op nieuwe doelen moeten richten, zoals het wereldkampioenschap en de Ronde van Spanje.”

De zaak is extra wrang omdat Contador heel bewust voor Astana koos, nadat de sponsor van Contadors vorige team, Discovery Channel, het eind vorig jaar voor gezien hield. Natuurlijk, de ploeg uit Kazachstan was in 2007 de Tour de France uitgezet na dopingperikelen met onder anderen de Kazachstaanse kopman Alexander Vinokoerov, maar intussen bleek bijna alles veranderd.

Contador: „Ik heb er zeker twee maanden over nagedacht, maar toen eenmaal bleek dat ploegleider Johan Bruyneel een compleet nieuw team rond mij wilde opbouwen, heb ik ja gezegd. Veel mensen van de Discovery-ploeg konden met mij meekomen: technische stafleden, masseurs, mecaniciens, en veel renners die mij vorig jaar in de Tour zo enorm hebben gesteund. Eigenlijk is alleen de naam Astana nog hetzelfde gebleven, de rest is volledig nieuw én – ik herhaal – schoon.”

We spreken elkaar in het Murciaanse San Pedro de Pinatar, een in deze tijd van het jaar vrijwel uitgestorven badplaatsje dat aanvankelijk helemaal niet op Contadors wieleragenda stond. Maar als gevolg van de ban van de ASO is de ploeg tevens uitgesloten van deelname aan een reeks andere belangrijke wedstrijden, waaronder de etappekoers Parijs-Nice, die morgen begint. In de aanloop naar die wedstrijd vechten ASO en de internationale wielerunie (UCI) over de ruggen van de wielrenners een machtsstrijd uit.

Omdat Astana niet mag starten in Parijs-Nice, leek de Ronde van Murcia Contador een goed alternatief om kilometers te maken en om de buitenwereld te tonen dat hij er niet over peinst om naar een ander team over te stappen.

Hij heeft zijn principes, zegt de renner die ondanks alle problemen van de laatste tijd nog steeds een jongensachtige uitstraling heeft. „Er waren mensen die suggereerden dat ik maar van team moest veranderen, want de ASO heeft mij niet persoonlijk van deelname uitgesloten. Daar heb ik echter absoluut geen zin in. Ik wil echt dolgraag de Ronde van Frankrijk rijden, maar niet tegen elke prijs. Net zomin als ik hebben mijn ploeggenoten ook maar iets te maken gehad met die toestanden van vorig jaar en dus kan ik hen nu niet laten stikken. Dan doen we dit jaar maar niet mee aan de Tour de France.”

Vreemd genoeg heeft de uitsluiting van Astana nog niet tot ondubbelzinnige steunbetuigingen van de overige wielerploegen geleid. Contador kan dat echter wel begrijpen. „Het is momenteel zo’n krankzinnige toestand in de wielerwereld dat veel mensen hun vingers liever niet aan deze zaak branden. Het peloton steunt mij, dat hebben de renners mij heus wel laten merken, maar ze moeten ook aan hun sponsors denken en kunnen dus niet altijd publiekelijk hun mening kenbaar maken. Dat is betreurenswaardig, maar helaas onvermijdelijk.”

Behalve Astana kwam ook de Duitse formatie T-Mobile vorig jaar in opspraak. Die ploeg – na het vertrek van de sponsor omgedoopt tot High Road – lijkt echter ‘gewoon’ te mogen deelnemen aan de Ronde van Frankrijk. Bjarne Riis is vooralsnog evenmin door de ASO geweerd – hij is de manager van de Deense ploeg CSC en hij gaf na jarenlange ontkenningen uiteindelijk gaf de Tour de France van 1996 met het bloeddopingmiddel epo in de aderen te hebben gewonnen. Reden te over dus voor Astana om bij een instantie als het sporttribunaal CAS in Zwitserland aan de bel te trekken.

Contador houdt zich daar liever niet mee bezig. „Dat is een zaak voor de directie. Misschien gaan ze nog wel ergens protest aantekenen, misschien ook niet. Ik wil me nu concentreren op het wielrennen en de wereld laten zien dat ik voor het beste profteam rijd. We gaan bij Astana dan ook voor alle wedstrijden waaraan wij deelnemen. Momenteel ben ik druk doende om mijn tijdritten te verbeteren. Ik experimenteer hier in Murcia met een lichtere fiets en ben erg benieuwd naar de resultaten.” In de klimtijdrit naar Aledo eindigde hij gisteren als derde, op zes seconden van de winnaar, zijn landgenoot Alejandro Valverde.

Contador weet wat knokken en doorzetten is. In 2004 moest er een levensbedreigende bloedprop operatief uit zijn hersenen worden verwijderd. Na een lange herstelperiode maakte hij zijn comeback met een etappe-overwinning in de Tour Down Under. Contador reed toen voor Liberty Seguros, een ploeg waarmee de beruchte arts Eufemiano Fuentes nauwe banden had. Als gevolg van het dopingschandaal rond deze ‘bloeddokter’ kon Contador in 2006 niet aan de Tour deelnemen. En hoewel zijn naam later min of meer werd gezuiverd, bleef menigeen de renner in verband brengen met deze Operación Puerto.

