Wie betaalt in Hongarije de dokter: de patiënt of de staat?

De Hongaren bepalen morgen per referendum of zij blijven meebetalen aan de zorg, of dat de communistische tijden herleven, toen de staat alles betaalde.

Een voorbeeld uit de praktijk in een ziekenhuis in Boedapest: de patiënt heeft zich ontkleed en ligt op de operatietafel van een staatsziekenhuis, klaar voor een kleine chirurgische ingreep. De arts buigt zich over de patiënt, trekt zijn mondkapje af en zegt: „Voor alle duidelijkheid: wij kunnen dit ook vanmiddag doen, bij mij thuis, voor de helft van de prijs.”

Het voorval verbaast András Vadász allerminst. „De Hongaarse consument van gezondheidszorg is gewend aan absurdisme. Artsen accepteren fooien en klussen erbij. Betalingen zijn niet transparant.”

Vadász is kinderarts in een buitenwijk van Boedapest, in een maatschap met vier collega’s. Vóór 1989, in communistisch Hongarije, werkte hij in een staatsziekenhuis. „Als de baas toevallig een cardioloog was, werd het ziekenhuis uitgerust met de allerbeste cardiologische instrumenten. Bleek zijn opvolger een orthopeed, dan bouwde de orthopeed zijn koninkrijkje. Had je een directeur zonder connecties met partijbonzen, dan roestte de apparatuur weg.”

Na 1989 hoopte Vadász op verbetering. „Maar de laatste achttien jaar durfde geen politicus het aan om de gezondheidszorg op de schop te nemen. Het systeem is nog altijd corrupt. De huidige regering is de eerste die wil hervormen, en ze oogst woede en onbegrip.”

Morgen spreken de Hongaren zich in een referendum uit over de door de regering ingevoerde maatregelen waardoor burgers meebetalen aan hoger onderwijs en dokter- en ziekenhuisbezoek. Het zijn slechts drie van de vele maatregelen waarmee de socialistische premier Ferenc Gyurcsány het forse begrotingstekort wil bestrijden dat is ontstaan door het in stand houden van ‘verworvenheden’ uit de communistische tijd, zoals grotendeels gratis onderwijs en gezondheidszorg.

De rechts-conservatieve oppositiepartij Fidesz is fel tegen de verplichte eigen bijdragen en tegen collegegeld (900 euro per jaar) en organiseerde het referendum. Spreekt minimaal 25 procent van de kiesgerechtigden zijn afkeur uit, dan is de regering gebonden de maatregelen af te schaffen. De meeste opiniepeilers voorspellen dat de drempel gehaald wordt.

Op straat en in de media woedt de politieke strijd al maanden. In februari, voor een stemming in het parlement over een nieuwe zorgwet, gooiden onbekenden molotovcocktails naar huizen van socialistische parlementariërs. Het bleef bij materiële schade.

De regerende socialisten (MSzP) en liberalen (SzDSz) zijn „putschisten”, zegt Fidesz-leider Viktor Orbán. Volgens hem wordt „de gemiddelde, minder bedeelde Hongaar de dupe van de marktwerking in de gezondheidszorg”.

In de campagne voor het referendum maakte SzDSz, de grootste pleitbezorger van de hervormingen, het standpunt van Fidesz belachelijk. Op billboards werd het Fidesz-symbool vergezeld van een rode ster, gehaat symbool van het communisme. De boodschap: volg Fidesz, en u maakt een onplezierige reis terug in de tijd.

„Rooie” conservatieven versus een linkse regering die de markt heilig verklaart – „dit is een land in de war,” schrijven politiek-analisten in Boedapest.

De Europese Commissie tikte Hongarije – dat in 2004 toetrad tot de EU – in 2006 al op de vingers wegens het begrotingstekort. Hongarije’s zorgsysteem is onhoudbaar, was de boodschap. Premier Gyurcsány kondigde ingrijpende hervormingen aan, maar bracht zichzelf in diskrediet met een uitgelekte speech waarin hij toegaf aan de vooravond van zijn herverkiezing, in april 2006, te hebben gelogen over de economische situatie in zijn land. Gyurcsány: „We hebben het verkloot, we hebben gelogen, dag en nacht.”

Het schandaal bleek de opmaat naar gewelddadige demonstraties, en sindsdien is Hongarije tot op het bot verdeeld. Oppositieleider Orbán erkent „deze regering van leugenaars” niet. De regering beschuldigt Orbán van „gevaarlijk populisme” en houdt hem verantwoordelijk voor de opkomst van extreem-rechts. Ondanks zijn impopulariteit zet Gyurcsány zijn bezuinigingsbeleid door.

„Dit referendum gaat allang niet meer om de eigen bijdragen”, zegt Tibor Tóth, huisarts in Pilis, een stadje ten zuidoosten van Boedapest. „Het gaat om 300 forint (1,15 euro) per doktersbezoek en per nacht in een ziekenhuis. Dat is niet veel. En het verplichte collegegeld kunnen de meeste wel accepteren. Het referendum gaat eerder over de politieke tweekamp tussen Orbán en Gyurcsány.”

Het grootste deel van het inkomen van artsen wordt uitgekeerd door de OEP, de staatsgezondheidskas, die tevens garant staat voor een basisverzekering voor iedere Hongaar. De regering wil nu ook commerciële verzekeraars op de gezondheidsmarkt toelaten. In de omschakeling naar een multiverzekeringsmodel blijft de staat vooralsnog bij nieuwe verzekeraars een beslissende rol spelen via een belang van 51 procent.

Het zijn „noodzakelijke stappen” naar een nieuw zorgstelsel, zegt Tóth. „De medici zijn het eens dat alles anders moet. Maar het wantrouwen is groot. Wordt het geld dat de markt ophaalt daadwerkelijk in ons geïnvesteerd?”

    • Tijn Sadée