Zo ook de Duitse dopingexpert Werner Franke, die kort na Contadors overwinning in de Tour de France verklaarde dat de affaire „de grootste zwendel in de sportgeschiedenis” betrof. Tot verontwaardiging van Contador, die verklaarde dat hij als jong broekie jammer genoeg op het verkeerde moment in het verkeerde team had gezeten.

„Het is diep triest”, zegt hij nu. „Mijn Tourzege had een mooi begin van een nieuw tijdperk kunnen zijn. Een jonge winnaar die graag aanvallend rijdt, een honderd procent schone ploeg, wat willen de liefhebbers nog meer? Maar ja, als je dan het daaropvolgende jaar niet meer wordt uitgenodigd voor de Ronde van Frankrijk houdt alles op.

„Ik had Parijs amper bereikt of er doken al verhalen over mij op, waaronder van de heer Franke. Dat deed toen erg pijn, temeer omdat ik bij alle controles negatief was bevonden. Ik heb toen een verklaring afgegeven, maar het heeft niet veel geholpen. Vandaag de dag is het een fluitje van een cent om iemand af te branden. Iemand roept wat en vervolgens gaan de media er mee aan de haal. Maar als men mij ergens van beschuldigt, moeten ze ook met bewijzen komen. Wat moet ik daar anders mee? Hebben ze geen bewijzen, dan kunnen ze beter hun mond houden of mogelijk een rechtszaak verwachten.”

Heeft hij eigenlijk wel kunnen genieten van zijn Touroverwinning? „Ja. Die verhalen raken mij niet meer. Ik heb immers niks misdaan en ook niks te verbergen. Wie weet houdt het ooit een keer op, ik ben optimistisch van aard. Maar het is een feit dat dit soort ‘nieuws’ nu eenmaal beter verkoopt dan puur sportieve berichten. En wat Operación Puerto betreft: mochten de autoriteiten dingen willen verifiëren, ik sta volledig tot hun beschikking. Meer kan ik ook niet doen.”

De Touroverwinning kwam eigenlijk een jaar te vroeg, bekent Contador opeens. „Ja, echt waar. Ik voelde me vorig jaar nog behoorlijk onervaren, hoopte hoogstens op een etappezege en eventueel de witte trui. Maar het Discoveryteam functioneerde zó goed dat ik met de besten mee kon. Bovendien ben ik ploegleider Bruyneel veel verschuldigd. Hij is zeer intelligent, weet hoe je een etappe moet lezen en waar de beste plekken zijn om aan te vallen of juist wat in te houden. Dankzij mijn teamgenoten hoefde ik ook geen energie te verspillen, zodat ik fit bij de bergen arriveerde.”

Daar, op de flanken van de Pyreneeën, leidde de rivaliteit tussen Alberto Contador en Rabobankrenner Michael Rasmussen tot magnifieke duels, die menig dopingzieke televisiekijker alsnog op het puntje van de stoel deed belanden. Tot de Deen door de leiding van zijn ploeg uit de Tour de France werd gezet.

Contador: „Ik vind dat nog altijd een hoogst ongelukkige beslissing. Oké, als je je niet aan de regels hebt gehouden, verdien je straf, maar niet op het moment dat je in de gele trui rijdt. Ik kon Rasmussen lang bijhouden op de fiets, maar op het laatst was hij echt ontzettend sterk. Dat juist híj moest vertrekken, vond ik doodzonde. Als je iemand laat starten in de Tour de France, moet je hem ook tot Parijs laten rijden, tenzij hij onderweg doping heeft gebruikt. Denk je nou echt dat ze hem er ook hadden uitgegooid als hij op nummer vijftig van het algemeen klassement had gestaan? Ik weet wel zeker van niet.”

Intussen raakt de wielersport almaar dieper in de problemen, door alle dopingperikelen én het hoogopgelopen conflict tussen de ASO en de internationale wielerunie UCI. „Helaas zijn wij niet veel meer dan pionnen in dit machtsspel”, verzucht Contador. „Het is om moedeloos van te worden. We lijden er allemaal onder, want het gáát maar door. Ze beseffen niet hoeveel kwaad de sport hiermee berokkend wordt.”

Maar is dit niet hét moment voor het peloton om die pionnenrol van zich af te schudden en een vuist te maken? En kan hij, als regerend Tourwinnaar, hier niet een sleutelrol vervullen?

Contador: „Ik betwijfel dat ten zeerste. Dergelijke initiatieven leiden doorgaans tot veel gepraat zonder enig constructief gevolg. De renners hebben immers ook rekening te houden met de belangen van hun sponsors, want die betalen hun salarissen. En laten we één ding niet vergeten: het huidige conflict is de volle verantwoordelijkheid van de bestuurders en organisatoren. Zíj moeten de strijdbijl begraven. Ik ben geen bestuurder, maar wielrenner. Ik zit het liefst op de fiets. Dan voel ik me pas écht gelukkig en kan ik denken aan alle doelen die ik nog wil bereiken. En ja, daar zit zeker ook een nieuwe overwinning in de Tour de France bij. De grote vraag is en blijft alleen wanneer.”